Google+ Google+ Bondtehond bij het liquidatieproces: 19 mei 2010 Google+

woensdag 19 mei 2010

'Het zijn vermoedens, gevoelens, veronderstellingen, gissingen en conclusies'

Het verzoek van advocaat Mr. R.D. Meerman van Kantoor Plasman tot opheffing voorlopige hechtenis van zijn cliënt Pinny Song zou bijna ondergesneeuwd worden door het wrakingsverzoek dat dinsdag diende. Aan het einde van de dag besloot de rechtbank echter toch nog het verzoek te behandelen zodat donderdag kon komen te vervallen. Dit tot genoegen van Pinny Song zelf, die er echt doorheen zit onderhand, maar ook van haar familieleden die haar bijna iedere zitting steunen door aanwezig te zijn op de publieke tribune. Pinny zit al meer dan 2 jaar vast in HvB Nieuwersluis. De indruk bij velen bestaat dat zij meegenomen wordt in de carroussel van het grote liquidatieproces, terwijl het OM de verdenkingen toch niet goed hard lijken te kunnen maken, mocht er al sprake zijn van een strafbaar feit. Mr. Meerman deed dan ook maar een poging de hechtenis op te laten heffen, dan wel te schorsen.


Mr. Meerman: Op geen enkele manier staat vast dat cliënte een definitieve afspraak had gemaakt met Tonny van Maurik op de dag van de moord (19/4/1993)bij het toenmalige Altea hotel. In haar afgelegde getuigenverklaring van 20 april 1993, verklaart zij, dat zij tegen Van Maurik heeft gezegd, dat zij hem nog wel zou bellen voor een definitieve afspraak. Dat zij hem die dag niet meer had gebeld voor een definitieve afspraak, ligt in het feit dat zij – met buikklachten- in de namiddag met haar man Teun Visser naar het ziekenhuis was gegaan en vandaar met haar man laat in de avond thuiskwam. De verklaringen van Karin S. kunnen op geen enkele manier worden getoetst nu zij op 5 januari 2005 is overleden. Opmerkelijk is, dat zij niets belastend heeft verklaard in haar twee verklaringen afgelegd in mei 1993 – een maand na de liquidatie-, maar op 3 en 4 augustus 1993 plotseling belastend gaat verklaren. Opvallend is ook, dat alle afgelegde verklaringen door Swager bekend waren bij het OM in 1993, terwijl daarna een kennisgeving van niet verdere vervolging volgde. Kennelijk zijn haar verklaringen toen niet zwaarwegend geweest.

Buiten het feit dat Swager een motief heeft om belastend over cliënt te verklaren (namelijk: zij verkeerde in financiële nood; zij kreeg geen geld meer van cliënt, dat haar was toegezegd en dreigde uit haar woning te worden gezet; tevens wilde zij de uitgeloofde beloning opstrijken), dient aan de betrouwbaarheid van de door Swager afgelegde verklaringen over de beweerdelijke betrokkenheid van cliënte bij de liquidatie van Van Maurik ernstig te worden getwijfeld, mede gelet op de verklaringen zoals afgelegd door de kroongetuige La Serpe. La Serpe verklaart enerzijds dat hij aanneemt dat Henk Rommy de opdrachtgever zou zijn en anderzijds – stellig en zonder voorbehoud- dat hij van Remmers heeft gehoord dat Van Maurik dood moest van Henk Rommy en dat Remmers hem vertelde dat hij deze klus heeft gedaan in opdracht van Henk Rommy. Later heeft La Serpe verklaard dat hij mogelijk de conclusie heeft getrokken dat Henk Rommy de opdrachtgever was omdat Remmers 150.000 gulden voor de liquidatie zou hebben verkregen. Volgens La Serpe hield Moppie zich op de achtergrond en deed meer het financiële gedeelte.

Vervolg Crimesite:
Die verklaring verdraagt zich niet met die van Swager, namelijk dat cliënte opdrachtgever zou zijn alsmede haar zou hebben verteld, dat Moppie Tony wel een week of drie achtervolgde om hem neer te leggen. De verklaringen van La Serpe zijn voor cliënte relevant, nu hij door de vele gesprekken die La Serpe heeft gevoerd met Remmers, derhalve over informatie beschikt over mogelijke betrokkenen (=verifieerbaar), Nan Paul de Boer (op de PD aangetroffen sigaretten peuk), Freek Stevens (vermoedelijk de bedrijfsauto van Stevens op PD) alsmede uit de verklaring van La Serpe evident naar voren komt, dat cliënte noch Rasnabe door La Serpe als betrokken bij de liquidatie worden genoemd. Volgens Karin Swager zou cliënte aan Moppie fl.10.000,-- hebben betaald voor het aanschaffen van een vuurwapen.

