vrijdag 9 april 2010

De kastmoord te Nuth - 'He was a good guy'

In December schreef ik een artikel over Ruben Poppelaars van Forensic Consultancy, een forensisch adviesbureau gehuisvest in het kantoor van Kuijpers en van der Biezen in 's Hertogenbosch. Toentertijd vroeg ik Ruben mij eens te tippen zodra hij aan een zaak zou werken waarbij forensisch onderzoek aan de orde zou komen. Vorige week was dat zover, betreffende een moordzaak, bekend geworden als 'de kastmoord van Nuth'. Advocate Mr. Francoise Landerloo, van een van de twee hoofdverdachten, had kortgeleden Forensic Consultancy in de arm genomen om in hoger beroep haar pleidooi kracht bij te zetten. Het is nl volgens haar helemaal niet zo zeker of de gevonden sporen wel kunnen worden geïnterpreteerd zoals de het OM stelt na forensisch onderzoek door de politie. Ruben Poppelaars deed daar onderzoek naar en kwam met een ander scenario, waardoor bepaalde bewijzen toch in een ander daglicht komen te staan.


Voor ik een samenvatting van de zitting geef, die van 11:00 tot 18:30 duurde, zal ik in het kort vertellen waar het om gaat bij deze moordzaak. In het Brabantse plaatsje Nuth vond men in Januari 2007 een lijk van een man in een muurkast van een kamerverhuurbedrijf. Daar was het al een aantal weken verborgen. Het slachtoffer was de Schotse Jonathan Graig Kennedy en zou ergens tussen 5 en 7 Januari 2007 om het leven zijn gebracht door messteken, waarschijnlijk na een ruzie over de was en/of te harde muziek. De ruzie zou zijn uitgelopen op een nachtelijke vecht- en steekpartij.

Wat er precies gebeurd is, kan men slechts naar gissen, aangezien de hoofdverdachte Roy M. zegt het zich allemaal niet meer zo goed te kunnen herinneren. De verdachten waren in een kroeg geweest, stomdronken geworden en hadden die avond ook cocaïne gesnoven. De rechtbank achtte vorig jaar bewezen dat twee vrienden/collega's, de eveneens Schotse Paul Mc C. en Roy M. tezamen en in vereniging Kennedy hadden neergestoken. De verdachte Paul Mc C. ontkent al vanaf het begin. Aanvankelijk eiste het Openbaar Ministerie ook vrijspraak voor de 31-jarige Paul, de client van Mr. Landerloo die op dit moment te Schotland en in vrijheid zijn vonnis afwacht.

Hij was in eerste instantie vrijgelaten omdat Roy M. eerder toe had gegeven het slachtoffer te hebben gestoken. Deze bekentenis trok hij echter later ter zitting weer in omdat hij er niet meer zo zeker van was het gedaan te hebben. Hij had in verhoren gezegd 'dat hij het dan wel gedaan moest hebben', ook al liet zijn geheugen hem in de steek. Daardoor vond de rechtbank dat niet langer kon worden aangetoond wie nou de dodelijke steken had toegebracht en werden beide verdachten vorig jaar veroordeeld tot 8 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gisteren speelde dus het hoger beroep en werd er dit keer zelfs 10 jaar celstraf geëist tot verbazing van de raadslieden, Mr. Francoise Landerloo van Paul Mc C.en Mr. Hendriks van Roy M.

Het was nu dus aan Paul Mc C's raadsvrouwe Mr. Landerloo met behulp van Forensic Consultancy in een mooi pleidooi om aan te tonen dat wat er nu aan bewijs voorhanden is niet klopt. Het was een indrukwekkende zitting met tevens een emotionele slachtofferverklaring van de moeder van Jonathan Kennedy, die samen met andere familieleden vanuit Schotland naar Den Bosch was afgereist op uitnodiging van het OM. De vrouw die zichtbaar geëmotioneerd was, en steeds werd bijgestaan door een tolk, stortte zelfs een keer in tijdens het pleidooi van de Mr. Hendriks. Zij werd ondersteund door familieden en enkele aanwezige rechercheurs die aan deze zaak hadden gewerkt. Deze hielpen de aangeslagen dame de rechtszaal even te verlaten voor een korte onderbreking met wat frisse lucht om even wat bij te komen.

