Google+ Google+ Bondtehond bij het liquidatieproces: 'Vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter' Google+

woensdag 24 maart 2010

'Vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter'

In het grote liquidatieproces hebben we te maken met een aantal briljante advocaten. De jonge raadsman Mr. Sander Janssen is daar een van. Samen met Mr. Paul Waarts verdedigt hij een van de hoofdverdachten,  Jesse Remmers. In de rechtszaal kenmerkt de raadsman zich dmv vlammende betogen. Iedereen is het er over eens in de wandelgangen van de bunker, Sander Janssen is een goeie. Gistermiddag, kort na de middagpauze, kwam de financiële zijde van de deal welke de kroongetuige Peter La Serpe volgens zijn verklaring zou hebben bedongen in de besproken intentieverklaring alvorens tot een deal te komen . Zo'n financiële vergoeding voor verklaringen is in de wet niet toegestaan. Geen wonder dat de raadsman van Jesse zich hierin vastbijt als een pittbull in zijn prooi en de onderste steen boven wil krijgen. Of deze vergoeding nou is om La Serpe's eigen veiligheid te regelen, of om op een tropisch eiland te kunnen gaan wonen, doet er niet zoveel toe. Maw geld is geld. Hier het samengevatte betoog van Mr. Sander Janssen:


Mr. Sander Janssen: Uiteindelijk zal het in deze zaak met name gaan om de vraag hoe Uw rechtbank de term “beloning” zoals deze genoemd wordt in de wetgeschiedenis en in de Aanwijzing waardeert. Het gaat er in deze zaak om wat nu het onderscheid is tussen die beloning enerzijds, die volgens het Openbaar Ministerie niet aan de heer La Serpe is toegezegd, en de financiële consequenties van de getuigenbescherming anderzijds. Daarover zal de rechtbank een oordeel moeten geven en ten behoeve van dat oordeel is het noodzakelijk dat de rechtbank er van op de hoogte is welke bedrag onder welke voorwaarden nu aan de heer La Serpe is toegezegd. Immers hoe kan de rechtbank een beslissing nemen over dit punt wanneer zij inhoudelijk niet op de hoogte is gesteld?

Daarbij moet worden benadrukt, dat uit de wetsgeschiedenis en uit de genoemde Aanwijzing overduidelijk blijkt dat de Officier van Justitie geacht wordt volledige openheid van zaken te geven over hetgeen aan de kroongetuige is toegezegd. Zie de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, pagina 7, waar gesproken wordt over het moeten verstrekken van volledige openheid over de inhoud van de gemaakte afspraak. Zie ook de reactie van de Minister op de Nota naar aanleiding van het verslag, waarin staat te lezen dat er van uit werd gegaan dat “alle afspraken in detail worden vastgelegd en dat het verzwijgen van onderdelen daarvan onder omstandigheden tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie kan leiden.” Zie tot slot ook punt 7.8 van de Aanwijzing, waarin deze wetsgeschiedenis wordt bevestigd en waarin eveneens staat dat de Officier van Justitie ter terechtzitting “volledige opening van zaken met betrekking tot de feiten en omstandigheden die van belang zijn geweest voor de totstandkoming van de overeenkomst” geeft.

In het licht van deze wetsgeschiedenis is evident dat de contacten die La Serpe zegt te hebben gehad met de CIE-officier De Haas en de daarbij gemaakte afspraken transparant gemaakt moeten worden ten behoeve van het op een juiste wijze kunnen beoordelen van de tot stand gekomen overeenkomst. In zijn proces-verbaal sluit De Haas ook niet ondubbelzinnig uit dat er geen financiële zaken aan de orde zouden zijn gesteld, zoals La Serpe dat beweert. Hij sluit slechts uit dat hij een financiële overeenkomst met La Serpe heeft gesloten, maar dat is natuurlijk ook niet gebeurd. De Haas heeft de wensen van La Serpe, ook volgens zijn eigen proces-verbaal, doorgegeven aan Van der Bel (waarbij overigens niet blijkt hoe hij dat gedaan heeft of wanneer, op welke wijze, of daarbij schriftelijke stukken zijn verstrekt, etc.) en Van der Bel is vervolgens tot de schriftelijke intentieverklaring met La Serpe gekomen. Dat De Haas vervolgens niets gedaan zou hebben met de met La Serpe gemaakte afspraken is natuurlijk volstrekt ondenkbaar, waarbij vooral niet vergeten moet worden dat diezelfde De Haas ná het tot stand brengen van de intentieverklaring tussen Van der Bel en La Serpe de OM-deal met La Serpe heeft gesloten. Daarbij is het ook bepaald verbazend dat de Haas hier nooit eerder openheid van zaken over heeft gegeven, dit terwijl hij niet minder dan 4 keer uitgebreid is gehoord bij de rechter-commissaris.