Na de liquidatie op Van Maurik wordt een telefoongesprek aangehaald tussen Saez en Rasnabe (5 mei 1993) waarin Rasnabe vraagt of het goed is dat Saez "die dingen"gaat kopen en dat Rasnabe Saez daarvoor wel 10.000 gulden geeft. Vermoedelijk gaat het volgens de politie om de aanschaf van wapens. Dit gesprek wordt dan zonder enige onderbouwing geprojecteerd op de verklaring van Swager i.v.m. mijn cliënt, zijnde dat de verklaring van Swager aan betrouwbaarheid zou winnen. Ook de verklaring van Swager dat op zondag 18 april 1993 gepoogd is in opdracht van cliënte een aanslag te plegen op Van Maurik in Breukelen, kan naar het rijk der fabelen worden verwezen. Immers die avond en nacht verbleef cliënte bij Tony van Maurik in zijn woning. Swager heeft die avond cliënte, die in gezelschap was van Van Maurik, nog gesproken.

Betekenis wordt door het OM gehecht aan het feit dat op de dag van de moord om 15.24 uur telefonisch contact heeft plaatsgehad tussen de vaste telefoonlijn van de ouders van cliënte, waar cliënte op dat moment was, en het telefoonnummer eindigend op *1810*. Zowel cliënte als haar ouders en zuster Paula van Vliet, die allen aanwezig waren in de woning van haar ouders reppen geen woord over een telefoongesprek, dat voor- dan wel na het gesprek met Tony van Maurik met de gebruiker van het nummer *1810*zou zijn gevoerd. Uit onderzoek is gebleken, dat één van de gebruikers van *1810* Rasnabe is. Het is niet onaannemelijk dat er vanuit de woning van de ouders door Paula van Vliet is gebeld met Moppie Rasnabe voor het afspreken over het brengen- dan wel halen van de was. Immers Paula van Vliet als cliënte hebben verklaard, dat Paula een tijdje de was voor Moppie deed. Ook de telefonische contacten met *1810* met het huisnummer van de woonboot van cliënte is verklaarbaar, immers de jongste zoon, Paul Visser had nog regelmatig telefonisch contact met Moppie.(Zie verklaring van Paul Visser bij de RC op 9 februari 2010)

Waardepapieren Een motief zou volgens het OM kunnen zijn, dat hij was vermoord vanwege spaarbrieven. Zoals uit het onderzoek is gebleken, waren de spaarbrieven niet inwisselbaar noch door een particulier noch door een bank of andere geldinstelling. Immers deze papieren waren kort na ontdekking van de diefstaldoor de bank ongeldig gemaakt. Deze papieren had cliënte op verzoek van Tony van Maurik bewaard en zij had deze papieren al heel lang in het bezit. Volgens cliënte wist Van Maurik dat deze papieren niets waard waren. Opvallend in het dossier is, dat veel getuigen niet verklaren over feiten of omstandigheden, die zij zelf hebben waargenomen of ondervonden. Het zijn vermoedens, gevoelens, veronderstellingen, gissingen en conclusies. Dat is ook niet verwonderlijk als getuigen worden gehoord na 16/17 jaar. Het verhaal is een eigen leven gaan leiden. Deze verklaringen kunnen dan ook niet serieus worden genomen.

Geweld Ook het feit dat cliënt zou worden mishandeld door Van Maurik; daar zijn geen aanwijzingen voor. Niemand heeft ooit waargenomen dat Van Maurik fysiek geweld heeft gebruikt tegen cliënte. Cliënte is niet het type, dat zich laat mishandelen. Dat wordt ondersteund door vele getuigen die bekend waren met het karakter van Tonie van Maurik en verklaren, dat het gebruik van fysiek geweld niet bij hem paste. Uit hetgeen ik naar voren heb gebracht dient de voorlopige hechtenis te worden opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.

