De veelbesproken halfbloed Surinamer/Nederlander Dino Soerel zat geruime tijd ondergedoken op een adres aan de Rozengracht in Amsterdam-centrum. Zijn arrestatie was groot nieuws. De superlatieven vlogen je om de oren de afgelopen jaren. De Koning, een kopstuk, zelfs de allerhoogste 'baas van de onderwereld' werd hij genoemd in de media. Soerel zou zeker hoger in de pikorde van de onderwereld staan dan zijn vermeende goede vriend en beweerde partner in crime Willem Holleeder.
Maar kloppen dergelijke beweringen wel? Er is zoveel over gezegd en geschreven dat het soms moeilijk is je aan de beeldvorming rond Dino Soerel te ontrekken. Voor de gemiddelde nieuwslezer zal het wellicht niet meer zo eenvoudig zijn een objectief beeld te vormen van een persoon die jarenlang in de pers is afgeschilderd als zijnde dé opdrachtgever van menig onderwereld-liquidatie. Daarnaast zou Soerel de spil zijn geweest in een drugsbende en werd hij daarvoor in eerste aanleg veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf. Het Hoger beroep loopt nog in die zaak 'Zuil'. Ook dit laatste feit helpt mischien niet echt mee dat kwade etiket los te weken van de persoon die sinds twee dagen veelvuldig aan het woord is in de Osdorpse bunker.
Maar is dit terecht? Zullen we niet beter eerst naar keiharde bewijzen kijken? Zijn die er überhaupt wel? Vragen die bij menigeen, vreemde, kennis, vriend en/of zelfs vijand zeker zullen zijn opgekomen.Vooralsnog lijkt het er echter op dat die bewijzen, zo die er zijn, flinterdun te noemen zijn. Dit is niet een persoonlijke mening, maar puur de feitelijke mening van een groot aantal mensen die ik sprak voor, maar vooral tijdens het Passageproces. De beschuldigingen zijn voornamelijk gebaseerd op dezelfde getuigenis van een kroongetuige die toch erg sterk in twijfel wordt getrokken. Het moet dan ook welhaast een opluchting zijn voor een verdachte als Soerel om een weerwoord te kunnen geven nadat je door niet nader te noemen media al min of meer bent veroordeeld.
Over media en beeldvorming gesproken. De kroongetuige zou, naar eigen zeggen gisteren op zitting, bijna een keer zijn opgehaald in Wilnis door Jesse Remmers. 'Oh nee hè', zou Jesse echter gezegd hebben, nadat hij zag dat Peter La Serpe zo stoned als een garnaal was terwijl Jesse net met hem naar Willem Holleeder wilde rijden die Thomas van der Bijl aan zou wijzen in de Hallen. Want als Peter eenmaal geblowd had, deed ie zoals gewoonlijk helemaal niks meer. Er zou die dag dus niets meer van komen.
Hij kende Willem niet persoonlijk, maar Jesse 'was bezig hem te verkopen'. Met andere woorden, Jesse zou bij Willem voor hem hebben ingestaan, waardoor Holleeder de voor hem onbekende huurmoordenaar voor de volle 100% zou hebben kunnen vertrouwen om een persoon aan te wijzen die hij opgeruimd wilde hebben. Tja... Het zijn wederom alleen de woorden van La Serpe. En wat daar over gezegd wordt, weten we inmiddels wel.
En Holleeder? Holleeder hoeft zich mijns inziens niet al te druk te maken. Dat is waarschijnlijk nog slecht voor zijn hart ook. Maar ja, sterke staaltjes van publicaties die erg hard bijdragen aan een bepaalde beeldvorming komen intussen al wel weer voorbij. ( *kuch* )Vraag me dan vooral af waar dat verschil van perceptie nou toch vandaan komt, tussen journalisten die niet eens aanwezig waren op de laatste zitting, maar wel alvast weten te vertellen dat Holleeder voorlopig niet op z'n scooter zal rondtoeren. Maar goed, voorlopig moeten we het er maar mee doen. Laat ik verder gaan met de zitting van Dino Soerel.
We gaan kijken naar enkele momenten tijdens de eerste twee dagen van de inhoudelijke behandeling van de zaak Dino Soerel. Een kink in de kabel van de planning leek er vrijdagochtend nog te komen nadat kroongetuige Peter La Serpe donderdag al zand in de raderen begon te strooien. Echter een dreigend wrakingsverzoek is op het laatste moment afgewend nadat het OM een toezegging deed aan de La Serpe en zijn raadsman per punt aan het TGB (Team Getuigen Bescherming) te zullen gaan vragen waar de kroongetuige nu wel of niet over zou mogen praten.
Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars vroeg het OM nog even de feiten te noemen waarvan Soerel wordt verdacht.
OM - Mr. Betty Wind: Soerel wordt verdacht:
- dat hij heeft uitgelokt de liquidatie op Kees Houtman;
- dat hij heeft uitgelokt de liquidatie op Thomas van der Bijl; al dan niet samen met anderen.
- van Art.140, het leiding geven aan een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van liquidaties.
- van het onder zich hebben van valse paspoorten, nl een Brits en een Bulgaars paspoort.
- van het witwassen van gelden, te weten 25.000 euro en 65 Britse ponden.
Mr. Lauwaars gaf een kort overzicht van het behandelplan, liet de aanwezige camera uitzetten en de zitting kon beginnen. (wat volgt zijn samenvattingen van passages uit het verhoor)
Lauwaars: Mijnheer Soerel, u zit al een klein jaar tegenover ons. Eindelijk kunnen we u eens beter leren kennen. U bent aangehouden aan de Rozengracht. Er is huiszoeking gedaan. Er zijn allerlei spullen in beslag genomen, oa een Bulgaars en een Brits paspoort. Één was wel echt, maar met een vervalste bladzijde. Wat deden die daar?
Soerel: Over die paspoorten wil ik mij niet uitlaten. Bij de politie heb ik wel wat verklaard. Ik wil over het geld niets zeggen.
Lauwaars: U wilt dus niets zeggen over de paspoorten?
Soerel: Over de overige zaken wil ik wel wat zeggen.
Rechter: Er is 25.000 euro gevonden in een pak macaroni en 950 euro op een andere plek. Er is informatie van de belasting dat u een kleine UWV-uitkering had. U zou ook een eigen huis hebben.
Soerel: Een eigen huis? Hoorde ik dat goed? Ik heb geen eigen huis. Een huurhuis.
Rechter: 150.000 euro zou dat waard zijn. U heeft niet een koophuis?
Soerel: Nee, haha, nooit gehad. Was het maar waar.
Rechter: Orminda, uw zus, zei dat u vertegenwoordiger in computers was.
Soerel: Dat klopt, maar dat was niet in 2006.
Rechter: U had usb-sticks in een pot completa zitten. Er stond op één stick een deel van het Passage-dossier. Er waren aantekeningen. Hoe kwam u ertoe die te maken?
Soerel: Als ik de usb-sticks in de computer deed, maakte ik aantekeningen. Dat was van de sticks met Passage, maar ook van blaadjes, internet, websites, etc. Als er weer iets op een internetsite zag, schreef ik er weer wat bij. Soms veranderde de visie, maar dan kon ik het voor mezelf een beetje volgen.
De rechter las een zin voor: 'Dit gedeelte van het dossier heb ik niet, maar als jullie dat hebben?' Wat bedoelde u met jullie? Wie?
Soerel: Dat kan ik mij niet goed herinneren.
Rechter: Het lijkt erop dat u het proces volgde en mee wilde denken.
Soerel: Nou nee, ik schreef gewoon mee om het te volgen.
Rechter: Ik wil naar de medeverdachten, hoe en sinds wanneer u die kende? Ali Akgün begin ik mee.
Soerel: Die ken ik via Dick Vrij, vanuit de zomer van 2004. We keken voetbal op een groot scherm.
Rechter: U kwam hem wel tegen in een uitgaansgelegenheid?
Soerel: Jawel.
Rechter: Waar?
Soerel: In Rotterdam, in de Baja Beach Club.
Rechter: Claudia werkte daar toch ook? (vrouw van Ali Akgün)
Soerel: Ik kwam daar medio 2001. Toen zij weg was, kwam ik er pas.
Rechter: Via Dick Vrij zegt u? Had u meer mensen die u kende?
Soerel: Ik ken zoveel mensen.
Rechter: Er zit een verklaring bij van Patrick de M., die zegt dat u bij Moppie Rasnabe over de vloer kwam.
Soerel: Nee, dat is onzin. Ik wist niet eens wie Moppie was. Laat staan dat ik over zijn vloer kwam. Nou, ik had wel es van Moppie gehoord, maar nooit van Moppie Rasnabe of zo. Het zal een keer gezegd zijn in het uitgaansleven, van hé dat is Moppie. Het is betrekkelijk klein in Amsterdam. Je hebt een paar pleinen, zeg maar. Daar zal ik hem mischien een keer gezien hebben.
Rechter: Heeft u wel es bijnamen gehoord van de heer Akgün?
Soerel: Nou, ik noemde hem wel 'de voetballer', maar dat was omdat hij voetbalde.
Rechter: Er zijn taps dat de heer Akgün 'Chemicali' genoemd wordt. In een telefoontje met Ros, daar wordt een code gezegd met 6. Dat staat voor Wamberg nr 6. Het is Power Flush-code. Wat voor contact had u?
Soerel: Gewoon gezellig.
Rechter: Deed u zaken met Akgün?
Soerel: Nee.
Rechter: U heeft wel es gegokt bij hem.
Soerel: Noemt u dat zaken dan? Tja, als u dat zaken noemt....
Rechter: Nou ja, u gokte een keer bij hem?
Soerel: Dat heeft me wel geld gekost, hahaha!
Rechter: Heeft u andere zaken gedaan? Criminele zaken?
Soerel: Nee, nooit.
Rechter: U heeft nooit van zaken gehoord van de heer Akgün?
Soerel: Nee, nooit gehoord. Daar weet ik niks van. We hadden vriendschappelijke omgang. In mijn visie een vriendschappelijke omgang.
Rechter: Er is CIE-info dat u zaken deed.
Soerel: Heb ik gelezen ja, maar daar weet ik niks van.
Rechter: De heer Ros.
Soerel: Die heb ik voor het eerst gezien in de bezoekzaal van Heerhugowaard. Ik was op bezoek bij Danny Kuiters. Dat was een vriend van me. Danny wees hem aan en zei dat hij zat voor de wapenvondst bij Katja Schuurman.
Rechter: En daarna?
Soerel: Daarna kwam hij in december vrij. Hij kwam in Rotterdam. Hij had een vriendin, Lydia. Zij was bevriend met Esther S. We zijn een keer uit eten geweest en op de begrafenis van de vader van de heer Kuiters.
Rechter: U zegt in Heerhugowaard zag u hem voor het eerst. Lydia zegt dat u elkaar van vroeger kent.
Soerel: Dat zegt ie ja. Ik weet niet wat Ros haar heeft verteld. Ik kende hem niet zo lang. Hij kwam volgens mij niet uit Amsterdam. Ik kwam bij de Bulldog en Leidseplein. Ik kende hem toen echter niet.
Rechter: Er is een gesprek met dhr. Ros afgeluisterd in de gevangenis. Maart 2007: "Dino kan hier echt niet komen, want dan krijgt ie heel erg lang. Die heroïne 10 jaar en dan komt er nog meer bij." Paja kent ie heel goed. Hij zegt ook dat ie twee miljoen van u krijgt. Kunt u dat plaatsen?
Soerel: 2 Miljoen? In geen 2 miljoen jaar... Ik weet niet wat voor fantasie hij heeft, maar van mij hoeft hij niets te verwachten. Hij zegt tegen zijn bezoek: 'Pas op, we worden afgeluisterd.' Dan denk ik, waarom laat je dan zulke dingen vallen als je weet dat je afgeluisterd wordt? Of zit er een tactiek achter? Is het tactisch, is het bluf, per ongeluk? Meer weet ik niet. Hij hoeft van mij in ieder geval niets te verwachten. De CIE-info? Ik kan er helemaal niets mee met dat soort informatie.
Rechter: De vrouw van de heer Ros?
Soerel: Daar weet ik niets van.
Rechter: Jesse Remmers, hoe kent u die?
Soerel: Ik ken Jesse via Danny Kuiters. Het zijn geloof ik jeugdvrienden. Op dezelfde manier manier als ik Ros heb ontmoet.
Rechter: De vader van de heer Remmers?
Soerel: Die ken ik niet. We zaten een keer in een gemeenschappelijke ruimte toen ik moest voorkomen. Hij werd opgeroepen. Ik hoorde de naam. Toen dacht ik, oh dat dat is hij.
Rechter: Er zou ene M. zijn van Total Trust, en die zou afgeperst worden.
Soerel: Dat hele verhaal ken ik niet van Total Trust.
Rechter: De heer Burger?
Soerel: Dezelfde als met Moppie. Dezelfde kennis die ik had met Moppie, had ik ook ongeveer met de heer Burger.
Rechter: Bij Sal Meijer zou u hem ontmoet hebben?
Soerel: Nou ik ging een keer een broodje eten en daar zag ik hem. Er zijn maar een paar woorden gevallen, mischien.
Rechter: U zou ooit met hem naar de Zebra Lounge geweest zijn?
Soerel: Nee, hahaha, ik vind het een rare naam. Nee, nooit geweest.
Rechter: De heer Rommy?
Soerel: Nee, nooit ontmoet.
Rechter: Wel eens op een verjaardag geweest?
Soerel: Nee, ik ben nog nooit met Rommy op een verjaardag geweest. Er was een groepje Engelsen, en een Nederlandse man. Ik stond in contact met die Nederlandse man en die stond in contact met hem. Maar verder had ik geen contact.
Rechter: Dan komen we nu bij de heer La Serpe. (samenvatting)
In december '93 hebben de heer La Serpe en Remmers elkaar ontmoet in huis van bewaring Wolvenplein. In '93 kwam de heer La Serpe vrij, in '97 de heer Remmers. In 2001 is het begin van de criminele organisatie. De heer Remmers zou gezegd hebben dat hij de power van Holleeder achter hem had staan en 'dat hij Cor mocht doen'. Dat zou goed zijn voor zijn carrière. Holleeder zei tijdens Kolbak dat hij zich niets kon voorstellen bij dit verhaal. Er zijn u twee liquidaties ten laste gelegd. Andere liquidaties niet, maar behoren wel bij 'criminele organisatie' Arnold Pels en Gerrie Bethlehem behoren niet bij 'criminele organisatie'.
(Mr. Nico Meijering fluisterde wat in het oor van zijn cliënt, waardoor Soerel even werd afgeleid)
Soerel: Kunt u dat herhalen?
Rechter: Hoorde u het niet? Arnold Pels en Gerrie Bethlehem, die behoren niet bij 'criminele organisatie'.
Soerel: Over de zaak Pels. Het viel mij op dat de heer La Serpe over deze zaak, dat met die patronen en met dat per ongeluk in een auto terechtkomen, dat daar wel es beter op ingegaan mag worden. Er wordt altijd goed op ingegaan, begrijp me niet verkeerd, maar dat dat beter uitgediept wordt. De persoon NN1 had er weet van dat bepaalde patronen bestemd waren voor een bepaalde liquidatie.
Rechter: U heeft er dus behoefte aan dat dat beter aan de orde komt en/of onderzocht wordt?
Soerel: Ja.
Rechter: U krijgt zeker nog gelegenheid daar vragen over te stellen op een later moment.
La Serpe klonk ineens over de microfoon: Mag ik van de gelegenheid gebruik maken om naar de toilet te gaan?
Rechter: Ok, laten we meteen even een pauze nemen.
*
Rechter na de pauze: Dan ben ik gebleven bij Cor van Hout in 2003. Het is geen liquidatie die u ten laste is gelegd. Het zou wel kleur kunnen geven. De heer Kaale sr. heeft gehoord van Ros dat ze daar mee bezig zouden zijn. Francis K. had dat ook gehoord over Ros. De schutters zouden door ene Stanley betaald worden. Van der Bijl zou in de richting van Soerel gezocht moeten worden.
Soerel: Nee, dat klopt niet. Ik heb daar niets mee te maken. Ik weet daar niets van.
Rechter: En die Stanley Hillis?
Soerel: Hij heeft het over Stanley, niet Stanley Hillis. Die Kaale heeft het over mensen die kende ik helemaal niet.
Rechter: Van der Bijl is de enige die u noemt.
Soerel: Die kende ik helemaal niet.
Rechter: Die kende u niet...
Soerel: En Cor van Hout, ik zat wel een keer in Bankenbosch, maar had geen contact met hem.
Rechter: En wel eens met Willem Holleeder over Cor van Hout gehad?
Soerel: In '92 zat Holleeder ook in Bankenbosch en wellicht heb ik het wel eens met hem over Cor van Hout gehad. Maar ja, dat was over de ontvoering.
Rechter: Ging u veel met Holleeder om?
Soerel: Neeee....
Rechter: Er zijn mensen die zeggen dat u regelmatig met elkaar omging.
Soerel: Nou regelmatig, ik zag hem wel eens.
Rechter: Er waren problemen op een zeker moment. Heeft u het niet over Cor van Hout zijn dood gehad?
Soerel: Nou, ik kan niet zeggen dat ik het specifiek over Cor gepraat heb. Hij zei, we zijn altijd vrienden gebleven. Volgens mij heeft ie nooit over problemen of ruzie met Cor gesproken. Ik weet wel dat andere mensen dat hebben gezegd, zoals Willem Endstra bijvoorbeeld. Verder wist ik er net zoveel over als andere mensen er over zouden horen.
Rechter: En in het uitgaansleven?
Soerel: Mijn leven was niet zo dat ik zoveel in het uitgaansleven was. Ik ging ook veel naar de sportschool. Ik las wel veel in blaadjes en boekjes. Het is een algemeen onderwerp.
Rechter: En Esther S.? Er komt ter sprake dat u een kopstuk in de onderwereld zou zijn. Hoe komt zij daarbij? Bent u een kopstuk in de onderwereld?
Soerel resoluut: Nee! Ik ben niet de baas van de onderwereld. Er zijn in de media wel publicaties geweest. Er is toen na Endstra een stroom van publicaties gekomen die mij zo noemen.
Rechter: U kwam hem wel tegen in een uitgaanszaak?
Soerel: Het lijkt wel een uitgaanszaak. Zo zou ik het niet willen noemen. De Endstra-tapes kwamen toen uit. Ook in boekvorm. De krant ging daar ook mee door. De Telegraaf, het nam extreme vormen aan. Ik zei toen tegen meneer Meijering en Van Kleef, ik zou me wel eens willen verweren. De heer Meijering zei toen, dan is het nu de tijd om dat te doen. Ik heb dat op schrift gesteld. Het duurt ongeveer 15 minuten. Ik zou u willen vragen dat nu te doen.
Mr. Nico Meijering: Cliënt wil daar graag de gelegenheid voor hebben.
Rechter: Ok, dan gaan we daar nu mee door.
Soerel: Ok, dan zet ik even mijn leesbril op. (begint te lezen)
Mr. Lauwaars onderbrak Soerel na enkele zinnen, waarvan de krachtigste was: 'Ik ontken genoemde beschuldigingen met klem!', dat de verklaring op een later tijdstip aan de orde kan komen.