Als u op die wijze de volgorde der dingen beschouwt is volstrekt helder dat de intentieverklaring van het TGB en de gesloten OM-deal niet los van elkaar gezien kunnen worden, zoals La Serpe ook steeds verklaard heeft dat deze voor hem één en hetzelfde pakket waren. Eerst is er het gesprek begin december tussen De Haas en La Serpe, waarbij De Haas volgens zijn eigen proces-verbaal overeenstemming bereikt met La Serpe over een aantal voorwaarden waaronder deze zou willen verklaren. Vervolgens wordt die informatie doorgespeeld naar Van der Bel, die op 23 januari 2007 de goedkeuring van de Minister krijgt en de afspraken neerlegt in een intentieverklaring waar La Serpe mee akkoord gaat. Daarna volgt dan de OM-deal welke door De Haas namens het Openbaar Ministerie wordt getekend en welke op 31 januari door het College van Procureurs-Generaal wordt goedgekeurd. Overigens heeft de verdediging van de heer Remmers in de stukken ook nog andere aanwijzingen gevonden dat die OM-deal wel degelijk aangevuld of gewijzigd of beïnvloed is door de intentieverklaring die met het TGB is gesloten, maar dat houd ik op dit moment nog even voor me.

In ieder geval is op basis van al het voorgaande helder, dat het door het Openbaar Ministerie steeds gemaakte onderscheid tussen de intentieverklaring waarin met La Serpe bepaalde afspraken zijn gemaakt enerzijds en de kort daarop gesloten OM-deal anderzijds, volstrekt fictief is. Het hoort onlosmakelijk bij elkaar, en zonder die intentieverklaring zou La Serpe nooit de OM-deal hebben gesloten, zoals La Serpe zelf ook telkens zegt en zoals de Officier van Justitie hier vandaag ter zitting ook erkent. Daarbij moet bedacht worden dat er in dit geval sprake was van een uitzonderlijke situatie waarin de heer La Serpe voorafgaand aan het tekenen van de OM-deal duidelijkheid en zekerheid eiste ten aanzien van de maatregelen die na afloop van zijn zaak voor hem zouden worden getroffen, en de voorwaarden waaronder hij zijn verdere leven kon inrichten. Zoals hij het vorig jaar op zitting verwoorde: “vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter”. In dat licht is het ook niet vreemd dat La Serpe zich nu zo belazerd voelt, nu de in januari 2007 gedane toezeggingen niet worden nagekomen.

Vervolg van Crimesite:

Ook voor de zaak van de heer Remmers is deze kwestie wel degelijk van belang. Immers, uw rechtbank zal in zijn algemeenheid de rechtmatigheid van het bewijsmateriaal dienen te toetsen. Dat geldt in het bijzonder voor de deal met La Serpe, welke blijkens wederom de memorie van toelichting en de literatuur, in de zaken van de verdachten die door de kroongetuige wordt beschuldigd door de rechter getoetst diengt te worden. De eventuele onrechtmatigheid van die overeenkomst tussen het Openbaar Ministerie en La Serpe als gevolg van misleiding of dwaling of wat dan ook, is dus zeker niet alleen relevant in de zaak van La Serpe, maar tevens in die van de heer Remmers en de overige medeverdachten.

Overigens ben ik van oordeel dat het wenselijk zou zijn dat La Serpe meer handen en voeten zou geven aan zijn stelling dat er financiële afspraken zijn gemaakt, en dat deze niet zijn nagekomen. Er is vandaag zeer veel gesproken over deze kwestie en in de visie van de verdediging is het evident dat er aan La Serpe bepaalde financiële toezeggingen zijn gedaan, maar het zou met het oog op het uit te voeren onderzoek wenselijk zijn wanneer La Serpe daarover nader zou willen verklaren. Hij zou in deze helderheid kunnen verschaffen, maar mogelijk dat er belangen voor hem spelen om die vooralsnog niet te geven.

Los van een eventuele verklaring van La Serpe is de verdediging van oordeel dat het navolgende onderzoek in ieder geval op korte termijn zou moeten plaatsvinden:
-Het horen van CIE-officier De Haas over de door hem gevoerde onderhandelingen in december 2006, de totstandkoming van de OM-deal en de invloed van de intentieverklaring daarop.
-Het horen van TGB-officier Van der Bel over de contacten die hij had met De Haas, de onderhandelingen met La Serpe over de intentieverklaring en de totstandkoming van die intentieverklaring in januari 2007.
-Zo nodig: het horen van de twee CIE’ers die aanwezig waren bij het gesprek tussen De Haas en La Serpe op 12 december 2006.
-Het horen van de TGB’ers aanwezig bij het bereiken van een overeenstemming over de intentieverklaring op 17 januari 2007 zoals Van der Bel dit omschrijft in zijn proces-verbaal bij punt 5.
-Het toevoegen van de intentieverklaring van het TGB van januari 2007 aan de stukken, inclusief de verdere uitwerking van die intentieverklaring zoals deze op 2 juni 2009 tot stand is gekomen en de daarbij behorende gedraginstructie. Het is evident dat deze stukken van doorslaggevend belang zijn voor een juiste beoordeling van de totstandkoming van de OM-deal, welke OM-deal aan de basis ligt van dit hele proces, en er zijn ook redelijkerwijs geen redenen te bedenken waarop die stukken niet aan het dossier toegevoegd zouden kunnen of moeten worden. Zouden daar al specifieke punten in zijn opgenomen die de veiligheid van La Serpe zouden kunnen raken, dan kan het voegen van deze stukken middels de Rechter-Commissaris plaatsvinden, die de betreffende passages dan kan verwijderen. Dank u.

Vanavond nog de samenvatting van het betoog van Mr. Nico Meijering, raadsman van Ali Akgün.

Door Bondtehond

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen

Aangepast zoeken