Subsidiair.
Het ontbreken van gronden. Cliënt wordt over één kam geschoren met de andere verdachten, die een groot belang hebben bij de afgelegde verklaringen van de kroongetuige. De zaak van cliënt -van 17 jaar geleden- is niet relevant met betrekking tot de verklaringen tegen de medeverdachten van de kroongetuige. La Serpe heeft ten aanzien van cliënt ontlastend verklaard. Cliënte heeft geen belang bij het feit of de verklaringen van La Serpe tegen de overige verdachten nu wel of niet gebruikt kunnen worden in dit proces. De zaak van haar had ook kunnen worden afgesplitst. Alleen omdat de verdachten van de moord op Van Maurik van meerdere liquidaties worden verdacht, loopt zij noodgedwongen mee in het ‘carrousel’ met als gevolg, dat zij in voorlopige hechtenis dient te wachten op de uitspraak, die zo als het er nu uitziet pas eind van het jaar/begin volgend jaar zal plaatsvinden. Dat is onwenselijk lang en in strijd met de jurisprudentie van het EHRM. De arresten waarin het EHRM heeft geoordeeld over de vraag of de voorlopige hechtenis toelaatbaar is, zijn gewezen naar aanleiding van de vraag of artikel 5, lid 3 van het EVRM was geschonden. Deze bepaling schrijft voor:"ieder heeft het recht binnen een redelijke termijn berecht te worden of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld", tenzij er gronden zijn die het voorarrest kunnen rechtvaardigen

De enige grond is de 12 jaar grond. Met alle respect, het is niet goed voorstelbaar dat na 17 jaren na de liquidatie nog sprake is van een maatschappelijke beroering, die het delict heeft veroorzaakt. In het kader van de vraag die uw rechtbank thans dient te beantwoorden, is met name de jurisprudentie van het EHRM inzake de Europese grond ‘disturbance to public order’ van belang. In het kader van een verdragsconforme interpretatie van de ernstige geschokte rechtsorde zijn met name de hiervoor genoemde grondregels van belang:

-Voorlopige hechtenis is een ultimum remedium (vrij, tenzij…)
-Argumenten ter rechtvaardiging van voorlopige hechtenis mogen niet allen worden gebaseerd op de ernst van het feit (voorlopige hechtenis mag niet worden gebruikt als ‘voorstraf’)
-Argumenten ter rechtvaardiging van voorlopige hechtenis mogen niet uitsluitend worden gebaseerd op abstracties en algemene veronderstellingen, zij moeten (mede) zijn gebaseerd op de concrete feiten en omstandigheden van het specifieke geval dat voorligt.

Op basis van deze verdragsconforme interpretatie dient uw rechtbank een inschatting te maken of het gevaar (maatschappelijke onrust)dat de voorlopige hechtenis beoogt weg te nemen, zich in onderhavige zaak zal realiseren, indien cliënte op vrije voeten zal worden gesteld.

De verdediging is van mening, dat in onderhavige zaak geen concrete aanwijzingen zijn, dat vrijlating van cliënte in afwachting van het verdere proces mogelijk wel tot maatschappelijke onrust zou leiden. (Ik verwijs naar de uitspraak van de rechtbank Haarlem d.d. 13-4-2007 LJN:BA2938) Ook is de voorlopige hechtenis van de medeverdachten Nan Paul de Boer en Freek Stevens op enig moment door uw rechtbank opgeheven. Heeft de invrijheidsstelling van deze twee verdachten de rechtsorde ernstig geschokt. Ik dacht van niet.

Nu er geen gronden zijn, verzoek ik uw rechtbank de voorlopige hechtenis op te heffen en cliënte in vrijheid te stellen.

Meer subsidiair.
Cliënte zit in voorarrest sinds 29 september 2008 ( 20 maanden).Voor het zelfde feit heeft zij ook al eens van 27 juli 1993 tot 5 oktober 1993 in voorlopige hechtenis gezeten (ruim2 maanden). Dat staat gelijk met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van bijna 36 maanden minus de VI. Naar het oordeel van de verdediging is de situatie van artikel 67a, lid 3 Strafvordering aan de orde.