Lauwaars: Mijnheer Soerel, we willen toch graag de hele zaken voordragen en vragen over stellen.
Rechter: De vraag is meer, hoe bijvoorbeeld Esther S. aan de informatie komt 'kopstuk van de onderwereld'?
Soerel: Tja, dat is volgens mij omdat het na die publicaties is gekomen.
Tot zover. Er kwam natuurlijk nog veel meer aan de orde, maar dat bewaar ik voor latere momenten. Ook uit tijdgebrek, dat zult u begrijpen. Het is voor nu wel even genoeg om een beeld te krijgen van wat nog komen gaat. Hou Bondtehond en Crimesite dus in de gaten.
Maandag 3 Oktober gaat het proces verder.
Bondtehond
zaterdag 1 oktober 2011
donderdag 29 september 2011
'Het probleem is dat ik het niet kan op dit moment'
Grove beschuldigingen donderdag aan het adres van het openbaar ministerie en het TGB (Team Getuigen Bescherming) door Peter La Serpe. Enkele uren na aanvang van de inhoudelijke behandeling van de zaken waarvan Dino Soerel wordt verdacht weigerde de kroongetuige plotseling bepaalde vragen te beantwoorden. Hij wilde graag eerst een pleitnota voordragen. Daartoe had zijn raadsman Mr. Jan Peter van Schaik al bij aanvang van de zitting een verzoek gedaan. Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars besloot echter eerst verder te gaan met de behandeling van de zaak Soerel. De rechtbank wilde graag volgens het schema werken dat er nu ligt om het proces niet verder te vertragen. Later op de dag zou er wel gelegenheid voor worden geboden, aldus Lauwaars.
Al vrij vlot nadat de rechters een begin hadden gemaakt met een vragenronde aan Peter La Serpe over zijn wetenschap van bepaalde zaken begon het gedonder wat we reeds vier keer eerder meemaakten tijdens het liquidatieproces opnieuw. Bepaalde vragen kon hij wel beantwoorden, andere vragen weer niet, of slechts gedeeltelijk. Een ongemakkelijke situatie, zeker tijdens een getuigenverhoor ter zitting. Dit veroorzaakte behoorlijk wat irritatie bij de verdediging van Soerel, maar allereerst ook bij de rechters zelf. Mr. Lauwaars merkte op dat La Serpe geen verplichtingen heeft tegenover de rechtbank, maar wel tegenover het OM. Hij was wel benieuwd wat het OM hier nu op te zeggen had. Het OM had zich tot nu toe op de vlakte gehouden en niet ingegrepen, naar eigen zeggen om het plan van behandeling niet te doorkruizen. Officier van justitie Mr. Betty Wind antwoorde dat het OM vooralsnog geen argument gevonden had waardoor La Serpe zijn verplichtingen zou kunnen nalaten.
Mr Betty Wind: We weten nu niet eens waarom La Serpe niet wil praten. Het zal wel een TGB-ding zijn. De arbiter en een civiele procedure is dan de normale gang. Er liggen afspraken met La Serpe. We beschouwen dit als het schenden van die afspraken. Hij weet wat dit voor gevolgen kan hebben.
Mr. Leon van Kleef, die samen met Mr. Nico Meijering de verdediging vormt voor Dino Soerel merkte op: Mijnheer heeft toch de regie weer in handen. Ik vind het zeer onhandig.
Mr. Lauwaars: Ja, absoluut.
Mr. Wind probeerde: Mag ik wat zeggen nog? Er veranderd helemaal niets aan de situatie als hij gewoon praat. De verklaringen blijven namelijk gewoon geldig.
Mr. Lauwaars: Jawel, maar de kroongetuige wil nu niet antwoorden en dat geeft toch wel een probleem.
Peter La Serpe raadselachtig: Het probleem is niet dat ik niet 'wil', het probleem is dat ik het niet 'kan' op dit moment.
De rechtbank besloot vervolgens tot een kort beraad, waarna de voorzitter aangaf dat deze situatie de rechtbank niet geheel werkbaar lijkt en besloten had Mr. Van Schaik, de raadsman van de kroongetuige, toch maar de gelegenheid te geven zijn pleitnota eerst voor te dragen.
(samengevat)
Mr. Jan Peter van Schaik vertelde dat we ongeveer weer terug zijn bij de situatie waarbij we vorige keer dat La Serpe problemen had met het OM en TGB gebleven waren. Inmiddels is de situatie wel veranderd. La Serpe voelt zich gedwongen zijn verdediging neer te leggen omdat deze hem onmogelijk gemaakt zou worden en kan het nooit goed doen. Er is namelijk correspondentie geweest tussen La Serpe en mevrouw Verwiel van het TGB. Daaruit blijkt dat wanneer hij niet verklaart de deal opgezegd kan worden, en wanneer hij wel verklaart de beschermingsovereenkomst opgezegd kan worden. Op deze wijze zou zeer relevante informatie aan de rechtbank onthouden kunnen worden. Daarom voelt La Serpe zich genoodzaakt zijn verdediging neer te leggen. Voor zijn verdediging is het voor hem van belang dat hij die dingen kan bespreken die te maken hebben met zijn bescherming en over het tot stand komen van de kroongetuigendeal en de afspraken die hij heeft met het TGB. La Serpe zou over 20 opnames beschikken waarvan hij er 5 had opgestuurd naar Verwiel. Hoe en wanneer hij deze opnames heeft gemaakt werd niet duidelijk. Kennelijk heeft hij deze kunnen maken tijdens de besprekingen met het TGB. Verwiel heeft hem verboden over de inhoud te praten, aldus La Serpe.
Mr. Lauwaars: Heeft het TGB u verboden dingen te zeggen?
La Serpe: Ik denk zelfs als de rechtbank weet wat ik te vertellen heb, de rechtbank niet anders kan dan niet-ontvankelijkheid te vragen voor de zaken van alle verdachten.
Er moet dus een oplossing komen volgens Mr Van Schaik, anders zou zijn cliënt gewoon te vleugellam zijn om zich te kunnen verdedigen.
Mr. Lauwaars: Heeft u cliënt nu informatie, een begin van informatie dat het OM nu iets gedaan heeft waardoor de niet-ontvankelijkheid in het geding kan komen?
Mr. Van Schaik: Ik ben er niet bijgeweest, maar ik heb informatie dat hij die heeft.
Mr. Lauwaars: Betreft het nu alleen de zaak van de heer Soerel, of ook de zaken van de andere verdachten?
La Serpe antwoordde zelf: Ik durf zelfs te zeggen dat het zaaksoverschreidend is.
Mr. Lauwaars: Gaat het nu over de inhoud van de verklaringen?
La Serpe: Het gaat over de wijze waarop de deal tot stand is gekomen. De rechtbank heeft me vanmorgen laten zeggen dat ik verplicht ben de waarheid te zeggen, maar ik kan dat echter niet op deze manier.
Mr. Van Schaik vulde aan: De verdediging heeft vanmorgen gezegd dit op tafel te willen leggen omdat we pas sinds gisteravond de brief van Verwiel in ons bezit hebben. Cliënt heeft serieus de indruk dat hij zijn verdediging moet opgeven.
Er bleef nog wat onduidelijkheid hangen bij de rechtbank.
La Serpe merkte op: De situatie is erg ingewikkeld begrijp ik. Ik wil dat het OM mij de vrijheid geeft dingen te zeggen. Ik kan aannemelijk maken dat mij dat verboden wordt. Ik heb 27 september mijn raadsman gevraagd een fax te sturen om aan te geven wat ik wil verklaren. Ik kan niet zeggen wat daarin staat.
Lauwaars: Waarom kunt u dat niet zeggen dan?
La Serpe emotioneel: Omdat ik van alle kanten gedwongen wordt mijn mond te houden!!
Mr. Betty Wind: Is de situatie nou zo complex? De heer La Serpe maakt het nu complex. Het enige waar de heer La Serpe over moet zwijgen is waar het zijn veiligheid betreft. De heer La Serpe wordt geen strobreed in de weg gelegd te praten over andere zaken. Het klopt dat ik de fax van de heer Van Schaik heb ontvangen. Een ander aspect is aan de orde. In de toegezonden tekst staan aspecten die wel degelijk de strafzaak raken.
Mr. Lauwaars: Het lijkt erop dat u de rechtbank wilt gebruiken mevrouw Verwiel te bewegen de geheimhouding op te heffen?
La Serpe: Als het OM mij beweegt door middel van oneigenlijke toezeggingen te bewegen tot verklaringen en men komt die niet na..... De zaaksofficier is direct betrokken bij het TGB-traject. Er is mij gisteravond nog verboden daar over te praten. Wat heeft Marjolein Verwiel gedaan? Ze heeft niet naar mij geantwoord, maar naar het zaaks-OM, terwijl het mijn verdediging betreft.
Mr. Lauwaars klonk verbaasd: U bestraffen als u praat?
La Serpe reageerde boos: U weet echt niet wat voor doortrapte honden het zijn van het TGB! De directe beveiliging van een familielid is zelfs al geheel opgezegd. Er is geen enkele persoonlijke beveiliging meer voor die jongen. (Er klonk een harde KLIK! Het geluid viel weg. De microfoon werd uitgezet door Mr. Jan Peter van Schaik om erger te voorkomen.)
Mr. Betty Wind zei daarop: Oh, dat is de heer Van Schaik. Persoonlijk zou ik ook willen ingrijpen. Het lijkt ingewikkeld, maar dat is het niet. We hebben wel behoefte aan overleg.
Na een korte pauze ging Mr. Betty Wind verder. (samengevat)
Mr. Wind: We hebben het gevoel dat La Serpe de rechtbank gebruikt om bij het TGB gedaan te krijgen wat hem zo niet lukt. We weten dat het TGB geheimhouding vereist. Hij zet dat nu gewoon op het spel. Maar waarom zegt hij de overeenkomst niet gewoon op? Maar dat doet ie niet. Hij laat alleen wat balonnetjes op zonder inhoud. Maakt hij het nou zo complex, of is het nou zo complex?
De TGB-officier schrijft dat de overeenkomst met La Serpe bestaat uit verplichtingen die de heer La Serpe moet nakomen. De TGB-officier zegt dat La Serpe voornemens is dingen te verklaren. Ze zegt dat hij dat gewoon kan doen. Hij kan alles zeggen wat hij wil, behalve als het zijn beveiliging raakt. Zijn dit mijn kaders? Nee, het zijn die van de zaaks-officier. La Serpe stelt dat alles met elkaar verbonden is. Hij onderbouwt dit zelf niet. Hoe dan? Dat kan hij niet zeggen. Hij zegt dat hij dingen kan bewijzen. Hij onderbouwt dit echter niet verder. In de schriftelijke verklaring zie ik geen punten die de niet-ontvankelijkheid zouden kunnen inhouden.
Hoe zit het nu met die balonnetjes? La Serpe vraagt de rechtbank de geheimhouding op te heffen. Wij vinden dat dat moet worden afgewezen. Subsidiair ex artikel 187d. Als daar aan voldaan is, is het mogelijk dat La Serpe een verklaring aflegt bij de rechter-commissaris en dat deze het eerst leest en kan bepalen of het de beveiligingskaders raakt. We stellen voor gewoon verder te gaan en willen La Serpe erop wijzen dat niet antwoorden gevolgen kan hebben voor de deal.
De rechtbank trok zich terug voor beraad en besloot dat verzoeken moeten worden afgewezen omdat deze te weinig onderbouwd zijn. Er is tevens te weinig onderbouwing dat dit zaaks-OM onrechtmatig heeft gehandeld. Wel kan La Serpe op 10 oktober met een nadere onderbouwing komen. Hij kan met 'aspecten' komen die het OM heeft gedaan, aldus Mr. Lauwaars. Intussen kan La Serpe kan zich nog altijd beroepen op zijn verschoningsrecht
Vrijdag gaat de inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel gewoon verder.
(Morgen probeer ik ook nog mee te pakken wat vandaag reeds voor het zoveelste La Serpe-incident is besproken)
Dino Soerel: 'Ik ben niet de baas van de onderwereld'
Bondtehond
Al vrij vlot nadat de rechters een begin hadden gemaakt met een vragenronde aan Peter La Serpe over zijn wetenschap van bepaalde zaken begon het gedonder wat we reeds vier keer eerder meemaakten tijdens het liquidatieproces opnieuw. Bepaalde vragen kon hij wel beantwoorden, andere vragen weer niet, of slechts gedeeltelijk. Een ongemakkelijke situatie, zeker tijdens een getuigenverhoor ter zitting. Dit veroorzaakte behoorlijk wat irritatie bij de verdediging van Soerel, maar allereerst ook bij de rechters zelf. Mr. Lauwaars merkte op dat La Serpe geen verplichtingen heeft tegenover de rechtbank, maar wel tegenover het OM. Hij was wel benieuwd wat het OM hier nu op te zeggen had. Het OM had zich tot nu toe op de vlakte gehouden en niet ingegrepen, naar eigen zeggen om het plan van behandeling niet te doorkruizen. Officier van justitie Mr. Betty Wind antwoorde dat het OM vooralsnog geen argument gevonden had waardoor La Serpe zijn verplichtingen zou kunnen nalaten.
Mr Betty Wind: We weten nu niet eens waarom La Serpe niet wil praten. Het zal wel een TGB-ding zijn. De arbiter en een civiele procedure is dan de normale gang. Er liggen afspraken met La Serpe. We beschouwen dit als het schenden van die afspraken. Hij weet wat dit voor gevolgen kan hebben.
Mr. Leon van Kleef, die samen met Mr. Nico Meijering de verdediging vormt voor Dino Soerel merkte op: Mijnheer heeft toch de regie weer in handen. Ik vind het zeer onhandig.
Mr. Lauwaars: Ja, absoluut.
Mr. Wind probeerde: Mag ik wat zeggen nog? Er veranderd helemaal niets aan de situatie als hij gewoon praat. De verklaringen blijven namelijk gewoon geldig.
Mr. Lauwaars: Jawel, maar de kroongetuige wil nu niet antwoorden en dat geeft toch wel een probleem.
Peter La Serpe raadselachtig: Het probleem is niet dat ik niet 'wil', het probleem is dat ik het niet 'kan' op dit moment.
De rechtbank besloot vervolgens tot een kort beraad, waarna de voorzitter aangaf dat deze situatie de rechtbank niet geheel werkbaar lijkt en besloten had Mr. Van Schaik, de raadsman van de kroongetuige, toch maar de gelegenheid te geven zijn pleitnota eerst voor te dragen.
(samengevat)
Mr. Jan Peter van Schaik vertelde dat we ongeveer weer terug zijn bij de situatie waarbij we vorige keer dat La Serpe problemen had met het OM en TGB gebleven waren. Inmiddels is de situatie wel veranderd. La Serpe voelt zich gedwongen zijn verdediging neer te leggen omdat deze hem onmogelijk gemaakt zou worden en kan het nooit goed doen. Er is namelijk correspondentie geweest tussen La Serpe en mevrouw Verwiel van het TGB. Daaruit blijkt dat wanneer hij niet verklaart de deal opgezegd kan worden, en wanneer hij wel verklaart de beschermingsovereenkomst opgezegd kan worden. Op deze wijze zou zeer relevante informatie aan de rechtbank onthouden kunnen worden. Daarom voelt La Serpe zich genoodzaakt zijn verdediging neer te leggen. Voor zijn verdediging is het voor hem van belang dat hij die dingen kan bespreken die te maken hebben met zijn bescherming en over het tot stand komen van de kroongetuigendeal en de afspraken die hij heeft met het TGB. La Serpe zou over 20 opnames beschikken waarvan hij er 5 had opgestuurd naar Verwiel. Hoe en wanneer hij deze opnames heeft gemaakt werd niet duidelijk. Kennelijk heeft hij deze kunnen maken tijdens de besprekingen met het TGB. Verwiel heeft hem verboden over de inhoud te praten, aldus La Serpe.
Mr. Lauwaars: Heeft het TGB u verboden dingen te zeggen?
La Serpe: Ik denk zelfs als de rechtbank weet wat ik te vertellen heb, de rechtbank niet anders kan dan niet-ontvankelijkheid te vragen voor de zaken van alle verdachten.
Er moet dus een oplossing komen volgens Mr Van Schaik, anders zou zijn cliënt gewoon te vleugellam zijn om zich te kunnen verdedigen.
Mr. Lauwaars: Heeft u cliënt nu informatie, een begin van informatie dat het OM nu iets gedaan heeft waardoor de niet-ontvankelijkheid in het geding kan komen?
Mr. Van Schaik: Ik ben er niet bijgeweest, maar ik heb informatie dat hij die heeft.
Mr. Lauwaars: Betreft het nu alleen de zaak van de heer Soerel, of ook de zaken van de andere verdachten?
La Serpe antwoordde zelf: Ik durf zelfs te zeggen dat het zaaksoverschreidend is.
Mr. Lauwaars: Gaat het nu over de inhoud van de verklaringen?
La Serpe: Het gaat over de wijze waarop de deal tot stand is gekomen. De rechtbank heeft me vanmorgen laten zeggen dat ik verplicht ben de waarheid te zeggen, maar ik kan dat echter niet op deze manier.
Mr. Van Schaik vulde aan: De verdediging heeft vanmorgen gezegd dit op tafel te willen leggen omdat we pas sinds gisteravond de brief van Verwiel in ons bezit hebben. Cliënt heeft serieus de indruk dat hij zijn verdediging moet opgeven.
Er bleef nog wat onduidelijkheid hangen bij de rechtbank.
La Serpe merkte op: De situatie is erg ingewikkeld begrijp ik. Ik wil dat het OM mij de vrijheid geeft dingen te zeggen. Ik kan aannemelijk maken dat mij dat verboden wordt. Ik heb 27 september mijn raadsman gevraagd een fax te sturen om aan te geven wat ik wil verklaren. Ik kan niet zeggen wat daarin staat.
Lauwaars: Waarom kunt u dat niet zeggen dan?
La Serpe emotioneel: Omdat ik van alle kanten gedwongen wordt mijn mond te houden!!
Mr. Betty Wind: Is de situatie nou zo complex? De heer La Serpe maakt het nu complex. Het enige waar de heer La Serpe over moet zwijgen is waar het zijn veiligheid betreft. De heer La Serpe wordt geen strobreed in de weg gelegd te praten over andere zaken. Het klopt dat ik de fax van de heer Van Schaik heb ontvangen. Een ander aspect is aan de orde. In de toegezonden tekst staan aspecten die wel degelijk de strafzaak raken.
Mr. Lauwaars: Het lijkt erop dat u de rechtbank wilt gebruiken mevrouw Verwiel te bewegen de geheimhouding op te heffen?
La Serpe: Als het OM mij beweegt door middel van oneigenlijke toezeggingen te bewegen tot verklaringen en men komt die niet na..... De zaaksofficier is direct betrokken bij het TGB-traject. Er is mij gisteravond nog verboden daar over te praten. Wat heeft Marjolein Verwiel gedaan? Ze heeft niet naar mij geantwoord, maar naar het zaaks-OM, terwijl het mijn verdediging betreft.
Mr. Lauwaars klonk verbaasd: U bestraffen als u praat?