De verdachte Roy M. zat steeds vlak voor de familie in het verdachtenbankje en had ook een tolk aan zijn zijde. De Advocaat Generaal las als eerste de aanklacht voor en de rechter begon daarna met het verhoor van Roy M. Het verhoor ging moeizaam. De verdachte was weinig spraakzaam en kwam zeer bedeesd over. Of het nu kwam omdat de familie van slachtoffer Jonathan Kennedy vlak achter hem zaten of door het steeds moeten wachten op de vertaling van de tolk was mij onduidelijk, maar kennelijk had de verdachte geen behoefte aan een duidelijke ontkenning: 'Ik heb het niet gedaan !' De meeste antwoorden waren 'Ik weet het niet meer'.

De rechter probeerde een motief boven water te krijgen. Er waren nl verschillende verhalen verteld. Roy zou boos zijn geweest omdat Jonathan een baantje had ingepikt van een ander omdat die wat aan zijn voet had. Daarover was Roy naar Jonathan gegaan. Of dat klopte? Roy wist het niet meer. Roy zou een mes gepakt hebben om de deur van de wasmachine te openen die avond. Of dat klopte? Roy wist het niet meer. Roy zou eens hebben verteld dat hij Jonathan wilde laten schrikken. Klopte dat? Ook dat wist Roy niet meer. Hij zou dat in verband hebben gebracht met de te harde muziek. De muziek zou te hard hebben gestaan en daar zou toen ruzie over zijn ontstaan. Of dat klopte? Ja, daar was Roy wel kwaad over geweest. 'Who the fuck is first', zou Roy hebben geroepen. Of hij nog wist of hij dat had geroepen? Nee, dat wist Roy niet meer.

De vraagstelling van de rechter veranderde op het moment dat Roy steeds datzelfde antwoord gaf. De rechter merkte op dat Roy niets uit zichzelf wist te herinneren, maar op het moment dat de rechter iets zei wel. Hierdoor begon de rechter zijn vraagstelling iets te veranderen en begon vragen nu met: Wat kunt u zich wel herinneren van.....etc etc. Veel hielp het niet. Het geheugen van Roy M. bleef haperen.

Rechter: U heeft verklaard dat Jonathan een keer aangeraakt door een mes van u en de 2e en 3e keer niet door u. Paul zou wel in het appartement zijn geweest?
Roy: Ik ben er niet zeker van.
Een vrouwelijke rechter ging verder: U zou gezegd hebben dat Jonathan u pisnijdig had gemaakt in het café, steeds zijn vingers in bier, u nat gemaakt, u was ontzettend nijdig.
Roy: Paul en Jonathan vochten. Jonathan kwam naar me toe en duwde, daagde me uit en duwde steeds. Hij irriteerde me.
Rechter: U heeft gezegd dat het erger en erger werd en dat u heel boos werd op Jonathan. U heeft gezegd dat Jonathan u zo boos maakte dat u ontplofte en dat het toen fout is gelopen. Kunt u zich dat herinneren?
Roy: Ik weet het niet.
Rechter: U heeft op verschillende plaatse verteld dat Jonathan in de kast was. Nu wil ik u vragen, waarom bleef Paul bij u in het appartement? Ik begrijp niet waarom hij bij u verbleef als zijn appartement vlak naast die van u is.
Roy: Ze hadden de sleutel geleend van mijn appartement.
Rechter: Ik stel u een duidelijke vraag. Ik kan me zo voorstellen als je weet dat er een lijk bij je in de kast ligt, dat je daar niet naast gaat liggen slapen.
Roy: Ik weet het niet.

Jonathan was die week in Januari 2007 bij de politie als vermist opgegeven door zijn werkgever, op verzoek van zijn moeder. Opvallend was dat Roy in de week dat Jonathan vermist was de moeder van Jonathan had gebeld en zo verklaarde de moeder later, hij in verleden tijd had gesproken. 'He was a good guy', had Roy gezegd in het gesprek.

De psychische rapportage van de verdachte had als eindconclusie dat Roy M. verminderd toerekeningsvatbaar is. Hij is in wezen niet agressief en zou problemen vermijden omdat hij door problemen psychisch uit elkaar zou vallen. Bepaalde spanning en stress kan hij niet handelen en zou wel eens kunnen ontploffen. De rechter vroeg daarover: Vertaald, dan kan u toch agressief worden. Herkend u dat? Roy antwoordde: Ja.

Verdachte Paul Mc C. was na een jaar teruggegaan naar Schotland. De politie had steeds gezegd, jij hebt het gedaan. Het was een klap dat hij werd veroordeeld. Achteraf had hij liever in Nederland gebleven dan had hij een groot gedeelte van zijn staf al uitgezeten. Paul: Maar nee, ik heb het gewoon niet gedaan. Ik wou wel verschijnen, maar het OM liet me weten me dan aan te zullen houden. Dat risico wilde ik niet nemen. Het is geen desinteresse naar de familie of de zaak. Ik sta er mee op en ik ga ermee naar bed. Het heeft mijn leven totaal veranderd.