Schorsing is gerechtvaardigd -zoals ik reeds hiervoor heb betoogd- op grond van de lange duur van het reeds ondergane voorarrest van ruim 22 maanden en de lange tijd die nog zal verstrijken voordat in haar zaak vonnis zal worden gewezen. De gelijktijdige berechting van zaken tegen de medeverdachten is in de zaak van cliënt niet noodzakelijk zoals ik reeds heb aangegeven. Er is duidelijk sprake van overschrijding van de redelijke termijn en dat is in strijd met de jurisprudentie van het Europese Hof en van de Hoge Raad. De medische situatie van cliënte is ondanks haar operatie op 3 februari 2009 nog steeds problematisch. Zij heeft constant pijn in haar onderbuik. Ik verwijs daarvoor naar het bijgevoegde medisch dossier van de P.I. Nieuwersluis.

Redenen om cliënt te schorsen.

De beslissing volgt op Donderdag 25 Mei.

Bondtehond

'Aan de orde is het vierde wrakingsverzoek in het onderzoek Passage'

Het Openbaar Ministerie bracht na het wrakingsverzoek van Mrs. Kuijpers en Millesen advies uit aan de wrakingscombinatie in de bunkerrechtbank. Officier van justitie Betty Wind droeg het advies voor. Dit kon in het kort volgens Wind. Het OM zou het OM niet zijn als deze zou adviseren het verzoek toe te staan. Het werd dan ook al meteen aan het begin van haar betoog duidelijk dat het OM op afwijzing aanstuurt. Na 3 eerdere afgewezen verzoeken sinds de start van de inhoudelijke behandeling zou ook dit wrakingsverzoek hetzelfde lot moeten treffen, aldus Wind. De officier van justitie lichtte het advies toe, maar eerst merkte zij op dat zij het ongepast achtte dat de raadslieden van Moppie Rasnabe openlijk in de media de rechtbank bekiritiseerden. Dit verdiend volgens Wind niet de schoonheidsprijs. Volgens haar zou enige terughoudendheid op zijn plaats zijn geweest.


Officier van justitie Betty Wind vervolgens:
De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn verzoek aangevoerd;
1 - dat het OM voor de rechtbank heeft bepaald waar de grens ligt tussen het domein van het TGB en het domein van de deal en daarmee van de rechtbank.
2 - dat de rechtbank ambtshalve gehouden is alle feiten in het kader van de (on)rechtmatigheid van de deal te toetsen en niet bereid is gebleken scenario's anders dan die van het OM te toetsen.
3 - dat de rechtbank daarmee kennelijk de verklaringen van La Serpe met betrekking tot het TGB-traject van onvoldoende gewicht heeft geacht voor nader onderzoek, terwijl de rechtbank de zaaksinhoudelijke verklaringen van La Serpe telkens wel van voldoende gewicht heeft geacht voor het verlengen van voorarrest.
4 - dat de rechtbank daarmee telkens ten nadele van Rasnabe de verklaringen van La Serpe tweeledig waardeert: waar voor zover belastend, onwaar voor zover ontlastend. Daarmee zou de rechtbank de schijn van partijdigheid op zich hebben geladen.

Uw wrakingskamer heeft te beoordelen of zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat aan de onpartijdigheid van de rechtbank getwijfeld moet worden of dat daaraan door Rasnabe objectief gerechtvaardigd getwijfeld kan worden.

Vervolg Crimesite:
De rechtbank heeft een tussenbeslissing genomen op een punt waarop door de verdediging, waaronder die van Rasnabe een tussenbeslissing is gevraagd. De tussenbeslissing is zeer uitgebreidt en grondig gemotiveerd en van partijdigheid of vooringenomenheid is volstrekt geen sprake.

Anders dan de raadsman stelt is het onjuist dat het OM voor de rechtbank heeft bepaald waar de grens tussen beide trajecten, het TGB-traject en de OM-deal, ligt. Er is over de verzoeken tot nader onderzoek van de verschillende verdachten uitgebreidt debat gevoerd, waarbij het OM naar de wet en regelgeving en de wetsgeschiedenis heeft verwezen en de raadslieden uitgebreidt hun standpunten en verzoeken hebben kunnen toelichten. De rechtbank heeft vervolgens als onafhankelijk college een beslissing genomen. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de wet en regelgeving en de wetsgeschiedenis, die door de rechtbank duidelijk zeer uitgebreidt is bestudeerd, geoordeeld dat de strafrechter in beginsel slechts heeft te oordelen over de rechtmatigheid van de OM-deal en niet over afspraken in het kader van getuigenbescherming en onderhandelingen daaromtrent.