La Serpe reageerde boos: U weet echt niet wat voor doortrapte honden het zijn van het TGB! De directe beveiliging van een familielid is zelfs al geheel opgezegd. Er is geen enkele persoonlijke beveiliging meer voor die jongen. (Er klonk een harde KLIK! Het geluid viel weg. De microfoon werd uitgezet door Mr. Jan Peter van Schaik om erger te voorkomen.)
Mr. Betty Wind zei daarop: Oh, dat is de heer Van Schaik. Persoonlijk zou ik ook willen ingrijpen. Het lijkt ingewikkeld, maar dat is het niet. We hebben wel behoefte aan overleg.
Na een korte pauze ging Mr. Betty Wind verder. (samengevat)
Mr. Wind: We hebben het gevoel dat La Serpe de rechtbank gebruikt om bij het TGB gedaan te krijgen wat hem zo niet lukt. We weten dat het TGB geheimhouding vereist. Hij zet dat nu gewoon op het spel. Maar waarom zegt hij de overeenkomst niet gewoon op? Maar dat doet ie niet. Hij laat alleen wat balonnetjes op zonder inhoud. Maakt hij het nou zo complex, of is het nou zo complex?
De TGB-officier schrijft dat de overeenkomst met La Serpe bestaat uit verplichtingen die de heer La Serpe moet nakomen. De TGB-officier zegt dat La Serpe voornemens is dingen te verklaren. Ze zegt dat hij dat gewoon kan doen. Hij kan alles zeggen wat hij wil, behalve als het zijn beveiliging raakt. Zijn dit mijn kaders? Nee, het zijn die van de zaaks-officier. La Serpe stelt dat alles met elkaar verbonden is. Hij onderbouwt dit zelf niet. Hoe dan? Dat kan hij niet zeggen. Hij zegt dat hij dingen kan bewijzen. Hij onderbouwt dit echter niet verder. In de schriftelijke verklaring zie ik geen punten die de niet-ontvankelijkheid zouden kunnen inhouden.
Hoe zit het nu met die balonnetjes? La Serpe vraagt de rechtbank de geheimhouding op te heffen. Wij vinden dat dat moet worden afgewezen. Subsidiair ex artikel 187d. Als daar aan voldaan is, is het mogelijk dat La Serpe een verklaring aflegt bij de rechter-commissaris en dat deze het eerst leest en kan bepalen of het de beveiligingskaders raakt. We stellen voor gewoon verder te gaan en willen La Serpe erop wijzen dat niet antwoorden gevolgen kan hebben voor de deal.
De rechtbank trok zich terug voor beraad en besloot dat verzoeken moeten worden afgewezen omdat deze te weinig onderbouwd zijn. Er is tevens te weinig onderbouwing dat dit zaaks-OM onrechtmatig heeft gehandeld. Wel kan La Serpe op 10 oktober met een nadere onderbouwing komen. Hij kan met 'aspecten' komen die het OM heeft gedaan, aldus Mr. Lauwaars. Intussen kan La Serpe kan zich nog altijd beroepen op zijn verschoningsrecht
Vrijdag gaat de inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel gewoon verder.
(Morgen probeer ik ook nog mee te pakken wat vandaag reeds voor het zoveelste La Serpe-incident is besproken)
Dino Soerel: 'Ik ben niet de baas van de onderwereld'
Bondtehond
Labels:
Advocaten
,
Ali Akgün
,
De Bunker
,
Dino Soerel
,
Fred Ros
,
Jesse Remmers
,
Moppie Rasnabe
,
Passage
,
Peter La Serpe
,
Sjaak Burger
dinsdag 20 september 2011
'Voorzitter, wat een lef!'
Zoals vrijdag aangekondigd kreeg de verdediging van Dino Soerel maandag meteen bij aanvang van de zitting de gelegenheid in een betoog van zo'n twee uur verzoeken tot nader onderzoek te doen. Mr. Nico Meijering was vandaag als enige raadsman aanwezig aan zijde van cliënt Dino Soerel. Alleen medeverdachte Jesse Remmers was aanwezig als toehoorder, omdat zoveel zaken ook zijn zaken raken, aldus Mr. Betty Wind. Nadat de voorzitter Mr. Lauwaars iedereen welkom heette, kon Mr. Meijering meteen beginnen.
De raadsman riep allereerst bij de rechters in herinnering dat de verdediging reeds op 9 juni de noodklok luidde en de rechtbank gemotiveerd had laten weten dat vanwege diverse ontwikkelingen het spreekwoordelijke water de verdediging aan de lippen staat. Het grote probleem voor de verdediging kon gevonden worden in de kennelijke, onder meer bij het OM en recherche, spelende krachtige mechanismen die het Passage-proces slechts één richting in wil leiden: n.l. de richting van de veroordeling. Mechanismen die een normale verdediging kennelijk praktisch onmogelijk moeten maken. In juni liet de verdediging maar liefst een zestal recente voorbeelden voorbij komen waarin mechanismen zonder uitzondering hun schadelijke uitwerking hadden op een eerlijk proces, aldus Mr. Meijering.
De raadsman riep allereerst bij de rechters in herinnering dat de verdediging reeds op 9 juni de noodklok luidde en de rechtbank gemotiveerd had laten weten dat vanwege diverse ontwikkelingen het spreekwoordelijke water de verdediging aan de lippen staat. Het grote probleem voor de verdediging kon gevonden worden in de kennelijke, onder meer bij het OM en recherche, spelende krachtige mechanismen die het Passage-proces slechts één richting in wil leiden: n.l. de richting van de veroordeling. Mechanismen die een normale verdediging kennelijk praktisch onmogelijk moeten maken. In juni liet de verdediging maar liefst een zestal recente voorbeelden voorbij komen waarin mechanismen zonder uitzondering hun schadelijke uitwerking hadden op een eerlijk proces, aldus Mr. Meijering.
Volgens de raadsman waren het voorbeelden die linksom of rechtsom toevallig boven waren komen drijven. Toevallig, aangezien de krachten ook zodanig zijn dat de misstanden zoveel mogelijk verborgen dienen te blijven. Dat geeft bij de verdediging steeds weer een onverteerbare onzekerheid dat deze mechanismen al lang en breed hun werk elders in dit proces hebben gedaan en nog steeds doen, maar dat de verdediging daar geen enkele grip op kan krijgen: wat is er immers nog meer verborgen?
Mr. Meijering: We staan aan de vooravond van sluiting van de onderzoeksfase. Anders gezegd: uw rechtbank heeft aangegeven dat we langzamerhand dit gigaproces moeten gaan afronden en dat dadelijk alleen nog met het noodzakelijkheidscriterium de verzoeken zullen worden beoordeeld. Inhoudelijke verzoeken hebben wij nauwelijks meer. Het onderzoek zal zich ons inziens in hoofdzaak weer dienen te richten op gesignaleerde krachten:
-Krachten die er voor gezorgd hebben dat het Baja-BED-thema zo lang mogelijk onder de pet kon blijven.
-Krachten die kennelijk voort blijven gaan om getuigen met oneigenlijke middelen te bewegen om verklaringen af te leggen. Verklaringen waar aldus per definitie vraagtekens bij moeten worden geplaatst.
en
-Krachten die er voor zorgen dat hoe dan ook La Serpe niet vervolgd mag worden voor de geweldadige dood van Bethlehem.
Meijering: De verzoeken die wij thans doen zijn uiteraard gebaseerd op de stand der dingen ten tijde van het opstellen van deze pleitnota. Zo is nog ongewis wat er aan ontwikkelingen zal voortkomen uit "onthullingen" van La Serpe van vorige week dinsdag 6 september jl. waarin hij zich in weinig gunstige zin uitliet over de Hollowpointgetuige (NN1) en de F-getuigen. Ondertussen heeft uw rechtbank vorige week donderdag een aantal getuigen toegewezen op verzoek van het OM, welk verzoek weer was ingegeven door genoemde "onthullingen".
Een gaaf voorbeeld van de wijze waarop La Serpe in essentie zo veel mogelijk de regie houdt en in ieder geval het doen en laten van het OM regisseert. (.....) Lees hier verder
Diverse verzoeken
-Toevoegen ontbrekende verklaring Ad van Hout (Broer Cor van Hout) waar kennelijk sprake van is.
-De verdediging verzoekt de rechtbank het OM op te dragen alsnog antwoord te geven op de vraag of er nog andere (BOB) onderzoeken zijn uitgevoerd of nog steeds lopen. Volgens de verdediging had dit allang moeten gebeuren en de tijd begint te dringen.
II BED-Baja
Zeer uitgebreid wordt door Mr. Meijering ingegaan op het Baja-BED thema.
De verdediging van Soerel, Akgün en Burger wenst te horen op zitting: getuige T055, getuige dhr. Gietema (onderzoeksleider Passage)en de verbalisant T051 of T054. Tevens wordt gevraagd om toevoeging van stukken die T055 heeft aangeleverd aan Dhr. Gietema op basis waarvan dhr. Gietema zijn Baja-BED proces-verbaal van 26 mei jl. heeft opgemaakt.
De verdediging wil de onderste steen boven krijgen wat betreft, de door Gietema zo genoemde, 'begripsverwarring' rond de BBC (Baja Beach Club).
Mr. Meijering: Simpelweg gaat het hier om de vraag wanneer de recherche en het OM op de hoogte zijn geraakt van het feit dat La Serpe van meet af aan over BED heeft gesproken terwijl de andere getuigen in deze (Mevrouw Maria Houtman, dhr. Fred Teeven en getuige Q5) het over Baja Beach Club hebben gehad. Het juridische belang ligt daar waar het OM tot oktober 2010 de bezwarenconstructies tegen met name cliënt Akgün en Soerel telkens heeft opgetuigd aan de hand van de stelling dat 'alle' getuigen het hier telkens over de BBC hebben gehad. Indien men al eerder zou hebben geweten dat zulks niet het geval is geweest, zou het OM, met het oog op een te voeren verweer in deze, mogelijk in strijd met enig beginsel van behoorlijke procesorde hebben gehandeld. Diverse aanwijzingen dat men dit reeds veel eerder heeft geweten zijn terug te vinden in het door ons geformuleerde verzoek om deze getuige en dhr. Gietema te horen.
Meijering vraagt zich af: Waarom was dit al niet met zoveel woorden ons en vooral uw rechtbank duidelijk gemaakt? Allemaal redenen om (destijds) de betrokken verbalisanten te horen. De hier toegewezen getuigen zijn inmiddels gehoord en de conclusie van de verdediging naar aanleiding van die verhoren is dat de betrokken verbalisanten kennelijk nog steeds niet van zins zijn geweest om daadwerkelijk de feiten die hier achter schuil gaan op tafel neer te leggen. Het is daarom dat het van belang is dat opnieuw, maar thans onder ede, deze getuigen bij uw rechtbank zullen moeten worden gehoord.
Hoewel de inhoud ons inziens reeds voldoende grond opleveren om dit verzoek toe te wijzen zal ik desalniettemin enkele 'highlights' er uit lichten waaruit zonneklaar blijkt dat de verbalisanten bepaald nog niet het achterste van hun tong hebben getoond.
Lees : Getuige T055
III La Serpe en Bethlehem
Het volgende thema betreft het gegeven dat La Serpe ondanks de reeks getuigen die tegen de kroongetuige verklaren, (getuigen: F1, F3, Rob de Wit, Peter 'Peerke' S., Hollowpoint-getuige NN1 en Jesse Remmers, die zich hiermee zelfs aangeeft bij de liquidatie van Gerrie Bethlehem aanwezig te zijn geweest) -nog steeds maar- niet vervolgd wordt voor de zaak Bethlehem. Dit is bijna niet uit te leggen aan vaste Passage-toeschouwers en -geïntresseerden, laat staan aan een leek op gebied van strafrecht. De rest van de pleitnota van Mr. Meijering gaat met name daar over.
Mr. Nico Meijering: 'De verdediging wenst nog nader onderzoek te kunnen doen naar de krachten die koste wat kost willen verhinderen dat La Serpe wordt vervolgd voor Bethlehem. Tevens willen wij een te herhalen oproep doen om tot vervolging over te gaan. Wij hebben reeds op de vorige zitting kenbaar gemaakt dat het niet langer bestaanbaar kan zijn dat het OM blijft stil zitten in deze. Het OM heeft het vervolgingsmonopolie.
Totale afhankelijk van het OM. Afhankelijk als het gaat om het onmetelijke belang om de zaak Bethlehem voorgelegd te krijgen aan uw rechtbank. En zolang dat niet gebeurt, wordt dat belang achtergesteld bij het kennelijke belang aan de zijde van het OM om de vervolging van cliënten met "sucses", met een veroordeling te kunnen afronden.
Zolang het OM La Serpe niet in deze gaat vervolgen, wordt de verdediging afgehouden van uw integrale beoordeling van de vraag of La Serpe hier schuldig is en of hij aldus zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het lelijkste wat een kroongetuige ook maar kan doen: het wijzen naar een ander terwijl hij het zelf gedaan heeft. En daar nog eens een ruime beloning voor opstrijken. De nachtmerrie van de wetgever die in de voorbije rechtsgeschiedenis al met horten en stoten uiteindelijk overstag is gegaan.
En daarmee wordt de verdediging tevens afgehouden van een mogelijke ultieme consequentie: uitsluiting van het door deze kroongetuige aangereikte bewijs. Zo niet vanwege redenen van rechtmatigheid, dan toch wel vanwege ongeloofwaardigheid. Immers, wie in staat is gebleken niet naar zich zelf maar voor een beloning naar andere te wijzen, is in staat om over alles te liegen voor een beloning. Maar het OM wil niet. En dat begint zo langzamerhand krampachtige vormen aan te nemen.'
Volgens het OM zou de verdediging 'schaakspelletjes' spelen ten nadele van La Serpe en de politie die aan zuivere waarheidsvinding doet.
Meijering: Die moet u vooral even onthouden voor de rest van dit betoog.
Op 23 mei zegt het OM: Wat wij met name willen betogen is dat uw rechtbank niet - onder het mom van het aan de kaak stellen van de rol van La Serpe- terecht moet komen in het ter zitting van het Passage-proces proberen een zaak die niet ten laste is gelegd op te lossen. Daarmee is noch het Passage-proces, noch het belang van de zuivere waarheidsvinding gediend.
Meijering: Dat is ons inmiddels meer dan duidelijk geworden: uw rechtbank mag inderdaad niet van het OM tot een oordeel komen over de rol die La Serpe in de zaak Bethlehem heeft gehad: daarmee "is noch het Passage-proces, noch het belang van de zuivere waarheidsvinding gediend."
Meijering: Voorzitter, wat een lef! Wat een lef om uw rechtbank op dergelijke wijze te declasseren. Waarom zou uw rechtbank daartoe niet in staat zijn? Waarom zou daarmee dit proces noch de waarheidsvinding gediend zijn? Mischien moet het OM dat nog eens uitleggen. Maar ik blijf hier nog even bij de veel door het OM met de mond beleden zuivere waarheidsvinding.
De raadsman gaat vervolgens in op de getuigenis van Peter 'Peerke' S. over de ontmoeting die hij had met La Serpe, Richard Ebeli en Jesse Remmers bij het zogenaamde "Kop & Schotel" (AC restaurant Lage Weide) maar vooral op de bevindingen van rechercheurs daarover na een nader verhoor van Peerke S. en onderzoek naar de telecom- (taps), print- en peilbaken-gegevens.
Het OM kwam tijdens de zitting van 7 juni jl. tot een ver gaande conclusie en deed daarmee een poging getuige Peerke S. in verlegenheid te brengen, aldus Meijering. Mr. Betty Wind hield S. voor dat het OM onderzoek had gedaan. Ze wilde S. confronteren met stukken.
OM op zitting: Uit tapgesprekken van getuige S. blijkt dat er een veelheid aan afspraken heeft plaatsgevonden op verschillende locaties, maar dat er niet één afspraak uit is op te maken die de verklaring van de getuige ondersteunt.
Meijering maakte echter met sucses bezwaar tegen het voorhouden van stukken die de verdediging en de rechtbank niet hebben kunnen controleren. Het OM liet het er niet bij zitten: S. moest en zou geconfronteerd worden met bevindingen uit het oude dossier (KTZ30 - een onderzoek dat in 2002 liep naar Peerke S.) S. wordt uitgenodigd om tapgesprekken uit maart/april 2002 in relatie tot de afspraak met Remmers door te nemen. De verdediging mocht daar niet bij aanwezig zijn, omdat het OM (daar gaan we weer) 'dit verhoor wilde laten plaatsvinden in het opsporingsonderzoek in de zaak Bethlehem.' Verder moest het verhoor in 'alle rust'.
Verbalisanten T055 en collega komen naderhand met een conclusie: De ontmoeting kan wel haast niet hebben plaatsgevonden. Wij denken van niet.
Mr. Meijering: Wat we zien is dat T055 en zijn collega een tijdslijn voor die avond trachten te maken en de stellige conclusie aan verbinden dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor het plaats hebben van de veelbesproken ontmoeting bij het AC-restaurant Lage Weide te Utrecht.
Mr. Nico Meijering liet het er echter ook niet bij zitten en is zelfs de route als omschreven in de conclusie zelf gaan rijden. Wat hem namelijk opviel was dat verbalisanten volledig voorbij gaan aan de periode liggend tussen 21:33 en 22:14 uur. In de conclusie staat namelijk: de telefoon van S. om straalt 21:33 een zendmast aan in Maarssen. Hierna is S. om 22:14 in de omgeving van zendmast De Meern, Meerndijk, alwaar S. een afspraak zou hebben gehad met vermoedelijk Adnan G.
Meijering heeft het stuk zelf dus gereden en deed daar, zich keurig houdend aan de snelheidslimieten, 8 minuten over. Als je dat iets ruimer neemt, inclusief arriveren en in- en uitstappen, hou je dus precies een tussentijd van een half uur over.
Meijering: De vraag die bij de verbalisanten ongetwijfeld is opgekomen, is wat er in die tussentijd van zeker een half uur zou kunnen zijn gebeurd. Een vraag die de verbalisanten kennelijk niet in dit verbaal hebben willen stellen. En dat is heel voorzichtig uitgedrukt uiterst opmerkelijk. Want de vraag die deze ervaren rechercheurs zich toch kennelijk gesteld hebben, is de vraag of S. al dan niet voldoende tijd gehad heeft om stil te staan en vervolgens een ontmoeting te hebben.
En dan wordt het des te meer opmerkelijk nu de verbalisanten ook toch wisten dat er tussen 21:33 en 22:14 in totaal 8 keer wordt ingebeld naar twee getapte nummers van S., maar er in geen van deze gevallen een verbinding tot stand kwam. Anders gezegd: Peerke nam niet op.
Meijering: Dan zou er wel eens iets anders aan de hand kunnen zijn. Een afspraak mischien tijdens welke afspraak S. even niet gestoord wil worden. Of bijvoorbeeld als gewoonte heeft zijn telefoon even in de auto te laten. Waarom vermeldt T055 en collega deze mogelijkheid niet hardop in het verbaal?
Tot zover. Er zijn echter nog veel meer vragen die de verdediging wil stellen aan T055 en collega. Maar ook wil de verdediging S. nogmaals op zitting horen.
Meijering aan het einde van zijn betoog: Ik resumeer hier in het kort wat hier aan de hand is: (Lees HIER)
De rechtbank deed na een uur beraad meteen uitspraak. Op één verzoek na werden alle verzoeken afgewezen: Verbalisant T055 moet uitleggen waarom hij Peerke S. niet heeft voorgehouden de periode waarvan Mr. Meijering heeft aangetoond dat S. in de buurt van AC Restaurant Lage Weide was, waar die bespreking plaatsvond.