Nu was het tijd voor het pleidooi van zijn raadsvrouwe Mr. Landerloo. Zij omschreef het onderzochte forensische bewijs punt voor punt tegen in een keurig betoog van bijna 40 pagina's. Zoals gezegd heeft Ruben Poppelaars van Forensic Consultancy geholpen bij het tot stand komen van het pleidooi dmv nauwkeurig onderzoek en het uitbrengen van advies aan de sympathieke raadsvrouwe. Hier volgen samengevat de punten uit het pleidooi waar het onderzoek van het forensische adviesbureau zich op toespitste. Mr. Landerloo had deze punt voor punt in volgorde weergeven:

- De maaginhoud:
Alcoholgebruik heeft een vertragende werking op de spijsvertering. Diverse deskundigen beamen dat. Hierdoor kan helemaal niet gezegd worden, zoals de rechtbank construeert, dat het overlijden van Kennedy vlak na 01:45 heeft plaatsgevonden. Het is allerminst een vaststaand feit. Het kan net zo goed diep in de nacht of vroeg in de ochtend geweest zijn.

- Bloedsporen:
Bij een steek in het hart komt het vaker voor dat dit inwendige bloedingen geeft en niet altijd massaal bloedverlies ten gevolge heeft. De aangetroffen sporen werden zichtbaar door luminol te sprayen. Luminol kan bloedverdunningen van 1 : 10.000 al zichtbaar maken. Indien men 1 druppel bloed uitwrijft, zal dus het hele tapijt oplichten bij onderzoek met luminol. De stelling van de rechtbank dat er in het appartement sprake moet zijn geweest van een bloedbad waarvan het opruimen gepaard moet zijn gegaan met veel tijd en lawaai, bestrijdt de verdediging.

- Sleepspoor:
De verdediging stelt, anders dan de rechtbank, dat niet bewezen kan worden dat er een sleepspoor loopt van de keuken tot de kamer (vindplaats lijk in kast) loopt, aangezien er geen DNA-profiel kon worden gemaakt van de bloedvlek waar het spoor naar toe zou leiden. Van een vorige bewoner, ene Macrae, zijn op 5 plaatsen bloedsporen aangetroffen. Hij woont daar al jaren niet meer. Kennelijk kun je dus jaren later nog bloedsporen aantreffen. Er kan dus niet vanuit woden gegaan dat het gevonden bloed van Kennedy is. De politie verbindt aan verschillende plaatsen waar bloed is aangetroffen de term 'sleepspoor'. Er is echter geen DNA-profiel van bekend. Hoe men er dus bij komt dat dit bloed van Kennedy zou zijn, is de verdediging een raadsel.

- Bloed op sok en schoen cliënt:
Gevonden bloed aan de binnenkant van de sok van cliënt Mc C. zegt helemaal niets over betrokkenheid bij de dood van Kennedy aangezien Mc C. op de 'plaats delict' woonde en het bloed daar op verschillende manier kan zijn gekomen met aan en uit trekken van sokken en schoenen. Dus zoals de rechtbank stelt dat het niet waarschijnlijk is dat bloed per ongeluk op de sok/schoenen is gekomen omdat cliënt heeft verklaard dat hij geen bloed heeft gezien, volgt de verdediging niet. Het kan heel goed zijn dat er wel bloed lag, maar dat cliënt dit niet heeft gezien en er doorheen is gewandeld. Het is raarder als je bloed zou zien liggen en er alsnog doorheen wandeld. Het is een niet aannemelijk scenario dat cliënt bloed op zijn sokken/schoenen krijgt en daar weken mee door blijft lopen zonder sokken te wassen en schoenen schoon te maken. Dat hij niet wist dat er bloed op zat is vele malen aannemelijker.

- Emmer en spons:
Het staat niet vast of dat er met een schuursponsje bloed is opgeruimd door Mc C. Het is de verdediging een groot raadsel hoe de rechtbank erbij komt dat dat onderzoek uitwijst dat er bloed van Kennedy is aangetroffen in de emmer. De stelling dat de emmer en spons zijn gebruikt bij het wegwerken van bloed van Kennedy is nergens op gebaseerd. Er is wel DNA van Mc C. aangetroffen op het sponsje, maar ook van een ander, en het zegt uiteraard helemaal niets over betrokkenheid bij de dood van Kennedy. Zijn bloed is immers juist niet aangetroffen in de emmer.