Geschillen tussen een kroongetuige en de Staat op dit punt horen in beginsel bij de civiele rechter thuis. Er zal, zo heeft de rechtbank op basis van de wet en de wetsgeschiedenis geconcludeerd, een begin van aannemelijkheid moeten zijn dat dat sprake is geweest van onrechtmatig gebruik van informatie of onrechtmatige beïnvloeding van de getuige door of mede door de zaaksofficieren inclusief de CIE officier wil nader onderzoek daarnaar aangewezen zijn. Of er zal sprake moeten zijn van zwaarwegende aanwijzingen dat er sprake is van excessieve of volstrekt niet te onderbouwen beschermingsmaatregelen of toezeggingen daartoe, waartoe geen redelijk handelend officier van justitie had kunnen komen, willen verzoeken tot nader onderzoek naar beschermingsmaatregelen en onderhandelingen daarover, voor toewijzing in aanmerking komen. De verzoeken van de verdediging dienen daarbij tegen de achtergrond van artikel 359a Sv te worden beoordeeld.

De rechtbank is vervolgens tot de conclusie gekomen dat de verschillende verzoeken moeten worden afgewezen omdat -kort samengevat en zakelijk weergeven- hetgeen is aangevoerd ofwel buiten het voor de strafzaak van belang zijnde kader van 359a Sv valt, ofwel omdat geen sprake is van het begin van aannemelijkheid van het onrechtmatig gebruik van informatie of onrechtmatige beïnvloeding van de kroongetuige ofwel omdat van de vereiste zwaarwegende omstandigheden niet is gebleken. Het namens Rasnabe gedane beroep op de Karman-doctrine kan volgens de rechtbank geen doel treffen, omdat het hier om een heel andere situatie gaat dan waar het Karman-arrest op zag.

Goede lezing leert dat de rechtbank heeft aangenomen dat hetgeen door La Serpe is aangevoerd ofwel niet relevant is voor de rechtbank in de strafzaak te nemen beslissingen ofwel dat hij onvoldoende heeft aangevoerd om aannemelijk te maken dat sprake is geweest van ontoelaatbare toezeggingen, het onrechtmatig gebruik van informatie of onrechtmatige beïnvloeding. Over de betrouwbaarheid van La Serpe en zijn zaaksinhoudelijke verklaringen heeft de rechtbank zich in deze tussenbeslissing in het geheel niet uitgelaten. Ook in eerdere beslissingen heeft de rechtbank daaromtrent nog geen standpunt ingenomen. Integendeel. De rechtbank heeft juist telkens uitdrukkelijk overwogen daarover pas na afloop van het totale onderzoek ter zitting een standpunt te willen innemen en heeft er telkens blijk van gegeven dit uitgangspunt ten volle te hanteren. Opmerking verdient in dit verband nog dat de ernstige bezwaren die de rechtbank telkens hebben gebracht tot de beslissing van de voorlopige hechtenis van Rasnabe ook bepaald niet uitsluitend gestoeld zijn op de verklaringen van La Serpe. In de zaak Tanta (dubbele liquidatie Ouderkerkerplas, 1993) zijn deze beslissingen zelfs uitsluitend gebaseerd op andere bewijsmiddelen.

De conclusie moet zijn dat -in de bewoordingen van de jurisprudentie- geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden die maken dat aan de onpartijdigheid van de rechtbank getwijfeld moet worden. Zo Rasnabe vreest voor vooringenomenheid, is die vrees niet objectief gerechtvaardigd. Onze conclusie is daarnaast dat de rechtbank het bepaald niet heeft verdiend om vanwege de laatste tussenbeslissing opnieuw tegenover een wrakingskamer te zitten, Integendeel. Het is een tussenbeslissing die vanwege haar grondige opbouw en onderbouwing de boeken in kan gaan en waaruit niets maar dan ook niets blijkt van vooringenomenheid. Wij adviseren tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

De uitspraak van wrakingkamer volgt op Dinsdag 25 Mei.

Bondtehond

'Men zal zich afvragen, wat gebeurt er toch allemaal in die Bunker?'