Donderdag 29 september gaat het proces verder met de inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel.
Bondtehond
Labels:
Advocaten
,
Ali Akgün
,
De Bunker
,
Dino Soerel
,
Fred Ros
,
Jesse Remmers
,
Liquidatieproces
,
Moppie Rasnabe
,
Passage
,
Peter La Serpe
,
Sjaak Burger
vrijdag 16 september 2011
'De verdediging zal bezwaar maken'
De nieuwe getuige van het openbaar ministerie waar al enige weken sprake van is, blijkt geen kroongetuige te zijn. De geruchten spraken wel steeds over een kroongetuige, echter deze man of vrouw gaat gewoon onder naam en op zitting verklaren. Daarbij gaat het om zo'n anderhalf A4-tje tekst per zaak, met name de '93-liquidaties van de Joegoslaven Djordje Ilic en Selim Hadziselimovic bij de Ouderkerkerplas, van diamantair en drugshandelaar Henie Shamel en Anne de Witte in Antwerpen en die van sportschoolhouder Tonny van Maurik bij het Altea Hotel in Amsterdam. Officier van justitie Mr. Betty Wind vertelde de aanwezigen dat het OM rond is met de besprekingen die zijn gevoerd over de voorwaarden waarop de getuige bereid is te getuigen.
Mr. Wind vroeg de rechtbank twee dagen beschikbaar te stellen om de getuige op zitting te horen. Het liefst met enkele dagen ertussen en met een ingelaste leespauze bij aanvang van de eerste dag om de stukken te kunnen bestuderen. Het gaat dus niet om een kroongetuige, maar om een getuige volgens Art. 226g lid 4 Sv
Mr. Betty Wind: Er moeten wel beschermingsmaatregelen getroffen worden. De getuige zal op naam verklaren, dus niet anoniem. Het gaat overigens niet om een getuige die een zak geld krijgt. Dit beeld zou niet terecht zijn. Het gaat om een getuige die bijvoorbeeld strafkorting of teruggave van in beslag genomen goederen zou kunnen krijgen.
Rechtbankvoorzitter Lauwaars vroeg het OM waarom er een leespauze zou moeten worden ingevoerd en de stukken niet gewoon worden verstrekt.
Mr. Wind: Als we de stukken eerder zouden verstrekken, zou al duidelijk kunnen worden om wie het gaat. Dat willen we nog niet. Het kan ook nog niet.
De raadsman van Jesse Remmers, Mr. Sander Janssen, maakte als eerste bezwaar en gaf te kennen onder geen enkele voorwaarde akkoord te zullen gaan. Er zijn nog teveel vragen. Hoe verhoud zich dit tot de andere zaken? Hoe verhoud zich dit tot de media? Et cetera.
Mr. Janssen: Het zou allemaal niet zo heel belangrijk zijn wat deze getuige heeft te vertellen, maar er zou wel degelijk onderzoek moeten plaatsvinden. Er moet minimaal één week tussen zitten, en een week zónder zittingen.
Mr. Lauwaars: Het is natuurlijk zo dat niets zo fataal is dat u niet meer zou kunnen reageren.
Mr. Janssen resoluut: De verdediging zal bezwaar maken.
Mr. Nico Meijering: De heer Janssen maakt bezwaar tegen de handelswijze die het OM voorstelt. Ik sluit mij aan bij de heer Mr. Janssen. Het zou zo kunnen zijn dat de getuige iets zegt over La Serpe. Dat zou wat over diens betrouwbaarheid kunnen zeggen. In zoverre raakt het onze cliënt. Er zou een patroon in kunnen zitten. Er is dan ook overleg nodig met onze cliënt.
De overige raadslieden sloten zich hier eveneens bij aan. Er werd over en weer nog wat gediscussiëerd, onder meer over de juridische aspecten. Hierna reageerde het OM op de gehoorde bezwaren.
Mr. Betty Wind:
Het gaat om de '93-zaken. Het raakt Soerel, Burger en Akgün niet. Je ziet de raadslieden die erbuiten staan het langste aan het woord zijn. Mr. Janssen wil langer voorbreiding. Ik wil u in herinnering roepen, op maandagochtend, de leverancier van de Hollow-points. Geen enkele voorbereidingstijd. Wij hebben dat geslikt. De raadslieden die daar mee kwamen, willen zich nu wel kunnen voorbereiden. Het gaat om anderhalf A4-tje per '93-zaak. Er wordt nogal gespeculeerd. U kunt daar helemaal niets mee. De verdediging wordt geen strobreed in de weg gelegd. U mag aannemen dat we met iedereen rekening houden. Het hoeft natuurlijk niet op één dag. Wij stellen ook voor twee dagen met een pauze ertussen. De verdediging hoeft niet bang te zijn dat men te kort komt. Het gaat met name om afspraken die vallen binnen de normale bevoegdheden van een officier van justitie.
*
Tijdens de zitting achter gesloten deuren vorige week is kennelijk afgesproken dat de verdediging op onderzoekswensen terug zou komen. Mr. Nico Meijering gaf aan daarvoor zo'n twee uur nodig te hebben. De raadsman had eerder gezegd dat de deuren niet gesloten hoefte te worden wat hem betreft, echter Mr. Meijering kwam daar op terug naar aanleiding van een brief die het OM aan de procespartijen had gestuurd. Mr. Meijering gaf aan dat de status van de anonieme bedreigde getuige een groot goed is en beschermd dient te worden. Gisteren zou zijn gebleken 'dat het OM dat aan de laars lapt'.
Mr. Meijering: Als zij dit doorpakt komt de identiteit van F1 en F3 op straat te liggen.
Mr. Lauwaars: Wat bedoeld u?
Mr. Meijering: De namen worden dan bekend.
Mr. Lauwaars richting OM: Wat vindt u van de gesloten deuren?
Mr. Wind: Het is een groot goed, de gesloten deuren. Gezien wat er is voorgevallen vorige keer, lijkt het me raadzaam inderdaad de deuren gesloten te houden.
De voorzitter vroeg ook de raadsman van Peter La Serpe, Mr. Jan Peter van Schaik om zijn mening. De raadsman sloot zich aan bij het OM en de heer Meijering.
De rechtbank trok zich terug voor een kort beraad en besloot vervolgens de zitting voort te zetten achter gesloten deuren. Besproken zou worden de problematiek rond F1 en F3, en hetgeen La Serpe over deze anonieme getuigen vertelde tijdens de vorige besloten zitting. Het OM had naar aanleiding van opmerkingen van La Serpe gevraagd om getuigen F1 + F3, NN1 (Hollowpoint-leverancier) en Marion G. ter zitting nog nader te kunnen horen. Ook wilde men La Serpe nog horen. De raadslieden van Soerel, Akgün en Burger hadden verzocht getuige Q5 te horen.
Na enkele uren en een middagpauze werd de publieke tribune weer opengesteld voor pers en publiek. Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars las een tussenbeslissing voor die de rechtbank inmiddels klaar had gekregen.
De voorzitter ging nogal vlot door de beslissing heen, maar voor zover ik kon meeschrijven en nogal kort samengevat kwam de uitspraak op het volgende neer:
-Het horen van La Serpe is op dit moment afgewezen. De rechtbank ziet geen juridisch aanknopingspunt.
- Getuigen F1 + F3, NN1 en Marion G. op zitting horen door het OM is niet mogelijk. De rechtbank verwijst deze getuigen terug naar de rechter-commissaris, naar aanleiding van de opmerkingen van La Serpe en verzoekt haar oordeel over de betrouwbaarheid opnieuw te bezien. Ondanks verzet van de verdediging oordeelde de rechtbank dat de getuigen daar moeten worden gehoord, weliswaar niet zoals het openbaar ministerie had verzocht op zitting, maar dus bij de rechter-commissaris.
-Het horen van getuige Q5 door de verdediging werd afgewezen door de rechtbank.
Tot slot verzocht Mr. Nico Meijering de rechtbank zijn betoog, dat zo'n twee uur zou gaan duren, te verschuiven naar maandag 19 september, meteen om 9:30 bij aanvang van de zitting. Hij zag het niet zo zitten alvast een begin te maken en pas na het weekend verder te gaan met het tweede gedeelte. Iedereen was ook behoorlijk moe.
De aanvang van inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel die op 26 september stond gepland, is nu opgeschoven naar donderdag 29 en vrijdag 30 september, met uitloopmogelijkeid naar 3 en 4 oktober. Op donderdag komt het moordlijsten-verhaal aan de orde, vrijdag behandeld men de zaken Perugia, Agenda en Art. 140 (criminele organisatie). Alle verdachten worden opgeroepen om aanwezig te zijn.
De '93-verdachten staan nu gepland voor 11 en 13 oktober.
Volgende week zijn er drie zittingsdagen ingeruimd. Maandag 19 september gaat het Passage-proces verder.
Bondtehond
Mr. Wind vroeg de rechtbank twee dagen beschikbaar te stellen om de getuige op zitting te horen. Het liefst met enkele dagen ertussen en met een ingelaste leespauze bij aanvang van de eerste dag om de stukken te kunnen bestuderen. Het gaat dus niet om een kroongetuige, maar om een getuige volgens Art. 226g lid 4 Sv
Mr. Betty Wind: Er moeten wel beschermingsmaatregelen getroffen worden. De getuige zal op naam verklaren, dus niet anoniem. Het gaat overigens niet om een getuige die een zak geld krijgt. Dit beeld zou niet terecht zijn. Het gaat om een getuige die bijvoorbeeld strafkorting of teruggave van in beslag genomen goederen zou kunnen krijgen.
Rechtbankvoorzitter Lauwaars vroeg het OM waarom er een leespauze zou moeten worden ingevoerd en de stukken niet gewoon worden verstrekt.
Mr. Wind: Als we de stukken eerder zouden verstrekken, zou al duidelijk kunnen worden om wie het gaat. Dat willen we nog niet. Het kan ook nog niet.
De raadsman van Jesse Remmers, Mr. Sander Janssen, maakte als eerste bezwaar en gaf te kennen onder geen enkele voorwaarde akkoord te zullen gaan. Er zijn nog teveel vragen. Hoe verhoud zich dit tot de andere zaken? Hoe verhoud zich dit tot de media? Et cetera.
Mr. Janssen: Het zou allemaal niet zo heel belangrijk zijn wat deze getuige heeft te vertellen, maar er zou wel degelijk onderzoek moeten plaatsvinden. Er moet minimaal één week tussen zitten, en een week zónder zittingen.
Mr. Lauwaars: Het is natuurlijk zo dat niets zo fataal is dat u niet meer zou kunnen reageren.
Mr. Janssen resoluut: De verdediging zal bezwaar maken.
Mr. Nico Meijering: De heer Janssen maakt bezwaar tegen de handelswijze die het OM voorstelt. Ik sluit mij aan bij de heer Mr. Janssen. Het zou zo kunnen zijn dat de getuige iets zegt over La Serpe. Dat zou wat over diens betrouwbaarheid kunnen zeggen. In zoverre raakt het onze cliënt. Er zou een patroon in kunnen zitten. Er is dan ook overleg nodig met onze cliënt.
De overige raadslieden sloten zich hier eveneens bij aan. Er werd over en weer nog wat gediscussiëerd, onder meer over de juridische aspecten. Hierna reageerde het OM op de gehoorde bezwaren.
Mr. Betty Wind:
Het gaat om de '93-zaken. Het raakt Soerel, Burger en Akgün niet. Je ziet de raadslieden die erbuiten staan het langste aan het woord zijn. Mr. Janssen wil langer voorbreiding. Ik wil u in herinnering roepen, op maandagochtend, de leverancier van de Hollow-points. Geen enkele voorbereidingstijd. Wij hebben dat geslikt. De raadslieden die daar mee kwamen, willen zich nu wel kunnen voorbereiden. Het gaat om anderhalf A4-tje per '93-zaak. Er wordt nogal gespeculeerd. U kunt daar helemaal niets mee. De verdediging wordt geen strobreed in de weg gelegd. U mag aannemen dat we met iedereen rekening houden. Het hoeft natuurlijk niet op één dag. Wij stellen ook voor twee dagen met een pauze ertussen. De verdediging hoeft niet bang te zijn dat men te kort komt. Het gaat met name om afspraken die vallen binnen de normale bevoegdheden van een officier van justitie.
*
Tijdens de zitting achter gesloten deuren vorige week is kennelijk afgesproken dat de verdediging op onderzoekswensen terug zou komen. Mr. Nico Meijering gaf aan daarvoor zo'n twee uur nodig te hebben. De raadsman had eerder gezegd dat de deuren niet gesloten hoefte te worden wat hem betreft, echter Mr. Meijering kwam daar op terug naar aanleiding van een brief die het OM aan de procespartijen had gestuurd. Mr. Meijering gaf aan dat de status van de anonieme bedreigde getuige een groot goed is en beschermd dient te worden. Gisteren zou zijn gebleken 'dat het OM dat aan de laars lapt'.
Mr. Meijering: Als zij dit doorpakt komt de identiteit van F1 en F3 op straat te liggen.
Mr. Lauwaars: Wat bedoeld u?
Mr. Meijering: De namen worden dan bekend.
Mr. Lauwaars richting OM: Wat vindt u van de gesloten deuren?
Mr. Wind: Het is een groot goed, de gesloten deuren. Gezien wat er is voorgevallen vorige keer, lijkt het me raadzaam inderdaad de deuren gesloten te houden.
De voorzitter vroeg ook de raadsman van Peter La Serpe, Mr. Jan Peter van Schaik om zijn mening. De raadsman sloot zich aan bij het OM en de heer Meijering.
De rechtbank trok zich terug voor een kort beraad en besloot vervolgens de zitting voort te zetten achter gesloten deuren. Besproken zou worden de problematiek rond F1 en F3, en hetgeen La Serpe over deze anonieme getuigen vertelde tijdens de vorige besloten zitting. Het OM had naar aanleiding van opmerkingen van La Serpe gevraagd om getuigen F1 + F3, NN1 (Hollowpoint-leverancier) en Marion G. ter zitting nog nader te kunnen horen. Ook wilde men La Serpe nog horen. De raadslieden van Soerel, Akgün en Burger hadden verzocht getuige Q5 te horen.
Na enkele uren en een middagpauze werd de publieke tribune weer opengesteld voor pers en publiek. Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars las een tussenbeslissing voor die de rechtbank inmiddels klaar had gekregen.
De voorzitter ging nogal vlot door de beslissing heen, maar voor zover ik kon meeschrijven en nogal kort samengevat kwam de uitspraak op het volgende neer:
-Het horen van La Serpe is op dit moment afgewezen. De rechtbank ziet geen juridisch aanknopingspunt.
- Getuigen F1 + F3, NN1 en Marion G. op zitting horen door het OM is niet mogelijk. De rechtbank verwijst deze getuigen terug naar de rechter-commissaris, naar aanleiding van de opmerkingen van La Serpe en verzoekt haar oordeel over de betrouwbaarheid opnieuw te bezien. Ondanks verzet van de verdediging oordeelde de rechtbank dat de getuigen daar moeten worden gehoord, weliswaar niet zoals het openbaar ministerie had verzocht op zitting, maar dus bij de rechter-commissaris.
-Het horen van getuige Q5 door de verdediging werd afgewezen door de rechtbank.
Tot slot verzocht Mr. Nico Meijering de rechtbank zijn betoog, dat zo'n twee uur zou gaan duren, te verschuiven naar maandag 19 september, meteen om 9:30 bij aanvang van de zitting. Hij zag het niet zo zitten alvast een begin te maken en pas na het weekend verder te gaan met het tweede gedeelte. Iedereen was ook behoorlijk moe.
De aanvang van inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel die op 26 september stond gepland, is nu opgeschoven naar donderdag 29 en vrijdag 30 september, met uitloopmogelijkeid naar 3 en 4 oktober. Op donderdag komt het moordlijsten-verhaal aan de orde, vrijdag behandeld men de zaken Perugia, Agenda en Art. 140 (criminele organisatie). Alle verdachten worden opgeroepen om aanwezig te zijn.
De '93-verdachten staan nu gepland voor 11 en 13 oktober.
Volgende week zijn er drie zittingsdagen ingeruimd. Maandag 19 september gaat het Passage-proces verder.
Bondtehond
Labels:
Advocaten
,
Ali Akgün
,
De Bunker
,
Dino Soerel
,
Fred Ros
,
Jesse Remmers
,
Liquidatieproces
,
Passage
,
Peter La Serpe
,
Pinny Song
,
Sjaak Burger
vrijdag 9 september 2011
Vrijspraak in het ‘boterhamzak-mysterie’
Een mooie uitspraak gisteren voor advocaat Jan Hein Kuijpers van advocatenkantoor Kuijpers & Van der Biezen . Van een eis van 10 jaar naar niks. Een rol hierin was weggelegd voor forensisch adviseur Ruben Poppelaars, tevens columnist op deze site.
Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink schrijft er het volgende over op zijn website:
Het gerechtshof in Amsterdam deed gisteren een belangrijke uitspraak over DNA als bewijsmateriaal, die waarschijnlijk heel wat gevolgen zal hebben. Het gaat over de zaak die in het boek ‘Op dood spoor’ van forensisch adviseur Ruben Poppelaars wordt behandeld in het hoofdstuk ‘het mysterieuze boterhammenzakje’.
Donderdagavond acht uur. In een huiskamer Maarssen ligt vader Ben op de bank te slapen, Jordi (18) en Roy (15) zitten televisie te kijken, moeder Ineke is boven aan het strijken. Jordi zit in een rolstoel, vanwege een ongelukje met voetballen.
De bel gaat, Roy doet open. Meteen duwt een man met een bivakmuts hem aan de kant en loopt naar de woonkamer. Voor de bank staat de man stil en schiet koelbloedig de slapende Ben neer. Jordi springt uit zijn rolstoel en begint met de dader te worstelen. Hij prikt de dader in zijn oog. De gemaskerde man blijft schieten en raakt Jordi in zijn schouder. Die voelt er niets van en vecht door.
Net voordat de man zich weet los te wringen, trekt Jordi een deel van zijn bivakmuts omhoog. Veel tijd om naar het gezicht te kijken heeft Jordi niet. De man draait zich meteen om en vlucht. De paniek in huis is groot. Ben leeft nog. Zijn vrouw belt de politie, hij wordt met een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.
Jordi vertelt de politieagente dat hij tijdens de worsteling de dader in het oog heeft geprikt. De agente begrijpt dat er mogelijk DNA van de dader aan de vingers van Jordi zit en besluit een boterhammenzakje om de hand van Jordi te binden. Zo kan een eventueel DNA-spoor op de hand van Jordi niet weggeveegd worden en kunnen er ook geen nieuwe sporen op zijn hand ontstaan. Een forensisch assistent wordt opgeroepen om de sporen veilig te stellen.
Het NFI vindt twee volledige DNA-profielen. Het ene is van Jordi zelf, het andere kan van de dader afkomstig zijn. Er rolt een match uit met een man zonder vaste verblijfplaats die staat ingeschreven bij een daklozencentrum in Delft. In het boek van Poppelaars wordt hij Remond genoemd, zijn echte naam is Daniël M.