- Gebroken middenhandsbeentje:
De rechtbank verbindt de conclusie dat Mc C. de ware toedracht van het gebroken middenhandsbeentje verborgen wilde houden. Cliënt wilde de ware toedracht verborgen houden omdat hij niet wilde dat aan het licht zou komen dat hij Kennedy heeft geslagen. Uit onderzoek van de patholoog is echter vast komen te staan dat hematomen aan het hoofd op geen enkele wijze van invloed zijn geweest op de dood van Kennedy.

Verder ging Mr. Landerloo in op verschillende literatuur en jurisprudentie. De conclusie is dat er op basis van de bewijsmiddelen niet is vast te stellen wat zich precies in het appartement heeft afgespeeld. In het licht van de voornoemde jurisprudentie is het absoluut onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplegen van moord c.q. doodslag c.q. zware mishandeling met de dood tot gevolg. Het door haar cliënt geschetste scenario is gelet op verklaringen van deskundigen mogelijk en geenszins uit te sluiten. Mc C. dient volgens Mr. Landerloo dan ook te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde varianten levensdelicten.

Het laatste woord van verdachte Roy M.:
Ik wil sorry zeggen tegen mevrouw Kennedy. Ik weet niet wat er is gebeurd. Meer kan ik niet zeggen. Alleen dat het me erg spijt.

Rechtbank: We gaan er erg goed over nadenken. Uitspraak is op 22 April om 09:30.

Door Bondtehond

woensdag 24 maart 2010

'Het OM zal naar wij verwachten met ons het naadje van de kous willen weten'

In de Bunker te Osdorp werd gisteren ingegaan op de verklaringen van Peter La Serpe, oa door het Openbaar Ministerie. Daarnaast kwamen respectievelijk de raadslieden Mr. Nico Meijering en Mr. Sander Janssen aan het woord. Mr. Nico Meijering hield als eerste een uitgebreid betoog wat zo'n 2 uur in beslag nam. Kern van de zaak was hetgeen Peter La Serpe vorige zitting dmv 4 verklaringen had aangedragen. Zijn ontevredenheid over de gang van zaken was daarin duidelijk. Vooral het OM en TGB (Team Getuige Bescherming) moesten het in zijn verklaringen ontgelden. Bij velen roept dit vragen op. Is dit een zoveelste poging zijn financiële situatie te verbeteren, zijn detentieomstandigheden, de veiligheid van zowel hemzelf als zijn familie, of wil La Serpe 'gewoon' helemaal onder zijn straf uitkomen? Vast staat dat de kroongetuige vastberaden is te vechten voor de rechten die hij denkt te hebben en/of juist zijn geschonden door TGB en/of OM. De raadslieden van de hoofdverdachten stonden tot nu toe lijnrecht tegenover de kroongetuige en zijn in hun ogen leugenachtige verklaringen. Nu echter lijken beide partijen wel (tijdelijk?) door 1 deur te kunnen, en sluiten de raadslieden zich aan bij de onderzoekswensen van Peter La Serpe.


Wat volgt zijn een aantal belangrijke punten uit het forse betoog van Mr. Nico Meijering, de raadsman van Ali Akgün. Hierin kwam bijna aan het begin naar voren dat hij zich wel kon voorstellen wat voor standpunten het OM zou innemen.
- La Serpe is teleurgesteld vanwege kennelijke misverstanden die bij hem zijn gerezen.
- Er kan niet ingegaan worden op het Getuige Bescherming Traject vanwege de veiligheid.
- De GBT-deal dient volkomen los te worden gezien van de OM-deal.
En daarom zal er volgens het OM:
- Geen gevolg moeten worden gegeven aan de geuitte onderzoekswensen en gewoon voort gegaan moeten worden.
- Gewoon gebruik gemaakt kunnen worden van alle verklaringen die tot nu toe door La Serpe zijn afgelegd.

Opvallend was dat de reactie van het OM eerder die ochtend inderdaad overeenkwam met deze voorspelde punten.
Meijering: Wat het OM vermoedelijk niet zal doen is aankondigen dat vanwege de weigering van La Serpe om verder te verklaren:
- het OM zich niet meer gehouden acht aan de toezeggingen om de helft van de 16 jaar gevangenisstraf te eisen.
- La Serpe vervolgd zal worden voor het misdrijf van artikel 192 lid 2 Sr. dat tegelijk ingevoerd is met de kroongetuigeregeling en dat uitdrukkelijk dergelijke weigering strafbaar stelt.