Dinsdag diende het wrakingsverzoek van Mr. Jan Hein Kuijpers in de zaak van zijn cliënt Mohammed 'Moppie' Rasnabe in de bunker te Osdorp. De huidige rechtbank met rechtbankvoorzitter Lauwaars en beide vrouwelijke rechters hadden plaats gemaakt voor de wrakingscombinatie en zaten nu in de zaal. In beginsel worden wrakingsverzoeken achter gesloten deuren behandeld, meldde de voorzitter van de wrakingskamer, echter omdat de rechters, het OM en de raadslieden daar geen bezwaar tegen hadden, werd het een openbare behandeling. De verdachten Fred Ros, Sjaak Burger en Pinny Song mochten ook bij de behandeling aanwezig zijn. Ali Akgün en Jesse Remmers hadden vanochtend ieder afstand getekend en waren in de EBI te Vught gebleven. Mr. Jan Hein Kuijpers kwam met een betoog van meer dan een uur waarin hij samen met zijn kantoorgenoot Mr. Nillesen het wrakingsverzoek motiveerde. Lees hier het wrakingsverzoek.        De uitspraak op dit wrakingsverzoek is op Dinsdag 25 Mei.


De rechtbank zou de schijn van partijdigheid hebben gewekt bij de advocaat van Moppie Rasnabe omdat verklaringen van La Serpe volgens de raadsman wel voor waar worden aangenomen waar deze belastend zijn en voor onwaar waar deze ontslastend zijn. Deze reactie komt op de tussenbeslissing van 27 April. Alle verzoeken tot onderzoek werden die dag afgewezen. De raadslieden wilden onderzoek naar het onrechtmatig handelen van het TGB (Team Getuigen Bescherming) en het Openbaar Ministerie. Omdat de rechtbank een oordeel heeft gegeven over de geloofwaardigheid van Peter La Serpe zou de rechtbank ook de schijn van vooringenomenheid hebben gewekt. Mr. Nillesen wees op jurisprudentie waar de beslissing van de rechtbank niet mee in overeenstemmimg is. Ook gaf de raadsman enkele voorbeelden in gelijksoortige situaties waar wel onderzoek is gedaan en waarbij officieren van justitie en politiemensen wel zijn gehoord.

Volgens rechtbankvoorzitter Lauwaars heeft de rechtbank zich niet uitgelaten over de geloofwaardigheid van de kroongetuige. Peter La Serpe kwam met te weinig onderbouwing van zijn stellingen om verder onderzoek te gelasten. Het OM bracht vervolgens advies uit aan de wrakingskamer. Dat is onze taak in deze, zei Betty Wind. Wind: Dit moet ons van het hart. Een wrakingsverzoek is een zwaar middel en moet niet te lichtvaardig behandeld worden. Dat het verschenen is in de media voor de rechtbank kennis kon nemen van dit verzoek bevreemd ons ten zeerste. Dat verdiend niet de schoonheidsprijs. De officier van justitie Wind adviseerde de wrakingskamer het verzoek af te wijzen. Dit advies morgen ook wat uitgebreider op deze site.

Vervolg Crimesite:
Nadat de wrakingscombinatie was vertrokken, ging de zitting met Lauwaars als voorzitter verdergaan. Het wrakingsverzoek houdt nl in dat de zaak van Moppie Rasnabe voorlopig geschorst is, maar de andere gewoon doorgang vinden. De rechtbank inventariseerde de nog te behandelen punten.

Hier een groot deel van de genoemde punten:
- Vandaag zou getuige Q5 en het Hoger beroep mbt tot getuigen F1 en F3 ter sprake komen, maar daarvoor moeten nog stukken binnenkomen en worden bestudeerd. De verklaring van de anonieme beschermende getuige ‘Q5’ wordt nu 25 Mei voorgehouden.
- Ook de Baja-personeel stukken worden op een later tijdstip behandeld.
- De heer De Haas ontkent La Serpe gratie te hebben toegezegd.
- Het NFI-rapport werd besproken m.b.t. tot de zaak Houtman. Het NFI heeft slachtvarkens met plastic zakken water gebruikt om de in- en uitschotwonden te onderzoeken. Er is een serie schoten afgeschoten. De verwondingen zijn vergelijkbaar met het slachtoffer. Er is voor de Glock .45 ACP-munitie gebruikt en voor de Kalashnikov 7.62-munitie. Conclusie: De 21 beschadigingen aan de jas van Houtman zijn veel waarschijnlijker door de Glock veroorzaakt dan door de Kalashnikov. Er is onderzoek gedaan naar bloedspatters binnen de auto, maar de snelheid van een projectiel is zo snel dat er haast nooit bloedspatters optreden.
- Het verhoor van Gwenette Martha.
- Proces-verbaal van Dhr Mul.
- Jo Allen is wat voorgehouden.
- Het voorgeleidingsverbaal van Lesley Verkaart.
- Proces-verbaal van bevindingen uit Rotterdam.
- M.b.t. tot 'Cobra' : De sturing van La Serpe + stukken die zijn binnengekomen.
- Het proces-verbaal van verhoor van Dhr. Brenk. La Serpe zou een wegwerpgebaar hebben gemaakt....
(hulzen weggooien)
- Z45, Z35 en Z36 verklaren alle drie over de gang van zaken. Alle drie zeggen geen gebruik te hebben gemaakt van tactisch materiaal. Hulzen zegt ze niets.