Remond wordt gearresteerd. Zijn signalement komt overeen met de beschrijving die Jordi heeft gegeven: een grote man met een grote neus, met een bobbel erop. Maar bij een zogenaamde Oslo-confrontatie herkent Jordi de man niet.
Op verzoek van de advocaat van Remond, Jan-Hein Kuijpers, onderzoekt Ruben Poppelaars wat er gebeurd kan zijn met het DNA-spoor: hoe komt dat van een zwerver in Delft terecht in Maarssen bij iemand waar geen enkele relatie mee is?
Een van de eerste vragen is: waar kwam het boterhammenzakje vandaan? Het kan zijn dat er al materiaal op het zakje zat voordat het om de hand van Jordi is gedaan. Vreemd genoeg staat er in het proces-verbaal niets over waar dit zakje vandaan is gekomen. Bij navraag zegt de agente dat ze het van Ineke heeft gekregen, maar die zegt dat de agente het zelf bij zich had en zij weet niet meer waar ze het vandaan had.
Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink schrijft er het volgende over op zijn website:
Het gerechtshof in Amsterdam deed gisteren een belangrijke uitspraak over DNA als bewijsmateriaal, die waarschijnlijk heel wat gevolgen zal hebben. Het gaat over de zaak die in het boek ‘Op dood spoor’ van forensisch adviseur Ruben Poppelaars wordt behandeld in het hoofdstuk ‘het mysterieuze boterhammenzakje’.
Donderdagavond acht uur. In een huiskamer Maarssen ligt vader Ben op de bank te slapen, Jordi (18) en Roy (15) zitten televisie te kijken, moeder Ineke is boven aan het strijken. Jordi zit in een rolstoel, vanwege een ongelukje met voetballen.
De bel gaat, Roy doet open. Meteen duwt een man met een bivakmuts hem aan de kant en loopt naar de woonkamer. Voor de bank staat de man stil en schiet koelbloedig de slapende Ben neer. Jordi springt uit zijn rolstoel en begint met de dader te worstelen. Hij prikt de dader in zijn oog. De gemaskerde man blijft schieten en raakt Jordi in zijn schouder. Die voelt er niets van en vecht door.
Net voordat de man zich weet los te wringen, trekt Jordi een deel van zijn bivakmuts omhoog. Veel tijd om naar het gezicht te kijken heeft Jordi niet. De man draait zich meteen om en vlucht. De paniek in huis is groot. Ben leeft nog. Zijn vrouw belt de politie, hij wordt met een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.
Jordi vertelt de politieagente dat hij tijdens de worsteling de dader in het oog heeft geprikt. De agente begrijpt dat er mogelijk DNA van de dader aan de vingers van Jordi zit en besluit een boterhammenzakje om de hand van Jordi te binden. Zo kan een eventueel DNA-spoor op de hand van Jordi niet weggeveegd worden en kunnen er ook geen nieuwe sporen op zijn hand ontstaan. Een forensisch assistent wordt opgeroepen om de sporen veilig te stellen.
Het NFI vindt twee volledige DNA-profielen. Het ene is van Jordi zelf, het andere kan van de dader afkomstig zijn. Er rolt een match uit met een man zonder vaste verblijfplaats die staat ingeschreven bij een daklozencentrum in Delft. In het boek van Poppelaars wordt hij Remond genoemd, zijn echte naam is Daniël M.
Remond wordt gearresteerd. Zijn signalement komt overeen met de beschrijving die Jordi heeft gegeven: een grote man met een grote neus, met een bobbel erop. Maar bij een zogenaamde Oslo-confrontatie herkent Jordi de man niet.
Op verzoek van de advocaat van Remond, Jan-Hein Kuijpers, onderzoekt Ruben Poppelaars wat er gebeurd kan zijn met het DNA-spoor: hoe komt dat van een zwerver in Delft terecht in Maarssen bij iemand waar geen enkele relatie mee is?
Een van de eerste vragen is: waar kwam het boterhammenzakje vandaan? Het kan zijn dat er al materiaal op het zakje zat voordat het om de hand van Jordi is gedaan. Vreemd genoeg staat er in het proces-verbaal niets over waar dit zakje vandaan is gekomen. Bij navraag zegt de agente dat ze het van Ineke heeft gekregen, maar die zegt dat de agente het zelf bij zich had en zij weet niet meer waar ze het vandaan had.
woensdag 7 september 2011
'Het is weer even inkomen na het zomereces'
Rechtbankvoorzitter Lauwaars opende vandaag de eerste zitting na het zomerreces met een reeks huishoudelijke mededelingen, zoals hij dat zelf vaak noemt. Hij merkte op: "Het is weer even inkomen na het zomerreces." Allereerst heette hij iedereen welkom die in de rechtszaal zat. Dino Soerel, Jesse Remmers, Pinny Song en Moppie Rasnabe waren als enige verdachten aanwezig. Fred Ros weigert voorlopig nog te komen uit protest vanwege zijn lange en naar zijn mening onterechte plaatsing in landelijke afzonderingen. Ali Akgün, Sjaak Burger, Siegfried Saez, Freek S. en Nampaul de B. bleven vandaag ook weg.
Mr. Lauwaars begroette tevens alle advocaten, waarvan de meeste wel aanwezig waren op deze eerste zitting. Alleen Mr. Peter Plasman, de advocaat van Fred Ros, was net als zijn cliënt en waarschijnlijk in diens opdracht ook niet op zitting aanwezig en Mr. Marnix van der Werf had een andere zitting ivm cliënt Jan Dirk Paarlberg. Jesse Remmers werd vandaag voor het eerst bijgestaan door een nieuwe advocaat, Mr. Robert Malewicz. Deze advocaat komt voortaan in plaats van Mr. Paul Waarts. Over de reden(en) van deze advocatenwissel werden verder geen mededelingen gedaan. Lauwaars noemde Mr. Paul Waarts nog een zeer gewaardeerd raadsman.
Het voorgenomen horen van een nieuwe kroongetuige waar het openbaar ministerie mee in gesprek is, werd vandaag voorlopig uitgesteld. De reden is omdat er nog geen volledige overeenkomst is gesloten. De onderhandelingen zijn nog volop gaande, aldus officier van justitie Betty Wind. Deze getuige zou kunnen verklaren over zaken die in 1993 hebben plaatsgevonden, met name de moorden op Joegoslaven Djordje Ilic en Selim Hadziselimovic bij de Ouderkerkerplas, de moord op diamantair en drugshandelaar Henie Shamel en Anne de Witte in Antwerpen en de moord op sportschoolhouder Tonny van Maurik bij het Altea Hotel in Amsterdam.
Het zou kunnen dat deze twee getuigen, ( La Serpe + nieuwe getuige), niet op zitting worden gehoord. Mr. Betty Wind zal de verdediging op zo kort mogelijke termijn laten weten hoe en wanneer de getuigen gehoord gaan worden. Mr. Lauwaars wilde na deze mededeling wel van Mr. Betty Wind weten hoe de deal tot stand is gekomen en waar de rechtbank aan moet denken als het OM het over 'op korte termijn' heeft. De rechtbank wil nu wel zicht krijgen op een afronding van het Passage-proces, al durft Mr. Lauwaars nog niet over de eindfase te spreken, aldus de voorzitter. Mr. Wind beloofde er zo spoedig mogelijk een mededeling over te sturen. Veel meer dan dat het de bedoeling is de getuige twee dagen te horen over de '93-zaken en hoe het allemaal zo gekomen is, wilde de officier van justitie niet kwijt, anders zou het OM al teveel prijsgeven over zijn/haar identiteit.
Mr. Sander Janssen, de andere advocaat van Jesse Remmers, protesteerde enigzins. Hij kon alvast wel zeggen dat het niet gaat lukken om half September maar meteen verder te gaan, als het OM eenmaal met die mededeling is gekomen en nadat de getuige is gehoord over de '93-zaken die al lang en breed behandeld zijn. Volgens Mr. Betty Wind heeft het echter zo zijn reden waarom het op deze manier gaat. Al het andere is gespeculeer, aldus de officier van justitie.
Tijdens het zomerreces zijn er allerlei stukken binnengekomen bij de rechtbank. Mr. Lauwaars wilde daar eerst mee verdergaan. Het OM kreeg vervolgens het woord.
Mr. Betty Wind: De verdediging van Dino Soerel heeft gevraagd om opnames van het verhoor van Ferry de Kok. We hebben ze inmiddels gehoord. Het is bijna hetzelfde wat al integraal te lezen is binnen Passage. De verdediging heeft een uitnodiging gekregen ze te horen bij de politie.
Mr. Nico Meijering: Ik heb geen uitnodiging gekregen...
Mr. Wind: De heer Soerel heeft DVD's ontvangen. Mischien kan hij dat bevestigen?
Mr. Lauwaars: Hij knikt, dus dat zal gebeurd zijn.
Voorzitter Lauwaars noemde vervolgens nog enkele binnengekomen stukken.
Mr. Lauwaars:
-Er zijn getuigen gehoord in verband met Bethlehem, de heer Peter Schoofs en de heer Rene Pouw. Er is een proces-verbaal van bevindingen van het verhoor van de heer Schoofs.
De rechter vulde aan: De bevindingen van de telecomgegevens van Schoofs hebben we.
- T055 en de Baja/BED-kwestie
- Ferry de Kok i.v.m. de tenlastelegging Soerel.
- Sjarl de Groot is gehoord.
- Anonieme getuige NN1, de hollow-point leverancier.
NN1 is een nieuwe door de verdediging ingebrachte anonieme getuige die kortgeleden is gehoord en heeft verteld over het leveren van de hollow-point patronen die gebruikt zijn bij de liquidatie van Gerrie Bethlehem.
De rechtbank wilde dat La Serpe een reactie zou geven op de verklaring van NN1.
Mr. Nico Meijering merkte daar over op: Het is van belang om hier iets over te zeggen. U heeft gezien dat er een beperkte anonimiteit is. Het is van belang dat de naam niet in de openbaarheid komt. We zouden willen dat het verhoor van La Serpe dat dat dan in anonimiteit zal plaatsvinden.
Mr. Betty Wind: Waarom vragen we niet aan de heer La Serpe of hij voornemens is de naam te noemen?
Mr. Meijering: Het is een goed idee.
Peter La Serpe klonk toen voor het eerst over de speakers vanuit zijn gepanserde getuige-cabine.
La Serpe: Ik heb gisteren pas gehoord dat er een verklaring is. Ik ga pas reageren als hij alles heeft afgelegd. Pas nadat deze heer alles heeft uitgekotst, zal ik reageren. Ik zie het gefaseerd afleggen van verklaringen als een spelletje van de verdediging. Daar wens ik niet meer aan mee te werken. Ik had voor ik hoorde van deze getuige al stukken klaarliggen. De relaties tussen F1 en F3, tussen F1, F3 en NN1 en de relatie tussen Jesse en F1 en F3. Verder hoorde ik het gisteren pas. Ik heb F1 en F3 aangeduid. De naam van de jongen staat wel in mijn stukken. Ik denk wel dat die bekend gaat worden. Er zijn verhoudingen waarover gesproken moet worden, dus zal ik ze noemen. Ik zal hem in de stukken van mijnheer van Schaik aanduiden met NN1. Ik wil wel dat de rechtbank weet hoe de verhoudingen liggen.
Mr. Lauwaars: U heeft de reacties al klaarliggen?
La Serpe: Nou, ik zal wel willen zeggen wie die jongen is.
Mr. Lauwaars: Koppelt u daar nog namen aan?
Mr. Meijering: Begrijp ik nu dat de heer La Serpe de namen wil noemen van F1 en F3 of wie hij denkt wie dat zijn?
Er ontstond een discussie om te voorkomen dat La Serpe de namen openbaar zou noemen. Het is volgens hem in zijn belang om de verhoudingen te kunnen schetsen tussen hem, Jesse Remmers en de verschillende anonieme getuigen. Als voorbeeldje noemde hij dat getuige F3 in november 2005 17.000 euro van hem heeft ontvangen terwijl deze wist waar dat geld vandaan kwam. Dit zegt volgens hem al heel wat over de verhoudingen.
Het OM wilde zich graag terugtrekken om te overleggen wat de juridische kaders zijn. In de pauze die daarop volgde besloot de rechtbank de zitting achter gesloten deuren verder te laten gaan om de anonimiteit van de getuigen te waarborgen. Iedere aanwezige op de publieke tribune moest de zaal vervolgens verlaten.
De besloten zitting duurde aan aantal uren. Daarna gaf Lauwaars een korte samenvatting voor de publieke tribune.
Mr. Lauwaars: La Serpe heeft een verklaring afgelegd over de getuigen F1 en F3. Hij heeft puntsgewijs punten naar voren gebracht waarom je zou kunnen twijfelen aan hun geloofwaardigheid. Het OM is gekomen met vragen. De getuigen moeten nader bevraagd worden, als het kan in een besloten zitting als nu. In de eerste plaats om de anonimiteit te waarborgen. De rechtbank moet er nog over beraden omdat er allerlei haken en ogen aan zitten. De verdediging is zelf gekomen om Q5 te horen. Een beetje in het verlengde van F1 en F3. Beetje contradictor daarin. Men wil dat het OM La Serpe gaat vervolgen voor Bethlehem. Zo niet, koppelt de verdediging daar een niet-ontvankelijkheid aan. Dit is zo'n beetje in grote lijnen wat er is besproken.
Na een pauze waarin de rechtbank overleg pleegde over het schema en wat er verder gaat gebeuren, maakte Lauwaars het besluit bekend wat de rechtbank had genomen.
Mr. Lauwaars: Wat de rechtbank doet: we nemen een beslissing op 25 september. De dagen daarvoor komen dan te vervallen. We vinden het wel belangrijk dat het schema gevolgd wordt. We handhaven de behandeling van de heer Soerel op 26 september. Dat niet-ontvankelijkheidverweer komt dan in de week daarna.
Mr. Meijering: De 15e blijft dat staan?
Mr. Lauwaars: Uh ja, dat blijft staan. Het OM heeft meestal wel wat tijd nodig, dus de 15e blijft staan. Aan de orde komt de kroongetuige, wel of niet.
15 september dus verder...
Bondtehond
Mr. Lauwaars begroette tevens alle advocaten, waarvan de meeste wel aanwezig waren op deze eerste zitting. Alleen Mr. Peter Plasman, de advocaat van Fred Ros, was net als zijn cliënt en waarschijnlijk in diens opdracht ook niet op zitting aanwezig en Mr. Marnix van der Werf had een andere zitting ivm cliënt Jan Dirk Paarlberg. Jesse Remmers werd vandaag voor het eerst bijgestaan door een nieuwe advocaat, Mr. Robert Malewicz. Deze advocaat komt voortaan in plaats van Mr. Paul Waarts. Over de reden(en) van deze advocatenwissel werden verder geen mededelingen gedaan. Lauwaars noemde Mr. Paul Waarts nog een zeer gewaardeerd raadsman.
Het voorgenomen horen van een nieuwe kroongetuige waar het openbaar ministerie mee in gesprek is, werd vandaag voorlopig uitgesteld. De reden is omdat er nog geen volledige overeenkomst is gesloten. De onderhandelingen zijn nog volop gaande, aldus officier van justitie Betty Wind. Deze getuige zou kunnen verklaren over zaken die in 1993 hebben plaatsgevonden, met name de moorden op Joegoslaven Djordje Ilic en Selim Hadziselimovic bij de Ouderkerkerplas, de moord op diamantair en drugshandelaar Henie Shamel en Anne de Witte in Antwerpen en de moord op sportschoolhouder Tonny van Maurik bij het Altea Hotel in Amsterdam.
Het zou kunnen dat deze twee getuigen, ( La Serpe + nieuwe getuige), niet op zitting worden gehoord. Mr. Betty Wind zal de verdediging op zo kort mogelijke termijn laten weten hoe en wanneer de getuigen gehoord gaan worden. Mr. Lauwaars wilde na deze mededeling wel van Mr. Betty Wind weten hoe de deal tot stand is gekomen en waar de rechtbank aan moet denken als het OM het over 'op korte termijn' heeft. De rechtbank wil nu wel zicht krijgen op een afronding van het Passage-proces, al durft Mr. Lauwaars nog niet over de eindfase te spreken, aldus de voorzitter. Mr. Wind beloofde er zo spoedig mogelijk een mededeling over te sturen. Veel meer dan dat het de bedoeling is de getuige twee dagen te horen over de '93-zaken en hoe het allemaal zo gekomen is, wilde de officier van justitie niet kwijt, anders zou het OM al teveel prijsgeven over zijn/haar identiteit.
Mr. Sander Janssen, de andere advocaat van Jesse Remmers, protesteerde enigzins. Hij kon alvast wel zeggen dat het niet gaat lukken om half September maar meteen verder te gaan, als het OM eenmaal met die mededeling is gekomen en nadat de getuige is gehoord over de '93-zaken die al lang en breed behandeld zijn. Volgens Mr. Betty Wind heeft het echter zo zijn reden waarom het op deze manier gaat. Al het andere is gespeculeer, aldus de officier van justitie.
Tijdens het zomerreces zijn er allerlei stukken binnengekomen bij de rechtbank. Mr. Lauwaars wilde daar eerst mee verdergaan. Het OM kreeg vervolgens het woord.
Mr. Betty Wind: De verdediging van Dino Soerel heeft gevraagd om opnames van het verhoor van Ferry de Kok. We hebben ze inmiddels gehoord. Het is bijna hetzelfde wat al integraal te lezen is binnen Passage. De verdediging heeft een uitnodiging gekregen ze te horen bij de politie.
Mr. Nico Meijering: Ik heb geen uitnodiging gekregen...
Mr. Wind: De heer Soerel heeft DVD's ontvangen. Mischien kan hij dat bevestigen?
Mr. Lauwaars: Hij knikt, dus dat zal gebeurd zijn.
Voorzitter Lauwaars noemde vervolgens nog enkele binnengekomen stukken.
Mr. Lauwaars:
-Er zijn getuigen gehoord in verband met Bethlehem, de heer Peter Schoofs en de heer Rene Pouw. Er is een proces-verbaal van bevindingen van het verhoor van de heer Schoofs.
De rechter vulde aan: De bevindingen van de telecomgegevens van Schoofs hebben we.
- T055 en de Baja/BED-kwestie
- Ferry de Kok i.v.m. de tenlastelegging Soerel.
- Sjarl de Groot is gehoord.
- Anonieme getuige NN1, de hollow-point leverancier.
NN1 is een nieuwe door de verdediging ingebrachte anonieme getuige die kortgeleden is gehoord en heeft verteld over het leveren van de hollow-point patronen die gebruikt zijn bij de liquidatie van Gerrie Bethlehem.
De rechtbank wilde dat La Serpe een reactie zou geven op de verklaring van NN1.
Mr. Nico Meijering merkte daar over op: Het is van belang om hier iets over te zeggen. U heeft gezien dat er een beperkte anonimiteit is. Het is van belang dat de naam niet in de openbaarheid komt. We zouden willen dat het verhoor van La Serpe dat dat dan in anonimiteit zal plaatsvinden.
Mr. Betty Wind: Waarom vragen we niet aan de heer La Serpe of hij voornemens is de naam te noemen?
Mr. Meijering: Het is een goed idee.