Het OM zal immers de onstane escalatie nog niet verder willen laten escaleren en heeft in beginsel ook nauwelijks belang bij een stevige vervolging van en confrontatie met La Serpe: zolang maar het proces tegen de andere verdachten zo rimpelloos mogelijk kan worden afgerond. Overigens ben ik met het voorgaande uitgegaan van de optie dat het OM dit keer niet de afgelopen periode na de vorige zitting heeft kunnen benutten om alsnog er uit te komen met La Serpe. Men zal het ongetwijfeld op alle mogelijke manieren geprobeerd hebben, maar het zag er toch wel ernstig uit gezien de stevige bewoordingen waarin La Serpe zijn punt heeft willen maken.

Maar zelfs al zou men er weer samen uitgekomen zijn, de verklaringen die door La Serpe vorige week zijn afgelegd, nopen tot een diepgaand onderzoek in het belang van de verdediging van de cliënten. Gelet op de inhoud van de verklaringen kan immers vastgesteld worden dat thans zich een totaal andere situatie voordoet, dan de situatie die was ontstaan in het voorjaar van vorig jaar. Het vorig jaar onstane debat is uiteindelijk gedooft in enerzijds het presenteren door het OM van een proces-verbaal van de TGB-officieren Verwiel en Maan, en anderzijds dat er niet afgegaan kon worden op signalen die in de media klonken en die erop wezen dat La Serpe een riante financiële regeling toegezegd had gekregen om zijn toekomst en veiligheid zelf te regelen. La Serpe zelf deed het zwijgen ertoe, hoewel zijn raadsman bijvoorbeeld wel al voorzichtig liet weten dat de verschillen van inzicht "niet zozeer lagen op financiële", maar meer op andere onderdelen. "Niet zozeer" dus toen, maar kennelijk dan toch wel een beetje.....

Het grote verschil met dat voorjaar is dat thans La Serpe wel uitgebreid aan het woord is geweest over onderhandelingen, terwijl zijn raadsman daaromtrent ook geen misverstanden heeft laten ontstaan. Door de verklaringen van La Serpe en hetgeen betoogd is door zijn raadsman is er thans inzicht verkregen in:
- de inhoud van die onderhandelingen.
- de momenten waarop die onderhandelingen zijn gevoerd, en
- wie die onderhandelingen hebben gevoerd.

Vanwege die inzichten kan geconcludeerd worden, zeker zolang de verklaringen van La Serpe niet door het OM weersproken/betwist worden, dat meer aannemelijk is geworden dat in strijd met een tweetal geboden, niet toelaatbare toezeggingen zijn gedaan. Gedoeld wordt op de niet toelaatbare toezegging zoals uitdrukkelijk vermeld in de Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken onder 4 en 8. Ik heb ze hier vet gemaakt.

Niet toelaatbare toezeggingen:
4 - het geven van financiële beloning.
8 - het treffen van getuigenbeschermingsmaatregelen, anders dan de toezegging dat de officier van justitie zal bevorderen dat zo nodig maatregelen ter bescherming van de getuigen in opdracht van het College van Procureurs-generaal op grond van het besluit getuigenbescherming zullen worden getroffen.

Daar waar in het voorjaar van 2009 reeds sterke aanwijzingen waren dat mogelijk sprake is geweest van het (verkapt) geven van een financiële beloning, kan thans op basis van hetgeen vorige week bekend is geworden, vastgesteld worden dat daartoe nog sterkere aanwijzingen in beeld zijn gekomen, terwijl er thans even sterke aanwijzingen zijn dat toezeggingen tot het treffen van getuigenbeschermingsmaatregelen zijn gedaan anders dan toegestaan. Daar komt bij dat die twee verboden toezeggingen in elkaar grijpen en elkaar versterken. Immers, de kennelijke, volgens La Serpe en zijn raadsman, bestaande financiële component van de (toegezegde) beschermingsmaatregelen, maat dat, nu volgens hen de toezeggingen ter zake zijn gedaan vóór het sluiten van de deal en het afleggen van de verklaringen, des te meer kan worden aangenomen dat zulks als een financiële beloning door La Serpe kan zijn opgevat.

De belangen van de cliënten zijn dan ook evident als het gaat om de geuitte onderzoekswensen, teneinde de spreekwoordelijke onderste steen boven te krijgen.

De raadsman kwam verder met ontzettend veel passages uit de verklaringen van La Serpe, waaruit een aantal keren blijkt dat de kroongetuige spreekt van 'een tegenprestatie'.