Mr. Nico Meijering wil nog steeds duidelijkheid hoe het nou is gegaan met het uitwerken van de tactische verhoren. Meijering: De band is opgenomen en toen uitgewerkt. Er was een bepaalde werkdruk. Hoe is dat nou gegaan precies? Er zijn stukjes weggelaten. Wie heeft dat nou precies uitgewerkt? Kan daar nou meer klaarheid in gebracht worden? Dus welke verbalisant? Wie heeft de Uh's en Ah's weggelaten? Dat is een vraag die ik voor wil leggen. Ik zou willen dat uw rechtbank de opdracht geeft dit uit te zoeken. Ik vind het van belang dat uitgezocht wordt of dat dezelfde verbalisant is.

Betty Wind ziet de relevantie niet waarom nou uitgezocht moet worden wie die tactische verhoren heeft uitgewerkt. Ze zijn letterlijk uitgewerkt, dat is op zich al een uitzondering.

Mr. Meijering verschilt hier van mening. Het betreft hier de stapeling van niet-ontvankelijkheid. Hij wil hier klaarheid in hebben. Wie is nou verantwoordelijk? Het weglaten van passages kan van belang zijn of dat nu gebeurt is door ondervragende verbalisanten of door anderen?

Mr. Sander Janssen had enkele vragen. Betwist het OM dat er een uitstapje naar Disneyland Parijs is geweest op 29/30 Okt. 2005? (Knabbel en Babbel) En de 2 kaartjes met de vluchtroute van La Serpe die kwijt zijn geraakt, hoe zit dat? Het komt er op neer dat de enige 2 kaartjes waarin hij objectieve daderinformatie had kunnen geven, en die zijn dan kwijtgeraakt? Ik heb ook nog geen antwoord op mijn vraag, welke informatie had hij bij het ingaan van de verhoren? Die laptop, wat heeft daar allemaal opgestaan? Ik weet niet wat daar allemaal op staat. Of wat heeft er verder in die laptop gezeten? Dat is natuurlijk van groot belang, als er sprake is geweest van sturing. En die kluisverklaringen. Dat zouden wel es de meest objectieve verklaringen kunnen zijn die er bestaan. Kunnen we die kluiverklaring 1 + 2 inzien? Dan zie ik verder geen aanleiding hier verder op in te gaan en kunnen we dit eindelijk afsluiten. Ik wil weten wat er op die laptop stond die is gebruikt bij de kluisverklaringen.

Mr. Betty Wind: Wat betreft die missing kaartjes, we vinden dat we die conclusie niet kunnen trekken. De tactische informatie. De getuige weet dat 3 jaar na dato niet meer precies. Wat er op die laptop stond daar kan ik nu niets over zeggen. Het gaat erom wat zo'n verhoorder meedeeld. Dat hoeft niet verkeerd te zijn. Het kan horen bij de tactiek en bewust gedaan worden. Of dat alemaal op die laptop heeft gestaan, dat is dan nog maar de vraag. Er is geen sprake van nieuwe argumenten. Die discussie willen we niet voeren. we verwijzen naar die zitting. Het zou niet ter sprake moeten komen.

Mr. Sander Janssen: Volgens het OM zou helemaal niet aan de orde zijn dat de verhoorder bewapend met tactische informatie op weg gaat? Laten we het begin van het passageproces nou eens inzichtelijk maken.

Hierna was er nog een verzoek van Mr. Meerman, de raadsman van Pinny Song, tot opheffing voorlopige hechtenisvan zijn cliënte. Daar kom ik later op terug.

Dinsdag 25 mei wordt de inhoudelijke behandeling voortgezet. Dan beslist de rechtbank ook over het verzoek van Mr. Meerman.

Bondtehond
Aangepast zoeken