Peter La Serpe klonk toen voor het eerst over de speakers vanuit zijn gepanserde getuige-cabine.
La Serpe: Ik heb gisteren pas gehoord dat er een verklaring is. Ik ga pas reageren als hij alles heeft afgelegd. Pas nadat deze heer alles heeft uitgekotst, zal ik reageren. Ik zie het gefaseerd afleggen van verklaringen als een spelletje van de verdediging. Daar wens ik niet meer aan mee te werken. Ik had voor ik hoorde van deze getuige al stukken klaarliggen. De relaties tussen F1 en F3, tussen F1, F3 en NN1 en de relatie tussen Jesse en F1 en F3. Verder hoorde ik het gisteren pas. Ik heb F1 en F3 aangeduid. De naam van de jongen staat wel in mijn stukken. Ik denk wel dat die bekend gaat worden. Er zijn verhoudingen waarover gesproken moet worden, dus zal ik ze noemen. Ik zal hem in de stukken van mijnheer van Schaik aanduiden met NN1. Ik wil wel dat de rechtbank weet hoe de verhoudingen liggen.
Mr. Lauwaars: U heeft de reacties al klaarliggen?
La Serpe: Nou, ik zal wel willen zeggen wie die jongen is.
Mr. Lauwaars: Koppelt u daar nog namen aan?
Mr. Meijering: Begrijp ik nu dat de heer La Serpe de namen wil noemen van F1 en F3 of wie hij denkt wie dat zijn?
Er ontstond een discussie om te voorkomen dat La Serpe de namen openbaar zou noemen. Het is volgens hem in zijn belang om de verhoudingen te kunnen schetsen tussen hem, Jesse Remmers en de verschillende anonieme getuigen. Als voorbeeldje noemde hij dat getuige F3 in november 2005 17.000 euro van hem heeft ontvangen terwijl deze wist waar dat geld vandaan kwam. Dit zegt volgens hem al heel wat over de verhoudingen.
Het OM wilde zich graag terugtrekken om te overleggen wat de juridische kaders zijn. In de pauze die daarop volgde besloot de rechtbank de zitting achter gesloten deuren verder te laten gaan om de anonimiteit van de getuigen te waarborgen. Iedere aanwezige op de publieke tribune moest de zaal vervolgens verlaten.
De besloten zitting duurde aan aantal uren. Daarna gaf Lauwaars een korte samenvatting voor de publieke tribune.
Mr. Lauwaars: La Serpe heeft een verklaring afgelegd over de getuigen F1 en F3. Hij heeft puntsgewijs punten naar voren gebracht waarom je zou kunnen twijfelen aan hun geloofwaardigheid. Het OM is gekomen met vragen. De getuigen moeten nader bevraagd worden, als het kan in een besloten zitting als nu. In de eerste plaats om de anonimiteit te waarborgen. De rechtbank moet er nog over beraden omdat er allerlei haken en ogen aan zitten. De verdediging is zelf gekomen om Q5 te horen. Een beetje in het verlengde van F1 en F3. Beetje contradictor daarin. Men wil dat het OM La Serpe gaat vervolgen voor Bethlehem. Zo niet, koppelt de verdediging daar een niet-ontvankelijkheid aan. Dit is zo'n beetje in grote lijnen wat er is besproken.
Na een pauze waarin de rechtbank overleg pleegde over het schema en wat er verder gaat gebeuren, maakte Lauwaars het besluit bekend wat de rechtbank had genomen.
Mr. Lauwaars: Wat de rechtbank doet: we nemen een beslissing op 25 september. De dagen daarvoor komen dan te vervallen. We vinden het wel belangrijk dat het schema gevolgd wordt. We handhaven de behandeling van de heer Soerel op 26 september. Dat niet-ontvankelijkheidverweer komt dan in de week daarna.
Mr. Meijering: De 15e blijft dat staan?
Mr. Lauwaars: Uh ja, dat blijft staan. Het OM heeft meestal wel wat tijd nodig, dus de 15e blijft staan. Aan de orde komt de kroongetuige, wel of niet.
15 september dus verder...
Bondtehond
Labels:
Advocaten
,
Ali Akgün
,
De Bunker
,
Dino Soerel
,
Fred Ros
,
Jesse Remmers
,
Liquidatieproces
,
Moppie Rasnabe
,
Passage
,
Peter La Serpe
,
Pinny Song
,
Siegfried Saez
,
Sjaak Burger
zondag 4 september 2011
Harley-bijeenkomst Amsterdam vreedzaam verlopen protest
Het Harley-protest dat zondagmiddag plaatsvond op het Waterlooplein ging er zeer vreedzaam aan toe. Honderden ruig ogende motorfanaten op hun ronkende motoren maakten er weer eens een waar spektakel van. Het hele Waterlooplein stond van voor naar achter vol met motoren van verschillende merken en types, maar toch voornamelijk met Harley Davidson's. Clubleden uit heel Nederland schudden de hand of omarmden elkaar broederlijk. Het is alleen jammer dat deze bijeenkomst om minder leuke reden georganiseerd moest worden. Kennelijk blijven politie en justitie de vermeende ruzie tussen Hells Angels en Satudarah, die steeds met nadruk ontkend wordt door woordvoerders van beide motorclubs, aangrijpen om paniek te zaaien.
Inmiddels heeft men een klimaat weten te scheppen waarin de geruchtenmachine keihard blijft draaien. Er hoeft maar iets te gebeuren of de tapgesprekken en aanwijzingen dat er iets broeit in motorland vliegen je om de oren. Toverwoord: Oorlog. Je zou bijna zeggen: Laat eens horen dan die zogenaamde tapgesprekken.... Maar goed, zo werkt het dan weer niet. De oproep die Hells Angels-president Unu afgelopen week deed op Feniksmc.nl spreekt echter boekdelen. (Onder Good to know) Feilloos weet hij te omschrijven waar de schoen wringt, bij hem en de vele motor-enthousiastelingen in Nederland die het rigoureus afgelasten van Harley-dagen meer dan zat zijn.
Bondtehond heeft wat foto's gemaakt van het vreedzame Harley-protest. De eerste beelden schoot ik reeds op de A2 richting Amsterdam vanuit de auto. Op weg naar Amsterdam centrum zag ik toevallig drie leden van motorclub Satudarah afslaan richting Shell-tankstation Ruwiel bij Breukelen. Op de parkeerplaats stonden reeds meer dan honderd Satudarah-leden te wachten op hun clubgenoten.
De rest, met name de politieblokkade, heb ik niet meegemaakt. Dat kreeg ik echter al gauw te horen op het Waterlooplein voor tattooshop Inkrowd Tattoos, waar Unu normaalgesproken werkt. Hij bleek nogal pissig te zijn omdat de hele colone van Satudarah intussen door de ME was staande gehouden voor de Utrechtsebrug. Houd het dan nooit op?
Later bleek dat er toch een twintigtal Satudarah-leden waren doorgelaten, die hun tocht richting Waterlooplein konden voortzetten. Helaas was ik daar niet meer bij om dat vast te leggen. De ontvangst bleek allerhartelijkst te zijn verlopen en tekenen van ruzie, laat staan oorlog, waren op geen pleinen of straten te bekennen. Wellicht dat de geruchtenmachine en paniekzaaierij nu eens tot stilstand komt en politie en justitie inzien dat het rigoureuze afgelasten van Harley-dagen onnodig vele enthousiaste motorfanaten treft.
Bondtehond
maandag 29 augustus 2011
Misdaadjournalist op tijdelijke locatie
Het welbekende weblog van 'De Misdaadjournalist' Hendrik Jan Korterink is momenteel even niet bereikbaar wegens een grote verhuizing van alle weblogs bij web-log.nl. U kunt inmiddels wel terecht op deze tijdelijke locatie: www.ilkie.nl. Het is even niet anders. Zulke grote verhuizingen van een groot aantal websites nemen meestal wel wat tijd in beslag.
Als het een beetje meezit, komt dit vandaag (maandag) online. Met een noodgreep. Zoals de meesten wel zullen hebben ontdekt was ik vanaf woensdagmorgen tien uur ‘uit de lucht’.
Er was aangekondigd dat web-log.nl (waar mijn misdaadjournalist.nl onder draaide) zou overstappen op een ander systeem. Dat zou ‘s nachts gebeuren, er zou wel wat veranderen, maar er is geen moment sprake van geweest dat de site niet meer bereikbaar zou zijn.
Dus wel.
Vanaf het begin van misdaadjournalist.nl, in februari 2006, ben ik niet één dag onbereikbaar geweest en is er zelden een dag geweest dat ik de site niet ververste. En nu zomaar vijf dagen: gewoon weg. Als ik daar ook maar enig vermoeden van had gehad had ik eerder maatregelen getroffen, was ik al veel eerder overgestapt op iets heel anders.
Ik vind het ook onvoorstelbaar dat zoiets kan, Sanoma (van web-log) heeft de situatie totaal verkeerd ingeschat. Het eind van de ellende is nog niet in zicht en de benadeelden worden maar mondjesmaat op de hoogte gehouden van wat er aan de hand is. Amateurisme ten top, maar dat zie je vaak als uitgevers zich op internet begeven: het mag allemaal niks kosten.
Ze zouden moord en brand schreeuwen als een van hun tijdschriften een week niet zou verschijnen, maar nu een hele actuele dienst eruit ligt hoor je niks. Jammer dat nu.nl niet onder web-log draait, dat had misschien iets gescheeld.
Hoe dan ook, eerst maar eens zien of dit een beetje gaat werken. (HJK)
Bondtehond
donderdag 18 augustus 2011
'Meer delict gerelateerde informatie in een vingerspoor?'
Ruben Poppelaars, van Poppelaars & De Jongh - Forensic Consultancy, het forensisch adviesbureau dat is gehuisvest in advocatenkantoor Kuijpers & Van der Biezen in Den Bosch, heeft na een break van enkele maanden de pen weer opgepakt. Zoals ik u vertelde in mijn laatste artikel voor het zomerreces van de Passage-rechtbank heeft Ruben afgelopen jaar hard gewerkt aan zijn boek 'Op dood spoor'. De vaste lezers van dit blog hoef ik vast niet te vertellen dat het altijd weer interessant is wat hij ons weet te vertellen over forensische opsporingstechnieken. Dit maal reageert Ruben op een artikel over vingerafdrukken dat onlangs verscheen op de website van BBC News. Bondtehond
Ruben Poppelaars: Enkele dagen geleden las ik het artikel “Fingerprint breaktrough offers new forensic evidence” over een ontwikkeling in het onderzoek van vingersporen. Tot op de dag van vandaag wordt bij het onderzoek aan vingersporen alleen gekeken naar het patroon van de papillairlijnen (de lijnen op je vingers). Als van een vingerspoor het patroon van de papillairlijnen op 12 zogenaamde dactyloscopische punten gelijk is aan dat van de verdachte en er geen verschillen worden aangetroffen, dan wordt geconcludeerd dat dit vingerspoor afkomstig is van de verdachte. Een papillairlijnenpatroon blijkt namelijk uniek te zijn (ik vind deze conclusie persoonlijk te ver gaan, nu dit naar mijn mening alleen gezegd kan worden als alle papillairlijnpatronen van alle mensen op de wereld bekend zijn, wat natuurlijk niet het geval is).
Dit zorgt ervoor dat de identificerende waarde van een “match” in dactyloscopisch onderzoek (vingersporenonderzoek) groter is dan een match bij DNA-onderzoek, waarbij de conclusie niet sterker kan zijn dan “de kans dat een willekeurig persoon dezelfde DNA-kenmerken heeft als die in het spoor is kleiner dan één op één miljard”. De kans dat er DNA van iemand wordt gevonden is echter een stuk groter dan dat een volledig vingerspoor van iemand wordt gevonden. De plaats van aantreffen van DNA zorgt er tevens voor dat dit vaak een hogere incriminerende waarde heeft dan een vingerspoor, waardoor DNA-onderzoek in het forensisch onderzoek van grotere waarde blijkt dan dactyloscopisch onderzoek.
In het artikel zegt de onderzoeker dat het ontwikkelde onderzoek meer informatie over een misdrijf zal kunnen verschaffen dan DNA-onderzoek. Met het nieuwe onderzoek kunnen namelijk stoffen zoals drugs, glijmiddel (van een condoom) of explosieven in een vingerspoor gedetecteerd worden. Naar verwachting kan het onderzoek over ongeveer drie jaar in gebruik worden genomen.
Dit onderzoek kan van grote waarde worden in het forensisch onderzoek. Het kan veel zeggen over de omstandigheden waaronder het vingerspoor is achtergelaten en het kan iets zeggen over de toestand van de persoon toen hij het vingerspoor achterliet. Als op een tafel waarop een vrouw is verkracht door een man welke een condoom omdeed een vingerspoor wordt gevonden waarin glijmiddel wordt aangetroffen, is dit een sterke aanwijzing dat dit vingerspoor afkomstig is van de dader. Ook het vinden van drugs in een delict gerelateerd vingerspoor kan informatie geven over de omstandigheden van het delict en over de persoon van de verdachte. Voor het objectieve forensisch onderzoek zal dit onderzoek dus een grote meerwaarde hebben.
Echter is forensisch onderzoek niet alleen maar objectief, maar vaak ook subjectief. In iedere zaak zullen onderzoekers keuzes moeten maken over welke sporen wel en welke niet veiliggesteld worden en/of verder onderzocht worden. Ook zie ik met enkele regelmaat dat sporen die de forensisch onderzoekers (van de politie) relevant achten zeer uitgebreid behandeld worden en de sporen die zij niet relevant achten nauwelijks of niet. Daardoor worden deze ook vaak nauwelijks of niet behandeld tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Dit kan ervoor zorgen dat de tunnelvisie van forensisch onderzoekers over wordt genomen door de juristen ter terechtzitting. Dit nieuwe onderzoek zal meer tunnelvisie tot gevolg hebben wat de kans vergroot dat relevante sporen over het hoofd gezien worden en verkeerde conclusies getrokken zullen worden.
Als bijvoorbeeld op een plaats delict van een zedenmisdrijf een vingerspoor gevonden wordt waarin sporen van glijmiddel zitten, is dit een sterke aanwijzing dat dit spoor delict gerelateerd is. Echter, dit is niet zeker. Misschien is het wel afkomstig van een persoon die eerder op die plek vrijwillige seks heeft gehad. Het onderzoek geeft namelijk resultaat bij onderzoek aan sporen tot 10 dagen oud. Het vinden van dit dactyloscopisch spoor zal de donor waarschijnlijk wel verdachte maken en andere sporen zullen minder aandacht krijgen in het onderzoek. Hierdoor kunnen sporen verloren gaan, die achteraf bezien cruciaal waren voor de waarheidsvinding.
Ook het aantreffen van sporen van drugs in een vingerspoor kan gemakkelijk tot tunnelvisie leiden. Het aantreffen van bijvoorbeeld cocaïne in een vingerspoor van een bepaald persoon kan ertoe leiden dat die persoon verdacht wordt van druggerelateerde criminaliteit. Maar die verdenking op basis van dit vingerspoor kan heel goed onterecht zijn. Wederom is onbekend hoe oud het vingerspoor is. Het spoor kan zijn veroorzaakt doordat de persoon cocaïne heeft gebruikt. Maar onbekend is in dat geval hoeveel tijd er zat tussen de inname van cocaïne door de donor van het vingerspoor en het achterlaten van het vingerspoor. De cocaïnesporen zullen namelijk tot enkele dagen na inname in het lichaam aangetroffen kunnen worden.
Het nieuwe onderzoek stelt alleen maar vast dàt er sporen van cocaïne in het vingerspoor zitten. Hoeveel cocaïne er in het spoor zit, kan hiermee niet onderzocht worden. Zo is het mogelijk dat de donor van het vingerspoor enkele dagen voor het achterlaten van het vingerspoor cocaïne heeft gebruikt. Ook is het mogelijk dat de donor helemaal geen cocaïne heeft gebruikt, maar het wel op zijn handen heeft gehad. Misschien heeft iemand wel met zijn handen in de coke gehangen nadat hij zijn handen op het toilet van de discotheek had gewassen. Uiteindelijk zal de conclusie van een positief resultaat zijn dat er sporen van cocaïne in het vingerspoor aangetroffen zijn, maar over waar het vandaan komt valt oneindig te speculeren. Concluderen dat het gerelateerd is aan druggerelateerde criminaliteit zal in ieder geval niet mogelijk zijn.
Dat men sporen van explosieven kan aantonen klinkt wederom veelbelovend en dat kan het ook zeer zeker zijn. Maar over welke sporen wordt dan precies gesproken? Explosieven bestaan vaak uit verschillende componenten en die componenten kunnen ook in andere stoffen voorkomen. Bovendien zullen sporen van explosieven ook op een later moment op een vingerspoor terecht kunnen komen. Een vingerspoor met sporen van explosieven op een plaats delict waar een explosie is geweest, zal niet veel mensen verwonderen. Ook hier lijkt mij dat men voorzichtig zal moeten zijn met conclusies trekken.
Al met al lijkt me deze ontwikkeling in het dactyloscopisch onderzoek belangrijk en zeer nuttig voor het forensisch onderzoek. Het vergroot de kans op tunnelvisie van forensisch onderzoekers naar mijn mening wel aanzienlijk. Gelukkig zal het nog drie jaar duren voordat de methode gebruikt kan worden. In die tijd zal er vermoedelijk genoeg literatuur verschijnen om deze vorm van tunnelvisie te voorkomen.
Ruben Poppelaars
Ruben Poppelaars: Enkele dagen geleden las ik het artikel “Fingerprint breaktrough offers new forensic evidence” over een ontwikkeling in het onderzoek van vingersporen. Tot op de dag van vandaag wordt bij het onderzoek aan vingersporen alleen gekeken naar het patroon van de papillairlijnen (de lijnen op je vingers). Als van een vingerspoor het patroon van de papillairlijnen op 12 zogenaamde dactyloscopische punten gelijk is aan dat van de verdachte en er geen verschillen worden aangetroffen, dan wordt geconcludeerd dat dit vingerspoor afkomstig is van de verdachte. Een papillairlijnenpatroon blijkt namelijk uniek te zijn (ik vind deze conclusie persoonlijk te ver gaan, nu dit naar mijn mening alleen gezegd kan worden als alle papillairlijnpatronen van alle mensen op de wereld bekend zijn, wat natuurlijk niet het geval is).
Dit zorgt ervoor dat de identificerende waarde van een “match” in dactyloscopisch onderzoek (vingersporenonderzoek) groter is dan een match bij DNA-onderzoek, waarbij de conclusie niet sterker kan zijn dan “de kans dat een willekeurig persoon dezelfde DNA-kenmerken heeft als die in het spoor is kleiner dan één op één miljard”. De kans dat er DNA van iemand wordt gevonden is echter een stuk groter dan dat een volledig vingerspoor van iemand wordt gevonden. De plaats van aantreffen van DNA zorgt er tevens voor dat dit vaak een hogere incriminerende waarde heeft dan een vingerspoor, waardoor DNA-onderzoek in het forensisch onderzoek van grotere waarde blijkt dan dactyloscopisch onderzoek.