Meijering: Zo is daar verder het citaat waar La Serpe met zoveel woorden spreekt van een 'tegenprestatie' die van hem werd verwacht en wel dat hij zijn 'handtekening onder de OM-deal, de kluisverklaringen zou zetten en zich maximaal zou inspannen bij het getuigen ansich'. Deze tegenprestatie stond tegenover "de inzet van de Staat dat zij voor zijn veiligheid zouden zorgen en hij genoeg geld zou krijgen om een nieuwe veilige toekomst te beginnen"

Mr. Meijering: Gelet op de aangehaalde uitspraken van La Serpe en zijn raadsman van vorige week maandag en mede gelet op het feit dat tot op heden, bij het opstellen van deze pleintnota, die uitspraken niet door het OM betwist zijn, is er alle reden om de kennelijke gemaakte afspraken rondom 'genoeg geld voor La Serpe om een nieuwe veilige toekomst te beginnen'; 'een financiële toekomst' en een 'financiële deal', naast de kennelijk voortijdig gemaakte afspraken rondom toekomstige veiligheid, in volle omvang tegen het licht te houden door de gevraagde getuigen te horen en de gevraagde stukken te produceren. (hier genoemd)

De te horen betrokkene, zoals toenmalig CIE-officier Mr. Sander de Haas, was betrokken bij de OM-dealtraject en had zich derhalve verre van het TGB-traject moeten houden. Dit is niet conform de geldende regelgeving, of volgens Meijering, het is daar totaal mee in strijd. Volgens verklaringen door De Haas afgelegd bij de Rechter-Commissaris op verzoek van Mr. Sander Janssen zou hij totaal buiten de deal zijn gebleven, dit staat echter haaks op wat La Serpe er een aantal keren over heeft gezegd. Die zegt o.a 'de TGB-deal rond Kerst 2006 met CIE-officier Sander de Haas te hebben gesloten'. Het moge dus duidelijk zijn dat hier klaarheid dient te komen en dat we tot op de vierkante millimeter moeten weten hoe het zit. Slechts een van de twee, La Serpe of De Haas, kan de waarheid aan zijn zijde hebben. Volledige opheldering dient hier te komen, aldus Mr. Meijering.

Tot slot.
Meijering: Gelet op hetgeen er thans allemaal boven water is gekomen vertrouwen wij erop dat dit OM met ons de onderste steen boven zal willen hebben. Vooral ook, nu mogelijk de Amsterdamse CIE-collega De Haas zijn bevoegdheden te buiten is gegaan voor zover het betreft het zojuist aangehaalde, door Mr. De Wind benadrukte, verbod om toezeggingen te doen dat beschermingsmaatregelen getroffen zullen worden in het kader van de overeenkomst. Het OM zal naar wij verwachten met ons het naadje van de kous willen weten, zeker nu het OM volgens de wetsgeschiedenis ter terechtzitting gehouden is volledige openheid van zaken te geven met betrekking tot de feiten en omstandigheden die van belang zijn geweest voor de totstandkoming van de overeenkomst.

Uw rechtbank wordt verzocht de hiervoor geuitte verzoeken tot onderzoek toe te wijzen.

6 April gaat het proces verder.

Door Bondtehond

'Vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter'

In het grote liquidatieproces hebben we te maken met een aantal briljante advocaten. De jonge raadsman Mr. Sander Janssen is daar een van. Samen met Mr. Paul Waarts verdedigt hij een van de hoofdverdachten,  Jesse Remmers. In de rechtszaal kenmerkt de raadsman zich dmv vlammende betogen. Iedereen is het er over eens in de wandelgangen van de bunker, Sander Janssen is een goeie. Gistermiddag, kort na de middagpauze, kwam de financiële zijde van de deal welke de kroongetuige Peter La Serpe volgens zijn verklaring zou hebben bedongen in de besproken intentieverklaring alvorens tot een deal te komen . Zo'n financiële vergoeding voor verklaringen is in de wet niet toegestaan. Geen wonder dat de raadsman van Jesse zich hierin vastbijt als een pittbull in zijn prooi en de onderste steen boven wil krijgen. Of deze vergoeding nou is om La Serpe's eigen veiligheid te regelen, of om op een tropisch eiland te kunnen gaan wonen, doet er niet zoveel toe. Maw geld is geld. Hier het samengevatte betoog van Mr. Sander Janssen:


Mr. Sander Janssen: Uiteindelijk zal het in deze zaak met name gaan om de vraag hoe Uw rechtbank de term “beloning” zoals deze genoemd wordt in de wetgeschiedenis en in de Aanwijzing waardeert. Het gaat er in deze zaak om wat nu het onderscheid is tussen die beloning enerzijds, die volgens het Openbaar Ministerie niet aan de heer La Serpe is toegezegd, en de financiële consequenties van de getuigenbescherming anderzijds. Daarover zal de rechtbank een oordeel moeten geven en ten behoeve van dat oordeel is het noodzakelijk dat de rechtbank er van op de hoogte is welke bedrag onder welke voorwaarden nu aan de heer La Serpe is toegezegd. Immers hoe kan de rechtbank een beslissing nemen over dit punt wanneer zij inhoudelijk niet op de hoogte is gesteld?