In het artikel zegt de onderzoeker dat het ontwikkelde onderzoek meer informatie over een misdrijf zal kunnen verschaffen dan DNA-onderzoek. Met het nieuwe onderzoek kunnen namelijk stoffen zoals drugs, glijmiddel (van een condoom) of explosieven in een vingerspoor gedetecteerd worden. Naar verwachting kan het onderzoek over ongeveer drie jaar in gebruik worden genomen.
Dit onderzoek kan van grote waarde worden in het forensisch onderzoek. Het kan veel zeggen over de omstandigheden waaronder het vingerspoor is achtergelaten en het kan iets zeggen over de toestand van de persoon toen hij het vingerspoor achterliet. Als op een tafel waarop een vrouw is verkracht door een man welke een condoom omdeed een vingerspoor wordt gevonden waarin glijmiddel wordt aangetroffen, is dit een sterke aanwijzing dat dit vingerspoor afkomstig is van de dader. Ook het vinden van drugs in een delict gerelateerd vingerspoor kan informatie geven over de omstandigheden van het delict en over de persoon van de verdachte. Voor het objectieve forensisch onderzoek zal dit onderzoek dus een grote meerwaarde hebben.
Echter is forensisch onderzoek niet alleen maar objectief, maar vaak ook subjectief. In iedere zaak zullen onderzoekers keuzes moeten maken over welke sporen wel en welke niet veiliggesteld worden en/of verder onderzocht worden. Ook zie ik met enkele regelmaat dat sporen die de forensisch onderzoekers (van de politie) relevant achten zeer uitgebreid behandeld worden en de sporen die zij niet relevant achten nauwelijks of niet. Daardoor worden deze ook vaak nauwelijks of niet behandeld tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Dit kan ervoor zorgen dat de tunnelvisie van forensisch onderzoekers over wordt genomen door de juristen ter terechtzitting. Dit nieuwe onderzoek zal meer tunnelvisie tot gevolg hebben wat de kans vergroot dat relevante sporen over het hoofd gezien worden en verkeerde conclusies getrokken zullen worden.
Als bijvoorbeeld op een plaats delict van een zedenmisdrijf een vingerspoor gevonden wordt waarin sporen van glijmiddel zitten, is dit een sterke aanwijzing dat dit spoor delict gerelateerd is. Echter, dit is niet zeker. Misschien is het wel afkomstig van een persoon die eerder op die plek vrijwillige seks heeft gehad. Het onderzoek geeft namelijk resultaat bij onderzoek aan sporen tot 10 dagen oud. Het vinden van dit dactyloscopisch spoor zal de donor waarschijnlijk wel verdachte maken en andere sporen zullen minder aandacht krijgen in het onderzoek. Hierdoor kunnen sporen verloren gaan, die achteraf bezien cruciaal waren voor de waarheidsvinding.
Ook het aantreffen van sporen van drugs in een vingerspoor kan gemakkelijk tot tunnelvisie leiden. Het aantreffen van bijvoorbeeld cocaïne in een vingerspoor van een bepaald persoon kan ertoe leiden dat die persoon verdacht wordt van druggerelateerde criminaliteit. Maar die verdenking op basis van dit vingerspoor kan heel goed onterecht zijn. Wederom is onbekend hoe oud het vingerspoor is. Het spoor kan zijn veroorzaakt doordat de persoon cocaïne heeft gebruikt. Maar onbekend is in dat geval hoeveel tijd er zat tussen de inname van cocaïne door de donor van het vingerspoor en het achterlaten van het vingerspoor. De cocaïnesporen zullen namelijk tot enkele dagen na inname in het lichaam aangetroffen kunnen worden.
Het nieuwe onderzoek stelt alleen maar vast dàt er sporen van cocaïne in het vingerspoor zitten. Hoeveel cocaïne er in het spoor zit, kan hiermee niet onderzocht worden. Zo is het mogelijk dat de donor van het vingerspoor enkele dagen voor het achterlaten van het vingerspoor cocaïne heeft gebruikt. Ook is het mogelijk dat de donor helemaal geen cocaïne heeft gebruikt, maar het wel op zijn handen heeft gehad. Misschien heeft iemand wel met zijn handen in de coke gehangen nadat hij zijn handen op het toilet van de discotheek had gewassen. Uiteindelijk zal de conclusie van een positief resultaat zijn dat er sporen van cocaïne in het vingerspoor aangetroffen zijn, maar over waar het vandaan komt valt oneindig te speculeren. Concluderen dat het gerelateerd is aan druggerelateerde criminaliteit zal in ieder geval niet mogelijk zijn.
Dat men sporen van explosieven kan aantonen klinkt wederom veelbelovend en dat kan het ook zeer zeker zijn. Maar over welke sporen wordt dan precies gesproken? Explosieven bestaan vaak uit verschillende componenten en die componenten kunnen ook in andere stoffen voorkomen. Bovendien zullen sporen van explosieven ook op een later moment op een vingerspoor terecht kunnen komen. Een vingerspoor met sporen van explosieven op een plaats delict waar een explosie is geweest, zal niet veel mensen verwonderen. Ook hier lijkt mij dat men voorzichtig zal moeten zijn met conclusies trekken.
Al met al lijkt me deze ontwikkeling in het dactyloscopisch onderzoek belangrijk en zeer nuttig voor het forensisch onderzoek. Het vergroot de kans op tunnelvisie van forensisch onderzoekers naar mijn mening wel aanzienlijk. Gelukkig zal het nog drie jaar duren voordat de methode gebruikt kan worden. In die tijd zal er vermoedelijk genoeg literatuur verschijnen om deze vorm van tunnelvisie te voorkomen.
Ruben Poppelaars
woensdag 29 juni 2011
Ruben Poppelaars: Op dood spoor
Met enige trots kan ik u vandaag attent maken op een intressant boek dat afgelopen weken op de markt is gekomen van de jonge forensisch onderzoeker/adviseur Ruben Poppelaars van forensisch adviesbureau Poppelaars & De Jong - Forensic Consultancy. Nadat advocaat Mr. Jan Hein Kuijpers mij tijdens een zitting in de Bunker te Osdorp tipte, nam ik in december 2009 contact op met Ruben. Sindsdien is er een leuk contact onstaan en heeft Ruben een aantal keren zijn visie gegeven in zijn columns op dit weblog.
Ik herinner u aan dit eerste artikel waarin ik kennismaakte met Ruben. Maar ook aan de rechtszaak in verband met 'De kastmoord te Nuth' waarbij ikzelf aanwezig was in rechtbank Den Bosch, en waaruit prompt vrijspraak volgde voor de hoofdverdachte. Alle artikelen en columns vindt u HIER. U ziet het al, Ruben is een druk baasje, maar is desondanks weer volledig opgegaan in een nieuwe studie rechten nadat hij afgelopen jaar al met sucses is afgestudeerd als forensisch onderzoeker.
Als columnist was Ruben vanwege de werkzaamheden in zijn bedrijf, aan het boek en studies wat minder beschikbaar, maar zal aankomende tijd zijn pen weer wat regelmatiger proberen op te pakken. Tussen de drukke bedrijvigheden en studie door, zal hij ons na de zomer weer voorzien van columns over zijn professie Forensisch onderzoek.
Tot die tijd, raad ik u sterk aan 'Op dood spoor' te lezen. Lees hieronder alvast de inleiding van Ruben Poppelaars en het voorwoord van Mrs. Kuijpers en Van der Biezen.
De uitgever schrijft:
De jonge forensisch onderzoeker Ruben Poppelaars reconstrueert in Op dood spoor 13 recente cases uit de Nederlandse misdaadpraktijk. Nadat hij eerst de gepleegde misdaad heeft beschreven gaat Poppelaars uitgebreid in het onderzoek en de daaropvolgende straf zaak. Hij schuwt het niet om daarbij scherpe kritiek te uiten op de rechtsgang en de uitkomsten daarvan.
Na het lezen van dit boek zult u merken dat forensisch onderzoek niet zo eenvoudig is als televisieprogramma’s zoals CSI en Bones doen vermoeden. Forensisch onderzoek blijkt niet alleen maar vragen te beantwoorden. Het levert ook vaak niet-te-beantwoorden vragen op. Zo kan het forensisch onderzoek voor onverwachte problematiek in een strafzaak zorgen. Deze problematiek wordt in lang niet alle gevallen herkend, zelfs niet als men erop gewezen wordt. Dit kan rechterlijke uitspraken tot gevolg hebben, die op verkeerde gronden genomen zijn.
Op dood spoor probeert u bewust te maken van de waarde van het forensisch onderzoek. Het laat u zien hoe in dertien zaken het forensisch onderzoek is uitgevoerd en hoe het Openbaar Ministerie vervolgens tot de conclusie komt dat een bepaalde verdachte de dader is. De advocaat van de verdachte dient aan te tonen dat de verdachte onschuldig is. Ik heb bij deze zaken van de advocaat het verzoek gekregen of de forensisch technische sporen de onschuld van de verdachte kunnen aantonen. Werkend vanuit deze aanname leg ik het antwoord op deze vraag uit en kom ik vaak tot een andere conclusie dan het Openbaar Ministerie.
Dat zorgt soms voor verrassende resultaten.
Ruben Poppelaars
VOORWOORD Door mr. Arthur van der Biezen
Mede als gevolg van verschillende rechtelijke dwalingen waarbij personen verdacht van zware levensdelicten, geheel ten onrechte, jarenlang onschuldig achter slot en grendel hebben moeten doorbrengen, staat het strafrecht enorm in de belangstelling en is het onderwerp van publiek debat en discussie. Meer en meer wordt de samenleving zich ervan bewust dat het strafrecht "mensenwerk" is en dat daar fouten gemaakt worden, soms zelfs grove fouten, waardoor mensen enorm onrecht wordt aangedaan. Het beeld van de alwetende vertrouwenwekkende rechter op wie blind gevaren kan worden, ligt inmiddels ver achter ons. Ter voorkoming van fouten en misslagen zoekt het rechtsbedrijf meer en meer zijn heil in "meetbare" en schijnbaar "objectieve" informatie, de modernste technische (opsporings)middelen worden gehanteerd bij de waarheidsvinding. Het boek van de forensisch onderzoeker Ruben Poppelaars biedt een heldere kijk in de keuken van de praktijk van de "waarheidsvinding". Hoe gaat men in de praktijk van de opsporing nu met al die mooie technieken om die de wetenschap ons biedt? Wat blijft er van die "objectieve" betrouwbaarheid van sporen en technieken over als er op de werkvloer niet goed en zorgvuldig mee omgegaan wordt? Vragen die in dit boek aan de orde komen.
VOORWOORD Door mr. Jan-Hein L.C.M. Kuijpers
Ruben Poppelaars, jong, enthousiast en eager. Zo kwam hij al weer enkele jaren geleden bij ons, Kuijpers & Van der Biezen Advocaten te 's-Hertogenbosch en Amsterdam, op gesprek. Ruben zocht een stageplaats in Amsterdam in het verband van zijn studie Forensisch Onderzoek. Van der Biezen en ik hadden nog nooit van die studie gehoord, maar toen Ruben had uitgelegd wat hij had geleerd en nog zou gaan leren, wisten we genoeg. Gezien zijn persoonlijkheid en achtergrond twijfelden Van der Biezen en ik geen moment. Wij wilden hem er graag bij hebben. Wij legden hem talloze strafzaken voor waar DNA-problematiek en de chain of proof, de bewijsvergaring, aan de orde waren. Hij controleerde, specificeerde en analyseerde en liet vervolgens zien waar de technische recherche en/of het NFI naar zijn inzicht steken hadden laten vallen. Ruben bleek, zo merkten wij, behalve jong, enthousiast en eager ook nog eens slim en creatief te zijn. Onontbeerlijke eigenschappen in de wereld van dood en verderf, onze wereld van het strafrecht.
Op ons adres in 's-Hertogenbosch richtte hij zijn forensisch adviesbureau Poppelaars & De Jong- Forensic Consultancy op. Naar mijn bescheiden mening een kantoor met een specialisme dat in de wereld van de strafrechtadvocatuur wel eens een gat in de markt zou kunnen invullen. Het is immers van belang, dat aanklagers en rechters er zoveel mogelijk van doordrongen raken dat de bewijskracht van een DNA-spoor in veel gevallen maar heel relatief is. Wij, raadslieden in strafzaken, hebben de indruk dat aanklagers en rechters soms worden verblind door de "1 op de miljard"- frase die in vele DNA-rapportages opdoemt. Daar moeten we vanaf en Ruben kan daarbij helpen. Tot op heden is Ruben verbonden aan ons kantoor en nu willen we hem niet meer kwijt. Hij is te waardevol gebleken. Als mens, maar ook als onze deskundige.
Het feit dat hij nu een boek heeft geschreven zegt veel. Over Ruben en over de materie die hij zich eigen gemaakt heeft. Maar ook over de kracht en het nut van die materie. Het is een naar mijn oordeel belangrijk boek dat in geen enkele strafrechtpraktijk zou mogen ontbreken. Aan de hand van praktijkvoorbeelden bestrijkt Ruben een groot deel van de biologische bewijsvergaring en de interpretatie van de resultaten van onderzoeken naar dat soort bewijs. Tenslotte sluit hij het af met rechterlijke beslissingen in zware strafzaken.
Zeer de moeite waard dus.
Bondtehond
Ik herinner u aan dit eerste artikel waarin ik kennismaakte met Ruben. Maar ook aan de rechtszaak in verband met 'De kastmoord te Nuth' waarbij ikzelf aanwezig was in rechtbank Den Bosch, en waaruit prompt vrijspraak volgde voor de hoofdverdachte. Alle artikelen en columns vindt u HIER. U ziet het al, Ruben is een druk baasje, maar is desondanks weer volledig opgegaan in een nieuwe studie rechten nadat hij afgelopen jaar al met sucses is afgestudeerd als forensisch onderzoeker.
Als columnist was Ruben vanwege de werkzaamheden in zijn bedrijf, aan het boek en studies wat minder beschikbaar, maar zal aankomende tijd zijn pen weer wat regelmatiger proberen op te pakken. Tussen de drukke bedrijvigheden en studie door, zal hij ons na de zomer weer voorzien van columns over zijn professie Forensisch onderzoek.
Tot die tijd, raad ik u sterk aan 'Op dood spoor' te lezen. Lees hieronder alvast de inleiding van Ruben Poppelaars en het voorwoord van Mrs. Kuijpers en Van der Biezen.
De uitgever schrijft:
De jonge forensisch onderzoeker Ruben Poppelaars reconstrueert in Op dood spoor 13 recente cases uit de Nederlandse misdaadpraktijk. Nadat hij eerst de gepleegde misdaad heeft beschreven gaat Poppelaars uitgebreid in het onderzoek en de daaropvolgende straf zaak. Hij schuwt het niet om daarbij scherpe kritiek te uiten op de rechtsgang en de uitkomsten daarvan.
Dankzij goed gekozen terzijdes met inside informatie krijgt de lezer in Op dood spoor een uitstekend beeld van de forensische onderzoekspraktijk in Nederland. Poppelaars behandelt o.a.: de kastmoord te Nuth, een Nijmeegse zedenzaak, de Puttense moordzaak, twee roofmoorden en een liquidatie in het criminele milieu. Met een voorwoord door Mrs. Jan Hein Kuijpers en Arthur van der Biezen.
Inleiding door Ruben:
In dit boek worden dertien strafzaken behandeld, bestaande uit zeden-, moord- en doodslagzaken waarbij ik betrokken ben. Iedere strafzaak is anders en in iedere strafzaak worden andere fouten gemaakt. Dit boek behandelt dertien zaken waarin fouten gemaakt zijn. De zaken, gerangschikt op complexiteit, geven inzicht in het brede scala van fouten die in iedere fase van het forensisch onderzoek gemaakt kunnen worden. Het begint met het onderzoek op de plaats delict, gevolgd door onderzoek aan de veiliggestelde sporen en de resultaten hiervan, en eindigt met de interpretatie van de onderzoeksresultaten.Inleiding door Ruben:
Na het lezen van dit boek zult u merken dat forensisch onderzoek niet zo eenvoudig is als televisieprogramma’s zoals CSI en Bones doen vermoeden. Forensisch onderzoek blijkt niet alleen maar vragen te beantwoorden. Het levert ook vaak niet-te-beantwoorden vragen op. Zo kan het forensisch onderzoek voor onverwachte problematiek in een strafzaak zorgen. Deze problematiek wordt in lang niet alle gevallen herkend, zelfs niet als men erop gewezen wordt. Dit kan rechterlijke uitspraken tot gevolg hebben, die op verkeerde gronden genomen zijn.
Op dood spoor probeert u bewust te maken van de waarde van het forensisch onderzoek. Het laat u zien hoe in dertien zaken het forensisch onderzoek is uitgevoerd en hoe het Openbaar Ministerie vervolgens tot de conclusie komt dat een bepaalde verdachte de dader is. De advocaat van de verdachte dient aan te tonen dat de verdachte onschuldig is. Ik heb bij deze zaken van de advocaat het verzoek gekregen of de forensisch technische sporen de onschuld van de verdachte kunnen aantonen. Werkend vanuit deze aanname leg ik het antwoord op deze vraag uit en kom ik vaak tot een andere conclusie dan het Openbaar Ministerie.
Dat zorgt soms voor verrassende resultaten.
Ruben Poppelaars
VOORWOORD Door mr. Arthur van der Biezen
Mede als gevolg van verschillende rechtelijke dwalingen waarbij personen verdacht van zware levensdelicten, geheel ten onrechte, jarenlang onschuldig achter slot en grendel hebben moeten doorbrengen, staat het strafrecht enorm in de belangstelling en is het onderwerp van publiek debat en discussie. Meer en meer wordt de samenleving zich ervan bewust dat het strafrecht "mensenwerk" is en dat daar fouten gemaakt worden, soms zelfs grove fouten, waardoor mensen enorm onrecht wordt aangedaan. Het beeld van de alwetende vertrouwenwekkende rechter op wie blind gevaren kan worden, ligt inmiddels ver achter ons. Ter voorkoming van fouten en misslagen zoekt het rechtsbedrijf meer en meer zijn heil in "meetbare" en schijnbaar "objectieve" informatie, de modernste technische (opsporings)middelen worden gehanteerd bij de waarheidsvinding. Het boek van de forensisch onderzoeker Ruben Poppelaars biedt een heldere kijk in de keuken van de praktijk van de "waarheidsvinding". Hoe gaat men in de praktijk van de opsporing nu met al die mooie technieken om die de wetenschap ons biedt? Wat blijft er van die "objectieve" betrouwbaarheid van sporen en technieken over als er op de werkvloer niet goed en zorgvuldig mee omgegaan wordt? Vragen die in dit boek aan de orde komen.
VOORWOORD Door mr. Jan-Hein L.C.M. Kuijpers
Ruben Poppelaars, jong, enthousiast en eager. Zo kwam hij al weer enkele jaren geleden bij ons, Kuijpers & Van der Biezen Advocaten te 's-Hertogenbosch en Amsterdam, op gesprek. Ruben zocht een stageplaats in Amsterdam in het verband van zijn studie Forensisch Onderzoek. Van der Biezen en ik hadden nog nooit van die studie gehoord, maar toen Ruben had uitgelegd wat hij had geleerd en nog zou gaan leren, wisten we genoeg. Gezien zijn persoonlijkheid en achtergrond twijfelden Van der Biezen en ik geen moment. Wij wilden hem er graag bij hebben. Wij legden hem talloze strafzaken voor waar DNA-problematiek en de chain of proof, de bewijsvergaring, aan de orde waren. Hij controleerde, specificeerde en analyseerde en liet vervolgens zien waar de technische recherche en/of het NFI naar zijn inzicht steken hadden laten vallen. Ruben bleek, zo merkten wij, behalve jong, enthousiast en eager ook nog eens slim en creatief te zijn. Onontbeerlijke eigenschappen in de wereld van dood en verderf, onze wereld van het strafrecht.