Daarbij moet worden benadrukt, dat uit de wetsgeschiedenis en uit de genoemde Aanwijzing overduidelijk blijkt dat de Officier van Justitie geacht wordt volledige openheid van zaken te geven over hetgeen aan de kroongetuige is toegezegd. Zie de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, pagina 7, waar gesproken wordt over het moeten verstrekken van volledige openheid over de inhoud van de gemaakte afspraak. Zie ook de reactie van de Minister op de Nota naar aanleiding van het verslag, waarin staat te lezen dat er van uit werd gegaan dat “alle afspraken in detail worden vastgelegd en dat het verzwijgen van onderdelen daarvan onder omstandigheden tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie kan leiden.” Zie tot slot ook punt 7.8 van de Aanwijzing, waarin deze wetsgeschiedenis wordt bevestigd en waarin eveneens staat dat de Officier van Justitie ter terechtzitting “volledige opening van zaken met betrekking tot de feiten en omstandigheden die van belang zijn geweest voor de totstandkoming van de overeenkomst” geeft.

In het licht van deze wetsgeschiedenis is evident dat de contacten die La Serpe zegt te hebben gehad met de CIE-officier De Haas en de daarbij gemaakte afspraken transparant gemaakt moeten worden ten behoeve van het op een juiste wijze kunnen beoordelen van de tot stand gekomen overeenkomst. In zijn proces-verbaal sluit De Haas ook niet ondubbelzinnig uit dat er geen financiële zaken aan de orde zouden zijn gesteld, zoals La Serpe dat beweert. Hij sluit slechts uit dat hij een financiële overeenkomst met La Serpe heeft gesloten, maar dat is natuurlijk ook niet gebeurd. De Haas heeft de wensen van La Serpe, ook volgens zijn eigen proces-verbaal, doorgegeven aan Van der Bel (waarbij overigens niet blijkt hoe hij dat gedaan heeft of wanneer, op welke wijze, of daarbij schriftelijke stukken zijn verstrekt, etc.) en Van der Bel is vervolgens tot de schriftelijke intentieverklaring met La Serpe gekomen. Dat De Haas vervolgens niets gedaan zou hebben met de met La Serpe gemaakte afspraken is natuurlijk volstrekt ondenkbaar, waarbij vooral niet vergeten moet worden dat diezelfde De Haas ná het tot stand brengen van de intentieverklaring tussen Van der Bel en La Serpe de OM-deal met La Serpe heeft gesloten. Daarbij is het ook bepaald verbazend dat de Haas hier nooit eerder openheid van zaken over heeft gegeven, dit terwijl hij niet minder dan 4 keer uitgebreid is gehoord bij de rechter-commissaris.

Als u op die wijze de volgorde der dingen beschouwt is volstrekt helder dat de intentieverklaring van het TGB en de gesloten OM-deal niet los van elkaar gezien kunnen worden, zoals La Serpe ook steeds verklaard heeft dat deze voor hem één en hetzelfde pakket waren. Eerst is er het gesprek begin december tussen De Haas en La Serpe, waarbij De Haas volgens zijn eigen proces-verbaal overeenstemming bereikt met La Serpe over een aantal voorwaarden waaronder deze zou willen verklaren. Vervolgens wordt die informatie doorgespeeld naar Van der Bel, die op 23 januari 2007 de goedkeuring van de Minister krijgt en de afspraken neerlegt in een intentieverklaring waar La Serpe mee akkoord gaat. Daarna volgt dan de OM-deal welke door De Haas namens het Openbaar Ministerie wordt getekend en welke op 31 januari door het College van Procureurs-Generaal wordt goedgekeurd. Overigens heeft de verdediging van de heer Remmers in de stukken ook nog andere aanwijzingen gevonden dat die OM-deal wel degelijk aangevuld of gewijzigd of beïnvloed is door de intentieverklaring die met het TGB is gesloten, maar dat houd ik op dit moment nog even voor me.