Op ons adres in 's-Hertogenbosch richtte hij zijn forensisch adviesbureau Poppelaars & De Jong- Forensic Consultancy op. Naar mijn bescheiden mening een kantoor met een specialisme dat in de wereld van de strafrechtadvocatuur wel eens een gat in de markt zou kunnen invullen. Het is immers van belang, dat aanklagers en rechters er zoveel mogelijk van doordrongen raken dat de bewijskracht van een DNA-spoor in veel gevallen maar heel relatief is. Wij, raadslieden in strafzaken, hebben de indruk dat aanklagers en rechters soms worden verblind door de "1 op de miljard"- frase die in vele DNA-rapportages opdoemt. Daar moeten we vanaf en Ruben kan daarbij helpen. Tot op heden is Ruben verbonden aan ons kantoor en nu willen we hem niet meer kwijt. Hij is te waardevol gebleken. Als mens, maar ook als onze deskundige.
Het feit dat hij nu een boek heeft geschreven zegt veel. Over Ruben en over de materie die hij zich eigen gemaakt heeft. Maar ook over de kracht en het nut van die materie. Het is een naar mijn oordeel belangrijk boek dat in geen enkele strafrechtpraktijk zou mogen ontbreken. Aan de hand van praktijkvoorbeelden bestrijkt Ruben een groot deel van de biologische bewijsvergaring en de interpretatie van de resultaten van onderzoeken naar dat soort bewijs. Tenslotte sluit hij het af met rechterlijke beslissingen in zware strafzaken.
Zeer de moeite waard dus.
Bondtehond
dinsdag 28 juni 2011
'We houden het heel wel voor mogelijk dat u cliënt gaat vrijspreken'
Op de laatste zitting voor het zomerreces maakte de rechtbank de tussenbeslissing bekend in verband met de onderzoekswensen die de verdediging van Dino Soerel eerder had ingediend. Tevens deed de rechtbank uitspraak over de onderzoekswensen met betrekking tot de zaken Bethlehem en Kaale. Deze laatste waren ingediend door de verdediging van Remmers, Soerel, Akgün en Burger. (Lees beneden de integrale versies van deze tussenbeslissingen.)
Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars wilde na de tussenbeslissingen tijdens de zitting van vandaag eigenlijk ingaan op de Hollowpoint-patronen die door een vooralsnog geheim gehouden persoon zouden zijn geleverd aan Peter La Serpe. De kroongetuige zelf had echter afstand getekend en bleek met griepverschijnselen op bed te zijn gebleven. "Het lijkt om een licht griepje te gaan, maar zodanig dat ik liever niet met hem in de box zou willen zitten", aldus Mr. Jan Peter van Schaik, de raadsman van La Serpe die dit keer gewoon achter in de rechtszaal zat. Hij had het natuurlijk over de gepantserde getuige-cabine waar de raadsman normaliter in zit naast de kroongetuige.
Het zou allemaal wat lastig zijn voor de planning en daarom wilde de rechtbank dit thema toch het liefste voor het zomerreces behandeld zien. Mr. Lauwaars vroeg aan Jesse Remmers of deze dan niet toch zelf de naam bekend zou willen maken van de Hollowpoint-leverancier, aangezien Jesse eerder had aangegeven de naam wel te weten, maar deze niet op zitting wilde zeggen vóór Peter La Serpe de naam bekend had gemaakt. Hij reageerde toen ietwat geïrriteerd: "Ja, laat La Serpe even de naam noemen van wie hij de Hollowpoints heeft gekregen!" en "Ja halloo, La Serpe hoeft toch ook geen namen te noemen." Het gaat erom dat Jesse Remmers niet wil dat de F-getuigen bekend worden.
Jesse Remmers: Ik heb verteld dat de F-getuigen die persoon kennen. Als de anonimiteit gewaarborgd zou kunnen zijn is het geen probleem. Als er op toegezien kan worden dat de anonimiteit van de F-getuigen verzekerd is, wil ik de naam wel noemen. Deze persoon heeft ook meer dingen verteld. Die persoon heeft me verteld dat Bethlehem letterlijk in zijn broek had gescheten en ik figuurlijk. Ik zou bang zijn voor Bethlehem. Maar ik was juist bang voor La Serpe. Ik zie echter niet zo dat ik het zo snel in mijn broek zou doen, maar goed. Ikzelf denk dat ik de naam gewoon zou kunnen zeggen, maar ik wil er toch eerst even met mijn advocaten overleggen.
Mr. Lauwaars besloot een korte koffiepauze te houden voor een kort beraad. Na deze pauze maakte Jesse Remmers zelf bekend wat hij en zijn raadslieden Mrs. Janssen en Waarts besloten hadden.
Mr. Lauwaars: Mijnheer Remmers, u heeft erover nagedacht?
Jesse Remmers: Ik heb ervoor gekozen dat de naam bekend gaat worden. We willen echter niet dat de naam op een openbare zitting bekend gaat worden. We kiezen ervoor om hem niet op dit moment bekend te maken. Het verzoek zal zijn om het bij de rechter-commissaris neer te leggen om de persoon daar te horen.
Mr. Sander Janssen: U zou kunnen denken aan horen dat niet de personalia bekend gaan worden.
Mr. Lauwaars: Ik kan me daar iets bij voorstellen. Ik kijk maar even naar het OM.
Officier van justitie Mr. Betty Wind: Wel in aanwezigheid van procespartijen?
Mr. Janssen: Ja, ja, de procespartijen zullen erbij aanwezig mogen zijn.
Mr. Lauwaars: Ok, we zullen er even over beraden of wij het goed vinden dat het op die manier gebeurt.
Mr. Janssen: Even iets anders. Ik heb gehoord dat dhr. René Pouw is aangehouden. We zouden Pouw mogen horen. Wat ik gehoord heb, is dat hij is aangehouden. Om die reden persisteren we bij het verzoek om hem te mogen horen. Ik weet natuurlijk dat de zaak Kaale geen deel uitmaakt van het Passage-dossier. Ik zie echter wel grote belangen om hem te mogen horen. Één aanvullig: De heer Pouw zou niet gehoord moeten worden zonder audiovisuele vastlegging.
Mr. Lauwaars: Wil het OM hier op reageren?
Ovj. Mr. Betty Wind: Het voorstel om de naam van die/dit/deze persoon anoniem te horen, verzetten we ons niet tegen. We zijn geneigt te schikken. De aanhouding van René Pouw, dat klopt. Hij is inderdaad aangehouden. Er loopt een EAB (Europees Aanhoudings Bevel) om hem naar Nederland te krijgen. Voor de advocaten van het Passage-proces zal dat vastgelegd worden.
Mr. Lauwaars: De meneer van de Hollowpoints zal gehoord mogen worden, aldus de verdediging. Hoe de RC hierop reageert, of het binnen de (juridische) kaders valt, daar moeten we nog maar zien wat er van komt.
Later, na een kort beraad, kwam Mr. Lauwaars met twee beslissingen over het voorgaande.
Mr. Lauwaars: Mijnheer Janssen, de rechtbank vindt het prima dat u zich tot de RC richt en die mijnheer hoort in aanwezigheid van de procespartijen. En dan maar zien wat hij over die Hollowpoints te zeggen heeft. Pouw dat houden we maar aan. Hij moet nog uitgeleverd worden. Dus... We houden de zaak aan tot dinsdag 6 september. We zeggen iedereen aan. La Serpe wordt ook opgeroepen als getuige.
*
Er zijn van die zittingsdagen dat zelf de doorgewinterde procesbezoekers de draad wel even kwijtraken. Ogenschijnlijk simpele verzoekjes door de verdediging of de afwijzing daarvan door het OM lijken de themperatuur ondanks de tropische themperatuur buiten soms te doen dalen tot het vriespunt binnen de Bunker-rechtszaal.Vandaag was weer zo'n dag. De sfeer tussen de advocaten en de leden van het openbaar ministerie is de laatste tijd toch al niet opperbest te noemen, maar je hebt van die momenten dan is de sfeer echt om te snijden.
Mr. Lauwaars vroeg opheldering over een brief tussen verdediging van Soerel en het openbaar ministerie. Het gaat erom dat de verdediging verzoekt Peter 'Peerke' S. te horen bij de rechtbank of bij de rechter-commissaris en om een Foslo-confrontatie met foto's waar Peter S. de foto van La Serpe tussenuit zou kunnen pikken. De raadslieden van Soerel gaven aan geen bezwaar te hebben dat Peter S. bij de recherche gehoord gaat worden, maar dan moet dat wel via de rechtbank. Mr. Meijering stelde voor dat Mr. Lauwaars middels een 170-bevoegdheid, indien de rechtbankvoorzitter die heeft, een opdracht uitzet tot het horen van Peter S. bij de recherche.
Het verzoek tot een Foslo-confrontatie stuitte niet op verzet bij de raadsman van Peter La Serpe, mits het volgens de regels gebeurt die er voor staan.Wel zou Mr. Van Schaik er bezwaar tegen hebben als de foto's in het openbaar terecht zouden komen, aangezien de verdediging had aangegeven over eigen foto's te beschikken van La Serpe.
Het OM echter was een ander verhaal. Elk verzoek stuitte op verzet uit de hoek van het OM. Na een kort overleg volgde op ieder verzoek een eensluidend antwoord: Nee!
Mr. Betty Wind voerde het woord (samgevat): Het antwoord is, nee. Het past in het onderzoek Bethlehem. We willen S. confronteren met de audio en tapgesprekken. Het is ook in belang van de getuige, zodat hij weet wat er aan tapgegevens is. Is het de bedoeling de resultaten schimmig te laten zijn?: Nee. Het is de bedoeling dat alles in beeld en geluid vastgelegd wordt, zodat de verdediging dit later terug kan zien. Is dat inefficiënt?: Nee. Het is vele malen inefficiënter als alles weer in aanwezigheid van de verdediging moet worden gedaan. De Cd-rom heeft de heer Meijering al gekregen. Het lijkt in het kader van werkverschaffing dat de verdediging dit ook nog van ons wil ontvangen.
Subsidiair: We zien niet dat de rechtbank dit zou moeten kunnen gelasten. We zien praktische problemen. De RC gaat een tijd op valantie. Het gaat dus heel lang duren.
De Foslo-confrontatie: Het antwoord is: Nee! Hoewel La Serpe en zijn verdediging aangeeft geen principiële bezwaren te hebben. Het probleem is dat Peter S. helemaal geen signalement heeft kunnen geven. De lengte was het enige. De kleur ogen of haar heeft hij niet kunnen geven. Hij gaf zelf al aan dat hij foto's van La Serpe heeft gezien. Hij volgde het in de media. Een Foslo-confrontatie heeft dan nul en generlei waarde. Het is een exercitie waar we überhaupt niet aan zouden moeten beginnen.
Lauwaars vroeg vervolgens om een reactie van de verdediging. Mr. Nico Meijering gaf deze.
Mr. Meijering (samengevat): Ik begin hier zo moe van te worden. Eigenlijk zou S. bij u moeten worden gehoord. Hij is al twee maal gehoord op zitting. Dit is zooo Passage. Dit is niet meer alleen Bethlehem. U heeft al beslist dat dossier Bethlehem moet worden toegevoegd. We zijn toch altijd transparant en duidelijk geweest?
Waar is het OM toch bang voor? Er wordt extra moeite gedaan om een nieuw speelveld klaar te krijgen. Het OM begrijpt er niets van! Het afluisteren van die DVD's is ongelofelijk veel werk. We hebben zo'n stapel DVD's. (ik kon helaas niet zien hoe groot de raadsman de stapel duidde aan de rechtbank, maar het was groot, zo klonk het) Je kunt niet snel van hoofdstuk naar hoofdstuk bladeren, aldus Meijering, dat kan de recherche wél. Wij kunnen dat niet. Je wordt horendol van al die losse delen.
Geen OVC-gesprekken. Laten we niet op dit niveau gaan. Kennelijk heeft men gesprekken die strijdig zijn met wat de heer Schoofs op zitting vertelde. Ik wordt er wel een beetje flauw van hoor: Oh jee, de RC gaat met vakantie... Niemand zal er moeite mee hebben als dat gewoon bij de recherche zal plaatsvinden.
Het Foslo-onderzoek. Er worden weer allerlein obstakels opgeworpen om maar zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. Schoofs heeft alleen gebalkte foto's gezien. Hij heeft gezegd: Ik zou hem in een vol stadion herkennen. Wat is er op tegen om dat dan na te gaan? Het V-woord wensen wij niet steeds mee te worden geconfronteerd. (V-woord = in het kader van 'veiligheid' - red.)
Mr. Betty Wind: Kort samengevat kan het verhoor niet bij de politie plaasvinden. Het zijn maar kleine verhoorkamertjes.
Mr. Meijering: Overigens is het geen enkel probleem om enkel alleen op audio op te nemen. Als ik mij niet vergis, is geen enkel verhoor in Passage visueel vastgelegd.
De rechtbank besliste uiteindelijk als volgt:
Mr. Lauwaars: Foslo wijst de rechtbank af. Als dit niet volgens de juridische regels kan, heeft dat toch geen zin. Audio-visuele opnames wijst men in eerste instantie ook (nog) af.
*
De tussenbeslissing m.b.t. de onderzoekswensen inzake Dino Soerel leest u HIER.
De tussenbeslissing m.b.t. de onderzoekswensen inzake Bethlehem en Kaale leest u HIER.
*
Mr. Nico Meijering vroeg de voorlopige hechtenis van Dino Soerel voor Passage op te heffen, zodat de hechtenis voor 'Zuil', de zaak van Soerel waarin hij reeds is veroordeeld en die momenteel in Hoger Beroep verkeerd, in werking treed.
Mr. Meijering: We zouden willen dat de voorlopige hechtenis voor Zuil nu in werking gaat. Dat zouden we willen, omdat: Waarom zouden we dit bevel in stand houden terwijl juist daar veel op af te dingen valt? Ik vraag de rechtbank de voorlopige hechtenis te schorsen. Tot aan het bevel van het Hof niet meer van kracht zal zijn.
Mr. Betty Wind: Het antwoord is alweer: Nee. Dat gaan we niet doen. Er waren goede argumenten om het zo te doen. We gaan er dus niet in mee. Bij Saez is dit verzoek eerder gedaan. De beslissing van het Hof was dat dat niet mocht. (met andere woorden: dan heeft het bij Soerel ook geen zin)
Mr.Wind: Wat is nu het belang om dit zo snel behandeld te krijgen? Het lijkt ons veel beter de tijd te benutten aan andere dingen.
Mr. Nico Meijering: Ik zal het wel uitleggen. We houden het heel wel voor mogelijk dat u cliënt gaat vrijspreken. Als het in die andere zaak wel tot een veroordeling gaat komen, kan cliënt alvast aftellen in die zaak. Anders niet. Ik zou ruzie met mijn cliënt krijgen als ik dit niet zou vragen.
Mr. Wind: De toezegging willen we wel doen, dat er een verrekening zal plaatsvinden.
Mr. Meijering: Dat snap ik. Ik zal het er nog even met mijn cliënt over hebben.
*
De rechtbank heeft zich afgelopen tijd gebogen over een nieuw zittingsschema.
De inhoudelijke behandeling van de zaak Soerel staat nu gepland voor 22 september. De uitspraak wordt verwacht voor de zomer van 2012.
Morgen komt de rechtbank met het nieuw rooster.
Lauwaars merkte op: En we hopen dat we ons hier aan kunnen houden.
6 September, na het zomerreces, gaat het liquidatieproces verder.
Bondtehond
Labels:
Advocaten
,
Ali Akgün
,
De Bunker
,
Dino Soerel
,
Fred Ros
,
Jesse Remmers
,
Liquidatieproces
,
Moppie Rasnabe
,
Passage
,
Peter La Serpe
,
Sjaak Burger
zaterdag 18 juni 2011
Uitspraak Kort geding: 'Foto's kroongetuige Peter La Serpe moeten gebalkt'
Vrijdag deed voorzieningenrechter mr. P.A. Koppen uitspraak in het kort geding die kroongetuige Peter La Serpe had aangespannen tegen misdaadsite Camilleri. Peter La Serpe had vier eisen in geding gebracht. (1a) Het verwijderen en verwijderd houden van foto’s van Peter La Serpe waarop zijn ogen te zien zijn. (1b) Het verwijderen en verwijderd houden van linken cq. embedded afbeeldingen van foto’s van Peter La Serpe waarop eveneens zijn ogen te zien zijn. (2) Het aanschrijven van Google, MSN en Ilse, om foto’s waarop Peter La Serpe zijn ogen te zien zijn te laten verwijderen door deze zoekmachines. (3) Het betalen van een voorschot van € 10.000 op door Peter La Serpe reeds geleden en nog te lijden schade door de onrechtmatige publicatie van het gewraakte beeldmateriaal, alsmede een dwangsom bij het in gebreke blijven van de hierboven beschreven punten 1a, 1b en 2.
“Eiser is zowel verdachte als getuige in het Passageproces, heeft de status van bedreigde getuige en is opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. Ter beoordeling ligt voor of gedaagde mogelijk in de toekomst, door op zijn website (een link naar) ongebalkte foto’s van eiser te plaatsen, onrechtmatig zou handelen jegens eiser. De beantwoording van deze vraag ligt in het spanningsveld tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op persoonlijke levenssfeer, waaronder de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, anderzijds. In verhouding tot het gewicht van het recht van eiser is dat van gedaagde naar het oordeel van de voorzieningenrechter gering. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat gedaagde onrechtmatig jegens eiser zou handelen indien hij toelaat dat ongebalkte foto’s van eiser op zijn website worden gepubliceerd. Gedaagde wordt geboden ongebalkte foto’s van eiser van zijn website verwijderd te houden.”
De voorzieningenrechter oordeelde dat in het geval van een beschermde kroongetuige er een belang kan zijn om deze alleen met gebalkte foto op Camilleri te publiceren. Camilleri mag dan ook volgens het vonnis geen afbeeldingen zonder balk van Peter La Serpe op haar server plaatsen. Doet Camilleri dat toch dan kan zij een dwangsom opgelegd krijgen, die telkens voor matiging door een rechter vatbaar is. Op punt 1 heeft Peter La Serpe gelijk gekregen echter zonder dat de rechter vindt dat Camilleri tot op heden onrechtmatig tegen de kroongetuige heeft gehandeld. Punt 1b, 2 en 3 heeft voorzieningenrechter mr. P.A. Koppen afgewezen. Zowel Peter La Serpe als Camilleri moeten de kosten voor deze principiële kwestie ieder voor zich zelf dragen.
Lees het vonnis LJN: BQ8288 -Rechtbank ‘s-Gravenhage- HIER
De redactie van Camilleri.nl liet aan Bondtehond weten dat men tevreden is met de uitspraak.
Bondtehond
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)