In ieder geval is op basis van al het voorgaande helder, dat het door het Openbaar Ministerie steeds gemaakte onderscheid tussen de intentieverklaring waarin met La Serpe bepaalde afspraken zijn gemaakt enerzijds en de kort daarop gesloten OM-deal anderzijds, volstrekt fictief is. Het hoort onlosmakelijk bij elkaar, en zonder die intentieverklaring zou La Serpe nooit de OM-deal hebben gesloten, zoals La Serpe zelf ook telkens zegt en zoals de Officier van Justitie hier vandaag ter zitting ook erkent. Daarbij moet bedacht worden dat er in dit geval sprake was van een uitzonderlijke situatie waarin de heer La Serpe voorafgaand aan het tekenen van de OM-deal duidelijkheid en zekerheid eiste ten aanzien van de maatregelen die na afloop van zijn zaak voor hem zouden worden getroffen, en de voorwaarden waaronder hij zijn verdere leven kon inrichten. Zoals hij het vorig jaar op zitting verwoorde: “vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter”. In dat licht is het ook niet vreemd dat La Serpe zich nu zo belazerd voelt, nu de in januari 2007 gedane toezeggingen niet worden nagekomen.

Ook voor de zaak van de heer Remmers is deze kwestie wel degelijk van belang. Immers, uw rechtbank zal in zijn algemeenheid de rechtmatigheid van het bewijsmateriaal dienen te toetsen. Dat geldt in het bijzonder voor de deal met La Serpe, welke blijkens wederom de memorie van toelichting en de literatuur, in de zaken van de verdachten die door de kroongetuige wordt beschuldigd door de rechter getoetst diengt te worden. De eventuele onrechtmatigheid van die overeenkomst tussen het Openbaar Ministerie en La Serpe als gevolg van misleiding of dwaling of wat dan ook, is dus zeker niet alleen relevant in de zaak van La Serpe, maar tevens in die van de heer Remmers en de overige medeverdachten.

Overigens ben ik van oordeel dat het wenselijk zou zijn dat La Serpe meer handen en voeten zou geven aan zijn stelling dat er financiële afspraken zijn gemaakt, en dat deze niet zijn nagekomen. Er is vandaag zeer veel gesproken over deze kwestie en in de visie van de verdediging is het evident dat er aan La Serpe bepaalde financiële toezeggingen zijn gedaan, maar het zou met het oog op het uit te voeren onderzoek wenselijk zijn wanneer La Serpe daarover nader zou willen verklaren. Hij zou in deze helderheid kunnen verschaffen, maar mogelijk dat er belangen voor hem spelen om die vooralsnog niet te geven.

Los van een eventuele verklaring van La Serpe is de verdediging van oordeel dat het navolgende onderzoek in ieder geval op korte termijn zou moeten plaatsvinden:
-Het horen van CIE-officier De Haas over de door hem gevoerde onderhandelingen in december 2006, de totstandkoming van de OM-deal en de invloed van de intentieverklaring daarop.
-Het horen van TGB-officier Van der Bel over de contacten die hij had met De Haas, de onderhandelingen met La Serpe over de intentieverklaring en de totstandkoming van die intentieverklaring in januari 2007.
-Zo nodig: het horen van de twee CIE’ers die aanwezig waren bij het gesprek tussen De Haas en La Serpe op 12 december 2006.
-Het horen van de TGB’ers aanwezig bij het bereiken van een overeenstemming over de intentieverklaring op 17 januari 2007 zoals Van der Bel dit omschrijft in zijn proces-verbaal bij punt 5.
-Het toevoegen van de intentieverklaring van het TGB van januari 2007 aan de stukken, inclusief de verdere uitwerking van die intentieverklaring zoals deze op 2 juni 2009 tot stand is gekomen en de daarbij behorende gedraginstructie. Het is evident dat deze stukken van doorslaggevend belang zijn voor een juiste beoordeling van de totstandkoming van de OM-deal, welke OM-deal aan de basis ligt van dit hele proces, en er zijn ook redelijkerwijs geen redenen te bedenken waarop die stukken niet aan het dossier toegevoegd zouden kunnen of moeten worden. Zouden daar al specifieke punten in zijn opgenomen die de veiligheid van La Serpe zouden kunnen raken, dan kan het voegen van deze stukken middels de Rechter-Commissaris plaatsvinden, die de betreffende passages dan kan verwijderen. Dank u.

Vanavond nog de samenvatting van het betoog van Mr. Nico Meijering, raadsman van Ali Akgün.

Door Bondtehond